Koolhydraatdeficiënt transferrine en ethylglucuronide
Open

Markers van alcoholgebruik
Labquiz
03-06-2013
Erik P. Paling en Leendert J. Mostert

Voor alcoholproblematiek is de laboratoriumdiagnostiek in de laatste 10 jaar verbeterd. In deze labquiz worden de interpretatie en de achtergronden van de bepalingen van koolhydraatdeficiënt transferrine (CDT) en ethylglucuronide (EtG) uitgelegd.

Casus 1

Patiënt A, een 44-jarige man, komt bij de huisarts met klachten van depressie en moeheid die begonnen zijn na een reorganisatie op het werk. De bevindingen van laboratoriumonderzoek zijn (referentiewaarden tussen haakjes): BSE: 8 mm (1-15); Hb: 9,5 mmol/l (8,5-11,0); MCV: 92 fl (80-100); creatinine: 75 μmol/l (60-110), ASAT: 48 U/l (0-35), ALAT: 53 U/l (0-45), γ-GT: 48 U/l (0-55), CDT: 2,5% (capillair-elektroforesemethode ‘CEoFix CDT’; negatief: 0-1,9%; positief: > 1,9%); TSH: 2,8 mIU/l (0,4-4,3).

Zijn onderstaande beweringen juist of onjuist?

1a Een verhoogde CDT-waarde wijst op alcoholmisbruik.

1b Een niet-afwijkende γ-GT-waarde bij een verhoogde CDT-waarde sluit alcoholmisbruik uit.

1c Een ASAT/ALAT-ratio < 1 sluit leverschade door alcohol uit.

1d Niet-afwijkende waarden voor MCV en γ-GT en een ASAT/ALAT-ratio lager dan 1 sluiten alcoholmisbruik uit.

Casus 2

Patiënt B, een 32-jarige vrouw die verslaafd is aan alcohol, komt ...