Beste collega’s,
In dit artikel beschrijven wij het acute en onverwachte overlijden van een 2-jarig kind door een hoge luchtwegobstructie. Wij roepen op om de ketenzorg voor jonge kinderen met acute luchtwegproblemen goed af te stemmen en samen verder te ontwikkelen.
Patiënt, een 2-jarige jongen, was sinds een aantal weken bekend met recidiverende droge hoestbuien, stridor en een aanhoudende verandering van zijn stemgeluid. Zijn voorgeschiedenis bestond uit eczeem en benauwdheid bij een virale infectie waarvoor salbutamol zo nodig was voorgeschreven. De huisarts overlegde met een kinderarts en een kno-arts; aanvankelijk werd medicamenteuze behandeling en een vangnetadvies gegeven. Het kind werd vervolgens opnieuw gezien door de huisarts vanwege bovenste-luchtwegklachten; de huisarts verwees hem naar de kinderarts vanwege een stridor en dyspneu. Tijdens een korte opname ter observatie reageerde met name de dyspneu goed op dexamethason. Gezien het klinisch beeld stond laryngitis subglottica…
bovenste luchtwegobsgtructie bij een kind
Met interesse lazen wij bovenstaande casus. Uiteraard beseffen wij terdege hoe moeilijk de opvang en intubatie is van een kind met een bovenste luchtwegobstructie. Deze casus moet voor alle betrokken zorgverleners een grote impact hebben gehad, en juist daarom is het absoluut te prijzen dat zij dit hebben gepubliceerd.
Het voelt wat ongepast om commentaar te leveren op een dergelijke dramatische casus. Toch denken we dat de nadruk die in het artikel, en met name in de uitgebrachte LinkedIn post, wordt gelegd op de boodschap bij jonge kinderen is cricothyrotomie niet effectief als noodluchtweg, een scalpeltracheotomie wel, niet juist is. Deze conclusie wekt namelijk de onjuiste indruk dat bij een jong kind de scalpeltracheotomie altijd de beste optie is voor een spoedinterventie in een cannot intubatie cannot oxygenate scenario. Uit de literatuur blijkt echter dat iedere vorm van front-of-neck-access bij jonge kinderen (ook scalpeltracheotomie) een grote kans op falen kent, en als het wel lukt zoveel tijd in beslag neemt dat er inmiddels hersenschade is opgelopen ten gevolge van hypoxie.(1,2) Dit wordt helaas door deze casus onderstreept.
De boodschap is daarom niet: doe een scalpeltracheotomie, maar: hoe voorkomen we bij een kind dat we in dit noodscenario terecht komen? Een starre tracheobronchoscopie door de KNO-arts had in deze casus zeer waarschijnlijk sneller een luchtweg gecreëerd, en heeft dan ook een plaats in (inter)nationale kinderluchtweg algoritmes. (3,4)
De aanpak van deze casus heeft veel overeenkomsten met de opvang van een kind met epiglottitis. Een ziektebeeld dat t/m de jaren ‘90 vaak voorkwam, en door Haemophilus influenzae type b vaccinaties inmiddels zeldzaam is geworden.(5) De aanpak was (en is ook nu nog): als de eerste poging tot intubatie faalt, doe direct een starre bronchoscopie. Het kind is weer te oxygeneren over de ventilatiebronchoscoop, en daarna te intuberen (eventueel via een voerder).(3,4) Of de tube wordt direct over de starre optiek geschoven waarna meteen na inbreng van deze optiek het kind geïntubeerd is. Het lijkt erop dat de kennis en vaardigheden om de starre bronchoscopie bij jonge kinderen uit te voeren, samen met het ziektebeeld epiglottitis, zijn weggezakt.
Dat leidt er toe dat bij kinderen met een dreigende bovenste luchtwegobstructie men zich onvoldoende bekwaam acht of onbewust is van deze optie om de luchtweg te zekeren. Toch is het zo dat een starre scopie bij een jong kind eenvoudiger en sneller is dan een scalpeltracheotomie met hogere kans van slagen in de acute setting, ook in onervaren handen.
Wij denken dan ook dat het van groot belang is dat algemene ziekenhuizen die zorgen voor kinderen, meer training krijgen in starre scopie en de opvang van het kind met een dreigende bovenste luchtwegobstructie. Het lijkt er bovendien op dat de incidentie van epiglottitis door de dalende vaccinatiegraad weer toeneemt.(5) Het is daarom tijd om iedereen meer bewust te maken van deze optie.
De conclusie in het artikel dat de ketenzorg voor acute kinderen van groot belang is en dat er, naast contact met een kinderIC, ook moet worden overlegd met kinderanesthesioloog en kinder-KNO arts met luchtwegexpertise, ondersteunen wij van harte. Maar algemene ziekenhuizen zullen ook in staat moeten blijven om de acute zorg voor kinderen te kunnen blijven leveren. Overplaatsen is in bij een dreigende bovenste luchtwegobstructie namelijk geen optie meer.