Steeds vaker vragen volwassenen om een ADHD-diagnose en -medicatie. Wanneer verwijs je, wanneer niet? Dit artikel helpt huisartsen het diagnostisch dilemma te overzien en een passend beleid te kiezen.
Huisartsen krijgen steeds vaker te maken met mogelijk aan ADHD gerelateerde problematiek bij volwassenen.1 Door lange wachttijden in de ggz voelen zij zich soms onder druk gezet om ‘toch alvast maar met medicatie te beginnen’.2 Regelmatig melden patiënten zich bovendien zelf met het vermoeden dat zij ADHD hebben en daarvoor medicatie willen gebruiken, ingegeven door sociale media met niet altijd betrouwbare informatie,3 of door een recente diagnose bij een van hun kinderen. Ook de huisarts of POH denkt aan ADHD bij klachten als concentratieproblemen, innerlijke onrust, moeite met ontspannen of impulsief gedrag, maar ook bij burn-outklachten, vermoeidheid of vastlopen. Het NHG stelt dat diagnostiek en behandeling van ADHD bij volwassenen thuishoren in de ggz.4 Tegelijkertijd komen deze kenmerken veel voor in de algemene bevolking, vaak zonder ernstig disfunctioneren.
Moet de huisarts patiënten met dergelijke klachten meteen voor diagnostiek en behandeling verwijzen? Of zijn er, naast een…
Reacties