Specifiek-IgE-bepaling bij voedselallergie
Open

Labquiz
08-07-2013
Jacquelien J.G. Hillebrand, W.M.A.J. (Jeroen) Miesen en A.H.L. (Leontine) Mulder

Bij patiënten met vermeende allergische reacties op voedingsmiddelen is de interpretatie van specifiek-IgE-uitslagen niet altijd eenduidig. Testuitslagen kunnen soms meer vragen oproepen dan antwoorden geven. Aan de hand van 2 casussen proberen wij u wegwijs te maken in de interpretatie van deze testuitslagen.

Casus 1

Patiënt A, een 12-jarig meisje, krijgt direct na het eten van een boterham met pindakaas last van urticaria. De urticaria blijven beperkt tot het gezicht en zijn na enkele uren verdwenen. Zij heeft niet eerder deze klachten gehad, maar heeft wel sinds 4 jaar last van ernstige rinorroe, jeuk, conjunctivitis en vermoeidheid, vooral in de zomer. Vader en dochter gaan naar het spreekuur van de huisarts, omdat ze vrezen voor een pinda-allergie. Ondanks dat de NHG-standaard ‘Voedselovergevoeligheid’ dit afraadt, wordt er laboratoriumonderzoek verricht (tabel).

Welke van onderstaande beweringen is of zijn juist?

  • 1a De waarschijnlijkheid dat patiënt A met deze verschijnselen een klinisch relevante pinda-allergie heeft, kan worden vergroot of verkleind door aanvullend serologisch onderzoek.

  • 1b De hoge concentratie van specifiek IgE tegen pinda in combinatie met de urticaria op het gezicht bevestigen een pinda-allergie. Het advies aan patiënt is om producten met pinda levenslang te mijden vanwege het risico op levensbedreigende anafylaxie bij een volgende consumptie.

  • 1c Pinda-allergie kan alleen worden aangetoond met een orale provocatietest. Een verhoogde concentratie specifiek IgE tegen pinda is niet altijd gerelateerd aan klinische klachten.

  • 1d Vanwege de hoge concentratie specifiek IgE tegen pinda dient verder onderzoek ingezet te worden naar notenallergie.

Casus 2

Patiënt B is een 9-jarige jongen. Zijn moeder bespeurt sinds dit voorjaar dat hij lichte jeuk krijgt rond de lippen na het eten van appels. De klachten blijven beperkt tot jeuk en zijn veelal kortdurend. Patiënt heeft sinds 2 jaar rinitis, voornamelijk in de lente. Huidtesten die in het verleden werden gedaan, toonden reacties op boompollen aan; hiervoor werd geen therapie gestart. Moeder en patiënt gaan naar het spreekuur van de huisarts, omdat ze vermoeden dat hij een appelallergie heeft ontwikkeld. De huisarts doet laboratoriumonderzoek, ook al wordt dit afgeraden door de NHG-standaard (zie de tabel).

Welke van onderstaande beweringen is of zijn juist?

  • 2a De specifieke IgE-reacties op berk en appel berusten op een kruisreactiviteit die verdere diagnostiek behoeft.

  • 2b De verhoogde concentratie specifiek IgE tegen appel bewijst een appelallergie. Het advies aan patiënt is om consumptie van appels levenslang te mijden om levensbedreigende voedselreacties te voorkomen.

  • 2c Vanwege de verhoogde concentratie specifiek IgE tegen appel dient verder laboratoriumonderzoek ingezet te worden naar specifiek IgE tegen andere steenvruchten.

  • 2d Geen van bovenstaande beweringen is juist.


Literatuur

  1. Lucassen PLBJ, Albeda FW, Van Reisen MT, Silvius AM, Wensing C, Luning-Koster MN. NHG-standaard M47 Voedselovergevoeligheid. Eerste herziening. link. Huisarts Wet. 2010:10:537-53.

  2. Dubois E. Dubbelblinde provocatietest is veilig en superieur. VoedingsMagazine. 2008;3:20-2.

  3. Du Toit G, Santos A, Roberts G, Fox AT, Smith P, Lack G. The diagnosis of IgE-mediated food allergy in childhood. Pediatr Allergy Immunol. 2009;20:309-19.

  4. Miesen WM. Diagnostiek bij allergische rhinitis. Modern Medicine. 2006;3:62-3.

  5. Lack G. Food allergy. N Engl J Med. 2008;12:1252-60.

  6. Hospers IC, de Vries-Vrolijk K, Brand PL. Dubbelblinde placebogecontroleerde koemelkprovocaties bij kinderen met vermeende koemelkallergie, in een algemeen ziekenhuis: diagnose verworpen bij twee derde van de kinderen. link. Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:1292-7.

  7. Brand PL, Dubois AE. Diagnostiek van voedselallergie bij kinderen. link. Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:2188-90.

  8. Busari J, Janssen C, Kaper J. Poli koemelkallergie bespaart kosten. Med Contact. 2013;68:220-2.

  9. Sampson HA, Ho DG. Relationship between food-specific IgE concentrations and the risk of positive food challenges in children and adolescents. J Allergy Clin Immunol. 1997;100:444-51.

  10. Yunginger JW, Ahlstedt S, Eggleston PA, Homburger HA, Nelson HS, Ownby DR, et al. Quantitative IgE antibody assays in allergic diseases. J Allergy Clin Immunol. 2000;105:1077-84.

  11. Celik-Bilgili S, Mehl A, Verstege A, Staden U, Nocon M, Beyer K, et al. The predictive value of specific immunoglobulin E levels in serum for the outcome of oral food challenges. Clin Exp Allergy. 2005;35:268-73.

  12. Sampson HA. Utility of food-specific IgE concentrations in predicting symptomatic food allergy. J Allergy Clin Immunol. 2001;107:891-96.

  13. García BE, Lizaso MT. Cross-reactivity syndromes in food allergy. J Investig Allergol Clin Immunol. 2011;21:162-70.

  14. Zuidmeer L, van Ree R. Kruisreactiviteit. Ned Tijdschr Klin Chem Labgeneesk. 2006;33:29-34.

  15. Schirmer T, Hoffimann-Sommergrube K, Susani M, Breiteneder H, Markovic-Housley Z. Crystal structure of the major celery allergen Api g 1: molecular analysis of cross-reactivity. J Mol Biol. 2005;5:1101-9.

  16. Baatenburg-de Jong AB, Dikkeschei LD, Brand PL. Sensitization patterns to food and inhalant allergens in childhood: a comparison of non-sensitized, monosensitized, and polysensitized children. Pediatr Allergy Immunol. 2011;22:166-71.

  17. Sanz ML, Blázquez AB, Garcia BE. Microarray of allergenic component-based diagnosis in food allergy. Curr Opin Allergy Clin Immunol. 2011;11:204-9.

  18. Caubet JC, Kondo Y, Urisu A, Nowak-Węgrzyn A. Molecular diagnosis of egg allergy. Curr Opin Allergy Clin Immunol. 2011;11:210-5.

  19. Asarnoj, Mittag D, Akkerdaas J, Ballmer-Weber BK, Vogel L, Wensing M, et al. Ara h 8, a Bet v 1-homologous allergen from peanut, is a major allergen in patients with combined birch pollen and peanut allergy. J Allergy Clin Immunol. 2004;114:1410-7.

  20. Shreffler WG, Beyer K, Chu TH, Burks AW, Sampson HA. Microarray immunoassay: association of clinical history, in vitro IgE function, and heterogeneity of allergenic peanut epitopes. J Allergy Clin Immunol. 2004;113:776-82.