Allergische rinitis en astma: pathofysiologische relatie en implicaties voor de behandeling

Klinische praktijk
Z. Diamant
S. Tarasevych
P. Chandoesing
R. Gerth van Wijk
H. de Groot
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:77-5
Abstract

Samenvatting

- Allergische rinitis en astma hebben gemeenschappelijke klinische, pathofysiologische en immunologische kenmerken en komen vaak gelijktijdig voor.

- Uit recente studies is gebleken dat beide luchtwegcompartimenten met elkaar kunnen communiceren, mogelijk via systemische signalen.

- Op grond daarvan ontstond het concept ‘allergische luchtwegaandoening’, waaruit het idee van een systemische therapie voortvloeide.

- Verschillende nieuwe systemische therapieën worden – deels nog in een experimentele setting – geëvalueerd, waaronder behandelingen met anti-IgE-middelen en fosfodiësterase-4-remmers.

- Vooralsnog zijn alleen leukotrieenreceptorantagonisten en immunotherapie geregistreerde, systemisch werkende, rationele opties voor het behandelen van het allergisch syndroom, meestal in combinatie met de standaardfarmacotherapie.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:77-82

Auteursinformatie

Centre for Human Drug Research, afd. Long- en Allergieresearch, Zernikedreef 10, 2333 CL Leiden.

Mw.dr.Z.Diamant, longarts; mw.drs.S.Tarasevych en hr.drs.P.Chandoesing, medisch studenten.

Erasmus MC, afd. Allergologie, Rotterdam.

Hr.dr.R.Gerth van Wijk en hr.dr.H.de Groot, allergologen.

Contact mw.dr.Z.Diamant (z.diamant@gems.demon.nl)

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties