Acute hoge-luchtwegobstructie bij volwassenen

Klinische praktijk
E.P. Walma
A.H. Bode-Nuis
H.J. Dokter
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1988;132:1729-31

Dames en Heren,

De relevantie van een bepaald ziektebeeld voor de huisarts is groter naarmate zijn tijdige diagnose en interventie belangrijker zijn voor de afloop. Dit geldt ook voor zeldzame ziektebeelden zoals deze klinische les moge aantonen.

Tijdens het jaarlijks kerstdiner in het plaatselijke verzorgingshuis was als hoofdgerecht varkenshaas met groentegarnituur opgediend. Plotseling ontstond tumult rond patiënt A, een 85-jarige man. Een huisarts die eveneens deelnam aan het diner snelde toe en zag een cyanotische, niet meer ademende man, die onderuit gezakt in zijn stoel hing en niet meer reageerde op aanspreken. De echtgenote van de patiënt sprak de veronderstelling uit, dat hij een groot stuk vlees zonder kauwen doorgeslikt moest hebben. De huisarts verwijderde de gebitsprothese en kon gemakkelijk met alle vingers in de mond de keel palperen en diep in de keel voelde hij een stuk vlees zitten. Hij verwijderde vervolgens een stuk varkenshaas. Reanimatie volgde en een…

Auteursinformatie

Rotterdams Universitair Huisartsen Instituut, Mathenesserlaan 264 a, 3021 HR Rotterdam.

E.P.Walma (tevens huisarts te Schoonhoven) en prof.dr.H.J.Dokter, huisartsen.

A.H.Bode-Nuis, huisarts te Breda.

Contact E.P.Walma

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

M.E.
van Zanten

Almelo, september 1988,

In de klinische les van Walma et al. wordt het klinische beeld van de epiglottitis bij de volwassene besproken (1988;1729-31). In principe wijken de symptomen bij een volwassene niet af van die bij kinderen met dezelfde aandoening. Alleen is het verloop over het algemeen minder dramatisch.1

Er wordt mijns inziens ten onrechte gesproken over stridor. Bij epiglottitis is er een uitgesproken dyspnoe ten gevolge van een belemmerde ademhaling, die niet zo zeer gekenmerkt wordt door een stridor als wel door ‘hokkende obstructiegeluiden’ bij de inademing. De patiënt hapt als een vis naar adem.

M.E. van Zanten
Literatuur
  1. Zanten ME van. Het benauwde kind. [LITREF JAARGANG="1984" PAGINA="1953"]Ned Tijdschr Geneeskd 1984; 128: 1953.[/LITREF]

Rotterdam, oktober 1988,

Wij danken collega Van Zanten voor zijn aanvulling op onze klinische les. In het klassieke leerboek der anamnese en der fysische diagnostiek van Formijne wordt stridor omschreven als hoorbare ademhaling.1 Ook ‘hokkende obstructiegeluiden’ zouden wij daarom nog wel een stridor willen noemen. Overigens menen wij dat de uitgebreidheid en de verdeling van de supraglottische zwelling invloed hebben op het karakter van de stridor.

E.P. Walma
A.H. Bode-Nuis
H.J. Dokter
Literatuur
  1. Formijne P. Leerboek der anamnese en der physische diagnostiek. Amsterdam: Scheltema & Holkema, 1947.

Singapore, november 1988,

Aan de belangwekkende klinische les van collegae Walma, Bode-Nuis en Dokter (1988;1729-31) kan nog worden toegevoegd, dat het inbrengen van 4 punctienaalden met een flinke diameter boven het jugulum precies in de mediaanlijn bij acute luchtwegobstructie ‘hogerop’ vlugger gaat en makkelijker is dan een tracheotomie, die daarna volgen moet/kan.

Ik heb dit één keer aldus bij een kind gedaan en het werkte. Het kind maakte zelf nog adembewegingen en het inzuigen van de lucht op het moment van penetratie in de trachea was goed te horen. Drie naalden waren voldoende. Een bijstander moet bij het puncteren het hoofd goed achterover houden ter presentatie van de hals. Ergo: 4 flinke punctienaalden in de huisartsentas.

P. Egyedi

Rotterdam, november 1988,

Wij danken collega Egyedi voor zijn reactie. Gaarne hadden wij in onze klinische les over acute hoge-luchtwegobstructie bij volwassenen ook aandacht willen besteden aan de methoden om in noodsituaties een artificiële ademweg te maken. De beperkt beschikbare ruimte liet dat echter niet toe.

Puncteren met de daarvoor speciaal ontwikkelde troicart volgens Uecerkmann-Denker in de membrana cricothyreoidea lijkt een relatief veilige en snelle methode. Een nadeel ervan is de veelal niet directe beschikbaarheid van het instrument. De primitieve ingreep van het incideren van de membrana cricothyreoidea heeft als voordeel dat men slechts over het universeel beschikbare ‘mes’ hoeft te beschikken en als nadeel dat de kans op een ernstige bloeding groter is. Puncteren met dikke holle naalden, zoals collega Egyedi schrijft, is ook een alternatief, maar zeker bij volwassenen zal men toch over zeer dikke naalden (2,5-3 mm) dienen te beschikken. Deze zouden dan door de huisarts in plaats van de troicart speciaal voor dit doel moeten worden aangeschaft. Het nadeel van de veelal niet directe beschikbaarheid is dan hetzelfde als bij de troicart. De gebruikelijke, wegwerp-opzuignaalden (1,1-1,65 mm) zijn voor dit doel niet geschikt, tenzij men meer dan 10 naalden gebruikt.

E.P. Walma
A.H. Bode-Nuis
H.J. Dokter