Acuut coronair syndroom na chemotherapie

Klinische praktijk
Mijntje B. Vastbinder
Henk Drost
Erik W. Muller
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158:A6940
Abstract

Dames en Heren,

Het is goed bekend dat patiënten met een maligniteit een verhoogd risico hebben op veneuze trombo-embolieën. Diepe veneuze trombose en longembolie treden op bij 5-60% van de patiënten met kanker, afhankelijk van het stadium, de behandeling en het type kanker (www.oncoline.nl/trombose-en-longembolie). Minder bekend is dat systemische therapie – chemotherapie of chemo-immunotherapie – ook verband houdt met arteriële complicaties, in het bijzonder cardiale ischemie.

In deze klinische les beschrijven wij 3 patiënten met een acuut coronair syndroom (ACS) kort nadat zij begonnen waren met de systemische behandeling van een maligniteit. Het tijdig herkennen van de relatie tussen systemische therapie en het optreden van een ACS is van belang voor het verdere oncologische beleid.

Patiënt A, een 75-jarige man met een blanco voorgeschiedenis op cardiaal gebied, werd gezien door de dienstdoende huisarts wegens pijn links op de borst. Deze verwees hem naar de Eerste Harthulp in…

Auteursinformatie

Slingeland Ziekenhuis, Doetinchem.

Afd. Interne Geneeskunde: drs. M.B. Vastbinder, aios Interne Geneeskunde (thans: Radboudumc, afd. Algemene Interne Geneeskunde, Nijmegen.); dr. E.W. Muller, internist-oncoloog.

Afd. Cardiologie: drs. H. Drost, cardioloog.

Contact drs. M.B. Vastbinder (mbvastbinder@gmail.com)

Verantwoording

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 27 maart 2014

Auteur Belangenverstrengeling
Mijntje B. Vastbinder ICMJE-formulier
Henk Drost ICMJE-formulier
Erik W. Muller ICMJE-formulier
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

In het lezenswaardige artikel ‘Acuut coronair syndroom na chemotherapie’ van Vastbinder en collegae staat een aanname die ik niet herken uit de klinische praktijk: “Secundaire preventie
met calciumantagonisten, bètablokkers of nitraten is niet bewezen effectief.” Citatie nummer 4 is overigens een review artikel, vanaf daar komt de lezer uiteindelijk bij ‘Cardiotoxicity of High-Dose Continuous Infusion Fluorouracil: A Prospective Clinical Study’ door de Forni et al. in J Clin Oncol, 1992. In deze studie werd 600 tot 1000 mg/m2 5-FU toegediend gedurende 4 of 5 dagen. Dit schema is niet representatief voor de praktiserende internist-oncoloog die met name capecitabine voorschrijft (825 mg/m2 tijdens chemoradiatie voor een rectumcarcinoom; 1000 tot 1250 mg/m2 voor colorectaal- of mammacarcinoom). Na het optreden van coronairspasmen en/of angina pectoris bij capecitabine gebruik is het mijn ervaring dat met bijstarten van nitroglycerine en een Ca-antagonist, zeker in de curatieve setting en wanneer het patiënten betreft zonder cardiovasculaire  risicofactoren, capecitabine of 5-FU kan worden geherintroduceerd met bevredigend resultaat. Wellicht hadden de auteurs beter kunnen verwijzen naar het artikel ‘Capecitabine-induced chest pain relieved by diltiazem’ door Ambrosy et al. in Am J Cardiol, 2012. Alle patiënten met angina pectoris bij capecitabine gebruik konden de behandeling vervolgen na introductie van de Ca-antagonist.
Op basis van deze ervaringen wordt geadviseerd een Ca-antagonist en eventueel nitroglycerine z.n. te introduceren bij patiënten met capecitabine-geïnduceerde angina pectoris. 

 

 

Michael van Geer, internist-oncoloog, Maasstadziekenhuis

Mijntje
Vastbinder

~~Wij danken collega van Geer voor zijn reactie. Farmacologische bescherming met behulp van calciumantagonisten en/of nitraten is zeker een interessante optie gezien het veel voorkomende mechanisme van 5FU-geïnduceerd coronairspasme. Echter, in de genoemde referentie worden  slechts vijf patienten beschreven,  bij wie cardiale ischemie optrad tijdens gebruik van capecitabine, en die met succes konden worden herbehandeld na starten van diltiazem. Een  dergelijk aantal is naar onze mening te gering voor bewijs van veiligheid. In een reactie op dit artikel  wordt  verwezen naar een studie bij  58 patiënten, bij wie profylaxe met verapamil 3dd 120 mg geen bescherming leek te bieden . De opvatting in de literatuur over dit onderwerp is dan ook dat de veiligheid en effectiviteit van farmacologische bescherming niet vaststaat. Recent verscheen een uitstekende studie bij 228 patiënten  die een inspanningstest ondergingen tijdens langdurige behandeling met 5FU. De auteurs formuleren vervolgens  een nuttig algoritme  voor de omgang met cardiale risico’s bij 5FU-infusie .

 

Mijntje Vastbinder

 

Eskilsson J, Acta Oncol 29: 1001-3, 1990
Lestuzzi C, Ann Oncol 25: 1059-64, 2014