Acute intoxicaties in de arbeidssituatie in Nederland
Open

Humaniora
14-04-1996
E. Bosch, T.S.J. Zutt, I. de Vries en T.J.F. Savelkoul

In de 20e eeuw heeft de chemische industrie zich in hoog tempo ontwikkeld, resulterend in een enorme toename van het aantal gesynthetiseerde chemische verbindingen. Geschat wordt dat de mens in zijn werkomgeving aan circa 60.000 chemische stoffen kan worden blootgesteld die een potentieel risico voor de gezondheid vormen.1 Deze stoffen kunnen gesynthetiseerd zijn of in de natuur voorkomen, zoals zwavelkoolstof, methaan en koolmonoxide. Blootstelling aan een chemische stof kan leiden tot een acute intoxicatie. Een acute intoxicatie wordt gedefinieerd als een eenmalige of intermitterende blootstelling aan een relatief hoge concentratie van een verbinding of een combinatie van verbindingen, waarbij op korte termijn lokale en (of) systemische schadelijke effecten op de gezondheid kunnen optreden. Allergische reacties en effecten die optreden door de fysische eigenschappen van stoffen (brandbaarheidexplosiviteit) vallen niet binnen deze definitie.

Bedrijfsongevallen met chemische stoffen en industriële calamiteiten zijn zeker niet denkbeeldig. Na de ontsnapping van een wolk methylisocyanaat in Bhopal (India) in 1984 vielen 2500 doden en tienduizenden gewonden te betreuren.2 De ramp in 1992 in Guadalajara (Mexico) door het vrijkomen van methaan confronteerde de wereld met 202 doden en 1500 gewonden.3 De explosie van een tank met benzoëzuur bij het bedrijf DSM in de Botlek in 1991 (6 doden) en de brand bij Cindu in Uithoorn in 1992 (3 doden) tonen aan dat het risico op ernstige chemische ongevallen ook in Nederland reëel is voor zowel bedrijven als omwonenden.4

Bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) komen jaarlijks meer dan 500 informatieverzoeken binnen van artsen die geconfronteerd worden met patiënten die acuut werden blootgesteld aan chemicaliën in de arbeidssituatie. Veel van deze acute arbeidsintoxicaties doen zich voor in de (chemische) industrie, de landbouw en de bouwnijverheid.5-7

Over de incidentie van het totale aantal acute arbeidsintoxicaties in Nederland is weinig bekend. In 1984 is onderzocht in hoeverre bestaande registratiesystemen inzicht kunnen geven in het vóórkomen van intoxicaties.8 Men bekeek de bestanden van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), SIG Zorginformatie in Utrecht, een ongevallenregister van een groot bedrijf en de gegevens van het NVIC. In totaal werden in dat jaar 690 vermoede intoxicaties in de arbeidssituatie zonder ziekenhuisopname, 84 met ziekenhuisopname en 5 ongevallen met chemicaliën met een dodelijke afloop geregistreerd.8 Het meest opvallende was echter dat er weinig overlap bestond tussen de verschillende bestanden. Ieder van de instanties bleek met een sterke selectie van gegevens te kampen. De belangrijkste aanbeveling van de onderzoekers betreft de ontwikkeling van een nieuw landelijk registratiesysteem.

REGISTRATIE VAN ACUTE ARBEIDSINTOXICATIES

In Nederland zijn de bedrijfsongevallencijfers van het CBS gebaseerd op ongevallen met minimaal 1 dag verzuim. De gegevens worden verkregen via de zogenaamde ongevallenformulieren die de bedrijfsverenigingen in het kader van de Ziektewet naar het Directoraat Generaal van de Arbeid (DGA) moeten sturen.9

Voor de Europese ontwikkelingen op het gebied van de bedrijfsongevallen is van belang het Eurostat-document ‘Methodologie voor de harmonisatie van Europese statistieken inzake arbeidsongevallen’. Hierin wordt een inventarisatie van de bestaande registratiesystemen in de verschillende lidstaten van de Europese Unie gegeven, met als doel ondersteuning te kunnen bieden bij het opzetten van programma's voor ongevallenpreventie. Mogelijk wordt een Europese databank opgericht, waarin de gegevens van alle lidstaten zijn verwerkt.10 Ook internationaal kampen de bestaande registratiesystemen echter met een selectie van gegevens betreffende bedrijfsongevallen met chemische stoffen. In Duitsland is door het Hauptverband der gewerblichen Berufsgenossenschaften een rapport uitgegeven ‘Arbeitsschutz und Unfallstatistik 1988’. Hierin worden percentages van 1 tot 4 voor ‘Chemieunfälle’ genoemd, afhankelijk van het ‘Arbeitsbereich’ of de branche.11 In deze Unfallstatistik worden alleen bedrijfsongevallen met meer dan 3 dagen verzuim geregistreerd, een criterium dat ook in de Europese kaderrichtlijn van 1989 gehanteerd wordt.10

Om een indruk te krijgen van de incidentie van bedrijfsongevallen met chemische stoffen, hebben wij getracht een globale schatting op basis van bestaande gegevens te maken. Het Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden heeft op basis van gegevens uit buitenlandse registratiesystemen geschat dat in Nederland per jaar 287.000 bedrijfsongevallen voorkomen, 150.000 meer dan momenteel worden geregistreerd.12 Door de Stichting Consument en Veiligheid is een telefonische enquête onder Nederlandse volwassenen gehouden waarin het voorkomen van ongevallen onderzocht werd; het aantal bedrijfsongevallen per jaar wordt in dit onderzoek geschat op 285.000.13 De bedrijfsongevallenregistratie van een groot Nederlands industrieel bedrijf toont aan dat in 4 van de gevallen blootstelling aan een chemische stof heeft bestaan. Het NVIC heeft in eerder onderzoek laten zien dat 2 à 3 van de ongeval len in een aantal grote industriële bedrijven ongevallen met chemische stoffen zijn.14 Indien deze percentages worden gecombineerd met bovenstaande schattingen, komen in Nederland per jaar tussen 5.000 en 10.000 bedrijfsongevallen met chemische stoffen voor. Deze schatting vormt een duidelijk contrast met de gegevens van het CBS, die in 1984 in de Statistiek der Bedrijfsongevallen slechts 425 ongevallen door chemische agentia registreerde.8

ONDERRAPPORTAGE VAN ACUTE ARBEIDSINTOXICATIES

Het verschil tussen de officiële cijfers en onze (grove) schatting is onder andere te verklaren door middel van een analyse van het registratieproces vanaf de werkvloer tot aan de CBS-statistiek. Verliezen ten opzichte van het werkelijke aantal accidenten kunnen op verschillende punten in het traject voorkomen. Men vermoedt dat veel ongevallen door de werknemers zelf niet worden gemeld. Verschillende redenen zijn aan te geven: angst voor reacties van collega's of bedrijfsleiding, optreden van laksheid door het vaak vóórkomen van blootstelling en acceptatie van (kortstondige) effecten, niet-melden door grote werkdruk, het niet kennen van de risico's van een stof door gebrek aan voorlichting.

Zoals uit onderzoek naar de registratie van beroepsziekten is gebleken, zal op het niveau van de werkgever het grootste verlies aan registratiegegevens optreden.15 Voor een belangrijk deel wordt dit veroorzaakt door onbekendheid met de inhoudelijke verplichtingen die in de Arbowet worden gesteld. Hoewel het vanaf 1 januari 1988 verplicht is voor bedrijven om beroepsziekten en ongevallen te melden en zelf ook een ongevallenregister bij te houden,16 worden met name in het midden- en kleinbedrijf nog geen registraties gevoerd.17 In grotere bedrijven is meestal wel een register aanwezig. Ongevallen met chemische stoffen kunnen vaak niet of moeilijk achterhaald worden, omdat ze niet in een aparte categorie worden geregistreerd. De vorm en inhoud van de ongevallenregisters zijn namelijk niet gestandaardiseerd, waardoor gegevens van verschillende registrerende instanties onderling moeilijk vergelijkbaar zijn.

De komende jaren wordt het voor ieder bedrijf verplicht om zich tot een Arbodienst te wenden voor ondersteuning van de risico-inventarisatie en -evaluatie en de terugdringing van het ziekteverzuim (TZ-wet).

Sinds 1 januari 1994 werken veel bedrijven in het kader van de TZ-wet met de zogenaamde Eigen Verklaring, een formulier waarop de werknemer aangeeft aan de Arbodienst waarom wordt verzuimd. In het algemeen wordt een werknemer pas na 2 tot 3 weken verzuim opgeroepen door de bedrijfsarts. Een belangrijk kenmerk van bedrijfsongevallen met chemische stoffen is het veelal kortdurende verzuim, soms zelfs minder dan 1 dag, waardoor registratie vaak niet plaatsvindt.

BESCHOUWING

Voor de preventie van bedrijfsongevallen met chemische stoffen zijn ook de oorzaken en determinanten van de minder ernstige ongevallen van belang als signaal voor risicovolle arbeidsomstandigheden. Een goede analyse van dergelijke ongevallen is onontbeerlijk en zonder een goede ongevallenregistratie is dit onmogelijk. Gekozen kan worden voor steekproef-dataverzameling en -analyse, waarbij zo nauwkeurig mogelijk aan de hand van bepaalde representatieve punten geregistreerd wordt. Deze methode wordt momenteel gevolgd voor de melding en registratie van beroepsziekten voor het zogenaamde Eurotop-31-project. Het recentelijk opgerichte Nederlands Centrum voor beroepsziekten (Academisch Medisch Centrum, Amsterdam),1819 heeft voor dit project een netwerk opgezet waarvan 80 bedrijfsartsen, verspreid over de Nederlandse Arbodiensten, deel uitmaken. Dit project wordt gesteund door de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Sociale Zaken en Werkgelegenheid.20 Voordelen van een dergelijke aanpak ten opzichte van een grootschalig registratiesysteem zijn de lagere kosten en hogere kwaliteit van de gegevens. Een landelijk registratiesysteem voor acute intoxicaties in de arbeidssituatie, zoals aanbevolen door De Kort en Sangster,8 biedt echter de mogelijkheid dat minder vaak voorkomende ongevallen eerder zichtbaar worden en dat beroepen met weinig beoefenaren in beeld kunnen komen. De (vermoedelijk) lage frequentie waarmee specialisten en huisartsen worden geconfronteerd met chemische bedrijfsongevallen, maakt een centraal informatiepunt, zoals het NVIC in het geval van bijzondere acute intoxicaties, vanuit behandelings- en preventieoogpunt onontbeerlijk.21-24 Ook kan worden vastgesteld waar eerstehulpprotocollen voor bepaalde stoffen nodig zijn om ernstige gevolgen, langdurig of blijvend letsel en arbeidsverzuim te voorkomen.

Ontwikkelingen in de politiek doen vermoeden dat in de toekomst steeds meer behoefte zal zijn aan de mogelijkheid van het maken van onderscheid tussen ziekteverzuim door arbeidsongevallen en privé-ongevallen. Wanneer het stelsel van sociale zekerheid nog meer onder druk komt te staan, zouden de verzekeraars kunnen beslissen alleen uit te keren bij beroepsgebonden oorzaken van arbeidsongeschiktheid.25 Er gaan ook stemmen op dat de kosten van bedrijfsongevallen ten laste van de werkgevers moeten komen, indien van aantoonbare nalatigheid sprake zou zijn.

Momenteel wordt door de Universiteit Utrecht een project uitgevoerd, waarin de haalbaarheid van een registratiesysteem voor bedrijfsongevallen met chemische stoffen wordt onderzocht. Een van de doelen van het project is een proces te initiëren, dat ertoe moet leiden dat ook de minder ernstige acute intoxicaties binnen het aandachtsgebied blijven. Een nauwkeurige registratie en analyse van de oorzaken, effecten en de behandeling van (met name) kleinere bedrijfsongevallen met chemische stoffen levert belangrijke kennis en informatie op. Dit is in het belang van alle betrokkenen: behandelende artsen, werknemers, werkgevers en de bedrijfsgezondheidszorg.

Literatuur

  1. Stacey NH. Introduction to occupational toxicology. In:Stacey NH, editor. Occupational toxicology. Londen: Taylor Francis,1993:3-13.

  2. Pietersen CM, Bruggeman JM. Evaluatie ramp in Bhopal inrelatie tot arbeidsveiligheid. Directoraat Generaal van de Arbeid(DGA)-publicatie S 34. Voorburg: Ministerie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid, 1987.

  3. Health aspects of chemical accidents. Guidance on chemicalaccident awareness, preparedness and response for health professionals andemergency responders. OECD environmental monograph nr 81. Parijs:IPCSOECDUNEPWHO, 1994.

  4. Ravenzwaaij A. Risico-informatie in het veiligheidsbeleid.Een analyse van de bruikbaarheid van kwantitatieve risico-informatie in hetNederlandse externe veiligheidsbeleid proefschrift. Utrecht:Universiteit Utrecht, 1994.

  5. Vries I de, Laar RTH van de, Meulenbelt J. Acutework-related poisoning by organic solvents in the Netherlands. DGA-publicatieS 170. Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,1994.

  6. Laar RTH van de, Vries I de, Meulenbelt J. Acutearbeidsintoxicaties door gebruik van bestrijdingsmiddelen in de bos-, land- en tuinbouw. DGA-publicatie S 162. Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid, 1993.

  7. Laar RTH van de, Vries I de, Meulenbelt J. Acutearbeidsintoxicaties door gebruik van etsende verbindingen, schoonmaakmiddelenen desinfectantia. RIVM-rapportnr 348708011. Bilthoven: RIVM, 1994.

  8. Kort WLAM de, Sangster B. Acute intoxicaties in dewerksituatie. DGA-publicatie S 20. Voorburg: Ministerie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid, 1986.

  9. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). CBS Statistiekder bedrijfsongevallen. Centraal Bureau voor de Statistiek 1988. Voorburg:CBS, 1991.

  10. Clarke RC. Methodologie voor de harmonisatie van Europesestatistieken inzake arbeidsongevallen. Luxemburg: Bureau voor officiëlepublikaties der Europese Gemeenschappen, 1992.

  11. Hoffmann B. Arbeitsschutz und Unfallstatistik 1988.Schriftenreihe des Hauptverbandes der gewerblichen Berufsgenossenschaften.Sankt Augustin: Hauptverband der gewerblichen Berufsgenossenschaften,1990.

  12. Geurts L, Prins R. Ongevallenregistratie enInformatiegebruik. Ontwikkelingen en ervaringen met betrekking totarbeidsongevallenstatistiek in Nederland, West-Duitsland en de USA.Amsterdam: Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden, 1982.

  13. Montfoort GLM van, Galen WCC van, Harris S. Ongevallen inNederland. Een onderzoek naar privé-, verkeers-, sport- enbedrijfsongevallen in de periode augustus 1986-augustus 1987. Amsterdam:Stichting Consument en Veiligheid, 1988.

  14. Zutt TSJ, Laar RTH van de, Vries I de, Meulenbelt J.Vooronderzoek ten behoeve van project ‘Acute intoxicaties in dearbeidssituatie in Nederland’. RIVM-rapportnr 348708008. Bilthoven:RIVM, 1992.

  15. Willems JHBM. De melding van beroepsziektenproefschrift. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam,1987.

  16. Bangert J, Boere AHM, Boesten AJM, Gatsonides JR,redacteuren. Handboek arbeidsomstandighedenwetgeving. Alphen aan den Rijn:Samson bedrijfsinformatie, 1995.

  17. Andriessen S. Met name kleine bedrijven onbekend met art.9 verplichting. Arbeidsomstandigheden 1991;67:813-5.

  18. Verbeek JHAM. Beroepsziekten in Nederland; tijd voorbundeling van krachten. Ned TijdschrGeneeskd 1993;137:1519-22.

  19. Blijswijk M van, Korstjens G. Centrum voor Beroepsziektenheeft zeker bestaansrecht. Arbeidsomstandigheden 1992;68:663-5.

  20. Laan G van der. Op weg naar protocollering vanberoepsziekten. Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidS-10-4, 1992.

  21. Hustinx WNM, Laar RTH van de, Huffelen AC van, Verwey JC,Meulenbelt J, Savelkoul TJF. Systemic effects of inhalational methyl bromidepoisoning: a study of nine cases occupationally exposed due to inadvertentspread during fumigation. Br J Ind Med 1993;50:155-9.

  22. Meulenbelt J, Remmert HP, Hofstee AWM, Savelkoul TJF.Acute blootstelling aan chloorgas in zweminrichtingen. Instructie voor EersteHulpverlening. RIVM-rapportnr 348201003. Bilthoven: RIVM, 1988.

  23. Zwaveling JH, Kort WLAM de, Meulenbelt J, Hezemans-BoerM, Vloten WA van, Sangster B. Exposure of the skin to methyl bromide: a studyof six cases occupationally exposed to high concentrations during fumigation.Hum Toxicol 1987;6:491-5.

  24. Hegger C, Savelkoul TJF, Wijnbergen AB, Meulenbelt J.Acute koolmonoxide-intoxicatie bij negen personen. RIVM-rapportnr 349101002.Bilthoven: RIVM, 1991.

  25. Willems JHBM. Compensatie voor beroepsziekten enbedrijfsongevallen. Sociale vernieuwing, of een stap terug in de tijd?Arbeidsomstandigheden 1991;67:306-10.