Hemolyse: rol van directe antiglobulinetest en eluaat

Labquiz
19-01-2018
Henrike M. Hamer, Erik A. Beckers en Yvonne M. Henskens

Casus 1

Patiënt A, een 85-jarige vrouw, komt bij de internist vanwege vermoeidheid, misselijkheid en dyspneu sinds een week. Een jaar geleden is zij gediagnosticeerd met chronische lymfatische leukemie (CLL). Bij lichamelijk onderzoek wordt een niet-acuut zieke, adequate, bleke vrouw gezien. De bloeddruk is 140/60 mmHg, de polsfrequentie 80 slagen/min, de saturatie 98% en de temperatuur 37,3°C. Er zijn geen lymfomen voelbaar in de hals, oksels en liezen. Over het hart en de longen worden geen afwijkingen geconstateerd. Het abdomen is adipeus, soepel en niet-pijnlijk, met een niet-afwijkende peristaltiek. Laboratoriumonderzoek toont een normocytaire anemie (tabel 1).

Wat is uw waarschijnlijkheidsdiagnose?

  • 1a Auto-immuunhemolytische anemie.
  • 1b Medicatiegerelateerde hemolyse.
  • 1c Vitamine B12-deficiëntie.
  • 1d IJzergebrek.

Casus 2

Patiënt B, een 47-jarige vrouw, wordt door de huisarts ingestuurd naar de SEH. Ze vertelt dat ze sinds 10 dagen moe is en daarbij zwak op de benen is, waardoor ze enkele dagen geleden niet meer overeind kon komen. De laatste tijd heeft ze ook weinig eetlust. Ze rookt en bij stress drinkt ze ...

Om deze pagina weer te geven moet u ingelogd zijn.

Heeft u nog geen abonnement?

Sluit een abonnement af

Heeft u al een abonnement?

Registreren

Log in als abonnee

Inloggegevens kwijt?