Acuut leverfalen na gebruik van voedingssupplementen

Casuïstiek
23-04-2019
Charlotte P. Peters, Caroline M. den Hoed, Sandra Coenen, Katharina E. Biermann en Robert A. de Man

Uitleg

Hepatische encefalopathie

Graad 0: niet-afwijkend, helder bewustzijn

Graad 1: licht gesluierd bewustzijn, korte aandachtsspanne, eufoor of angstig

Graad 2: lethargie, desoriëntatie, inadequaat gedrag, persoonlijkheidsverandering

Graad 3: somnolentie, verwardheid, terugtrekbewegingen bij pijnprikkels

Graad 4: coma, geen respons op pijnprikkels

Kernpunten

  • Voedingssupplementen worden steeds vaker gebruikt in Nederland.
  • Ogenschijnlijk onschuldige voedingssupplementen kunnen weken tot maanden na inname leiden tot leverschade en -falen.
  • Vraag patiënten met onbegrepen klachten van algehele malaise naar het gebruik van voedingssupplementen.
  • Raadpleeg de website van Bijwerkingencentrum Lareb bij een vermoeden van bijwerkingen van voedingssupplementen, en meld deze bijwerkingen (www.lareb.nl).
  • Raadpleeg de LiverTox-website van het Amerikaanse National Institute of Health bij een vermoeden van aan voedingssupplementen gerelateerde hepatotoxiciteit (https://livertox.nih.gov).

Reactie

Door: prof.dr. E.P. (Eugène) van Puijenbroek, arts-klinisch farmacoloog, Bijwerkingencentrum Lareb, ’s-Hertogenbosch

In de afgelopen 5 jaar zijn bij Bijwerkingencentrum Lareb 251 meldingen over fytotherapeutica en 205 meldingen over voedingssupplementen gedaan. Het jaarlijkse aantal meldingen over deze middelen is in deze periode toegenomen. Bij 63 meldingen (13,8%) was er sprake van een ernstige bijwerking. Een van die meldingen betrof een recente melding van hepatitis bij een 34-jarige man, die verschillende voedingssupplementen gebruikte, waaronder NDMA Relief. Op het moment dat de melding werd gedaan, was deze patiënt herstellende. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zijn inmiddels over deze melding geïnformeerd.

De kennis over effectiviteit en veiligheid van ongeregistreerde fytotherapeutica en voedingssupplementen wijkt wezenlijk af van die van geregistreerde geneesmiddelen. Kwalitatief goed onderzoek voordat het product op de markt wordt gebracht en een formele productregistratie ontbreken, en daarmee ontbreekt ook gedegen kennis over eventuele bijwerkingen. Daarnaast is men minder bedacht op het mogelijk optreden hiervan. Juist daarom is het belangrijk om informatie samen te brengen en om kennis over bijwerkingen te delen. Bijwerkingencentrum Lareb informeert de NVWA – en zo nodig ook de IGJ en het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen – over meldingen en signalen met betrekking tot dit soort producten. Wanneer wordt vermoed dat ingrediënten van een product onjuist vermeld staan of wanneer de herkomst van een product onduidelijk is, kan nader onderzoek van het betreffende product nodig zijn. Dergelijk onderzoek wordt uitgevoerd door het RIVM.

Reactie

Door: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

Voedingssupplementen zijn levensmiddelen en alle levensmiddelen moeten in de eerste plaats veilig zijn voor gebruik en voldoen aan de geldende wetgeving. Degene die de levensmiddelen op de markt brengt is hiervoor verantwoordelijk. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ziet, naast de controle op het voedselveiligheidsplan en de naleving hiervan, ook toe op etikettering en vermelding van voedings- en gezondheidsclaims. Er bestaat voor voedingssupplementen geen notificatieplicht en er vindt geen beoordeling plaats voordat producten op de markt komen, zoals bij geneesmiddelen.

De NVWA treedt handhavend op tegen producten die een mogelijk gevaar vormen voor de gezondheid. Dit doet zij op basis van specifieke wetgeving, bijvoorbeeld het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten dat de aanwezigheid van een veertigtal kruiden verbiedt. Als er geen specifieke wetgeving bestaat voor een ingrediënt, is de NVWA aangewezen op de Algemene Levensmiddelen Verordening, die stelt dat levensmiddelen (dus ook voedingssupplementen) veilig moeten zijn. In geval van handhaving moet de NVWA door middel van een deskundigenverklaring aantonen dat een product met daarin één of meerdere ingrediënten in bepaalde hoeveelheden schadelijk is. Dat laatste blijkt in de praktijk erg lastig, omdat er vaak onvoldoende gegevens beschikbaar zijn. Als niet bewezen kan worden dat een product schadelijk is, dan kan de NVWA het product niet verbieden.