Laboratoriumdiagnostiek bij hypo- en hypercalciëmie
Open

Labquiz
12-01-2012
Marcel J.W. Janssen, Robert Y. van der Velde, Joost C.J.M. Swaanenburg en Joop P.W. van den Bergh

 

De calciumhomeostase is een complex proces. Er zijn verschillende bepalingen die kunnen worden aangevraagd bij patiënten met een hypo- of hypercalciëmie, maar de interpretatie van de resultaten is niet altijd eenvoudig. In deze LabQuiz worden de klinisch-chemische differentiaaldiagnostiek en de achtergronden van de laboratoriumbepalingen uiteengezet.

Casus 1

Patiënt A, een 49-jarige vrouw wordt na een fractuur van de rechter pols als gevolg van een val verwezen naar de fractuur- en osteoporosepolikliniek voor aanvullende analyse. Patiënte heeft geen klachten, gebruikt geen medicatie en de tractusanamnese levert geen bijdragende gegevens op. Bij lichamelijk onderzoek zien wij een gezonde vrouw, in goede voedingstoestand. Er worden geen afwijkingen vastgesteld. De bevindingen van oriënterend laboratoriumonderzoek staan in tabel 1.

Wat is uw waarschijnlijkheidsdiagnose? Kies één van de onderstaande mogelijkheden.

  • 1a Hypercalciëmie door een maligniteit

  • 1b Hypercalciëmie door primaire hyperparathyreoïdie

  • 1c Hypercalciëmie door een vitamine D-intoxicatie

  • 1d Hypercalciëmie door familiaire hypocalciurische hypercalciëmie

Casus 2

Patiënt B, een 65-jarige vrouw wordt verwezen naar de polikliniek Interne geneeskunde vanwege al langer bestaande buikklachten, een wisselend defecatiepatroon met af en toe diarree, tintelingen in de vingers en spierkrampen. Bij lichamelijk onderzoek maakte patiënte een licht anemische indruk, er waren geen aanwijzingen voor hyper- of hypothyreoïdie en haar BMI was 18 kg/m2. De bevindingen bij laboratoriumonderzoek staan in tabel 1.

Wat is uw waarschijnlijkheidsdiagnose? Kies één van de onderstaande mogelijkheden.

  • 2a Hypocalciëmie door hypomagnesiëmie

  • 2b Hypocalciëmie door een vitamine D-deficiëntie

  • 2c Hypocalciëmie door hypoparathyreoïdie

  • 2d Hypocalciëmie door pseudohypoparathyreoïdie

 

Literatuur

  1. Oberhuber G, Granditsch G, Vogelsang H. The histopathology of coeliac disease: time for a standardized report for pathologists. Eur J Gastroenterol Hepatol. 1999;11:1185–94.

  2. Reichel H, Esser A, Roth HJ, Schmidt-Gayk H. Influence of PTH assay methodology on differential diagnosis of renal bone disease. Nephrol Dial Transplant. 2003;18:759-68 Medline. doi:10.1093/ndt/gfg144

  3. Goodman WG. The evolution of assays for parathyroid hormone. Semin Dial. 2005;18:296-301 Medline. doi:10.1111/j.1525-139X.2005.18405.x

  4. Gezondheidsraad. Naar een toereikende inname van vitamine D. Publicatie nr 2008/15. Den Haag: Gezondheidsraad; 2008.

  5. Sanders GT, Huijgen HJ, Sanders R. Magnesium in disease: a review with special emphasis on the serum ionized magnesium. Clin Chem Lab Med. 1999;37:1011-33 Medline. doi:10.1515/CCLM.1999.151

  6. Raymakers JA, Kreutzer HJA, Schneeberger P. Interpretatie van medisch laboratoriumonderzoek. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2005.

  7. Stöckl D, Sluss PM, Thienpont LM. Specifications for trueness and precision of a reference measurement system for serum/plasma 25-hydroxyvitamin D analysis. Clin Chim Acta. 2009;408:8-13 Medline. doi:10.1016/j.cca.2009.06.027

  8. Viljoen A, Singh DK, Farrington K, Twomey PJ. Analytical quality goals for 25-vitamin D based on biological variation. J Clin Lab Anal. 2011;25:130-3 Medline. doi:10.1002/jcla.20446