Cortisol en het syndroom van Cushing
Open

Labquiz
01-03-2012
Judith A.P. Bons, Bas Havekes en Paul P.C.A. Menheere

 

Casus 1

Patiënt A, een 66-jarige man, wordt verwezen naar de internist in verband met oedeem aan benen en vermoeidheid. Hij is bekend wegens diabetes mellitus type 2, obstructief slaapapneusyndroom en hij heeft een onderwandinfarct van het hart doorgemaakt. Bij lichamelijk onderzoek worden geen hematomen op de benen waargenomen, maar er is wel sprake van een dunne huid en verminderde spierkracht. Patiënt is 8 kg aangekomen in 1 jaar tijd. Laboratoriumonderzoek laat het volgende zien (referentiewaarden tussen haakjes): cortisolconcentratie in de urine: 243 nmol/24 h, bij herhaling van de meting: 260 nmol/24 h (30-230), cortisolconcentratie in het serum na een suppressietest met dexamethason 1 mg: 77 nmol/l, na herhaling van de test: 102 nmol/l (≤ 50), concentratie adenocorticotroop hormoon (ACTH): 46 ng/l (10-60) en concentratie thyroïdstimulerend hormoon (TSH): 1,1 mU/l (0,4-3,5).

Wat is uw waarschijnlijkheidsdiagnose? Kies één van de onderstaande mogelijkheden.

  • 1a De ziekte van Cushing

  • 1b ACTH-onafhankelijk syndroom van Cushing

  • 1c Decompensatio cordis

  • 1d Hypothyreoïdie

Casus 2

Patiënt B, een 64-jarige man, wordt verwezen naar de Spoedeisende ...