Een mogelijk fatale langetermijncomplicatie

Strengileus na een operatie op zuigelingenleeftijd

Post-mortem-CT-scan
Abstract
Fenne A.I.M. van den Bunder
Dirk-Jan van Zuidam
Esther Edelenbos
Marianna Bugiani
Joep P.M. Derikx
Download PDF

Samenvatting

Achtergrond

Strengileus is een langetermijncomplicatie van buikoperaties. Ook na een operatie op zuigelingenleeftijd kunnen adhesies in het latere leven van de patiënt tot deze complicatie leiden. Wij beschrijven een patiënt die overleed aan een strengileus als gevolg van een eerdere pyloromyotomie, de behandeling voor pylorushypertrofie.

Casus

Een 12-jarige jongen kwam bij de huisarts vanwege aanhoudende buikpijnklachten en hevig braken. Hij collabeerde in de huisartsenpraktijk en werd gereanimeerd tijdens het vervoer naar het ziekenhuis. Daar aangekomen overleed hij. Zijn voorgeschiedenis vermeldde een pyloromyotomie via een supra-umbilicale incisie. Het postoperatieve beloop werd gecompliceerd door een fasciedehiscentie, waarvoor een hersteloperatie werd verricht. Sinds zijn zesde levensjaar had de patiënt recidiverende buikpijnklachten gehad. Bij obductie werd feces gezien in de vrije buikholte en een tweetal darmperforaties bij een adhesie van het jejunum aan de buikwand ter hoogte van het litteken van de pyloromyotomie. Distaal van de adhesie was sprake van een inwendige herniatie van het dunnedarmpakket.

Conclusie

Buikpijnklachten bij kinderen met een buikoperatie in de voorgeschiedenis kunnen worden veroorzaakt door adhesies, die kunnen leiden tot een strengileus. Wanneer de buikpijnklachten aanhouden en er geen andere oorzaak wordt gevonden, moet aan een adhesie worden gedacht. Bij het vermoeden van een adhesie moet een diagnostische laparoscopie worden overwogen.

Kernpunten
  • Na een pyloromyotomie kunnen adhesies ontstaan die aspecifieke buikpijn kunnen veroorzaken.
  • Een ileus is een zeldzame, potentieel levensbedreigende langetermijncomplicatie na een pyloromyotomie.
  • Bij aanhoudende, onverklaarde buikpijnklachten na een eerdere buikoperatie op de kinderleeftijd moet differentiaaldiagnostisch worden gedacht aan adhesies.
  • Bij het vermoeden van adhesies moet een diagnostische laparoscopie worden overwogen.

artikel

Adhesies kunnen nog lange tijd na een buikoperatie complicaties veroorzaken. Een acute complicatie van adhesies is een strengileus, waarbij een mechanische obstructie van de darm ontstaat.1 Adhesies komen ook voor na operaties bij zuigelingen.

Pylorushypertrofie is een relatief veelvoorkomende indicatie voor een buikoperatie bij zuigelingen. Door een verdikking van de pylorus ontstaat een passageprobleem, wat zich bij deze kinderen uit in projectielbraken, dehydratie en metabole alkalose.2 De behandeling bestaat uit vochtsuppletie en herstel van de elektrolytconcentraties, gevolgd door een pyloromyotomie via laparoscopische of klassiek chirurgische (‘open’) benadering. Deze operatie heeft een laag complicatierisico.3,4 Mede op verzoek van de ouders beschrijven wij de ziektegeschiedenis van een kind met een fatale strengileus als langetermijncomplicatie van een pyloromyotomie.

Ziektegeschiedenis

Patiënt, een 12-jarige jongen, kwam op de huisartsenpost vanwege buikpijn en braken. De klachten waren enkele dagen eerder begonnen. Hij maakte geen zieke indruk. De ontlasting was normaal op gang, het abdomen was soepel en de infectieparameters waren laag. Vanwege de verdenking op een gastro-enteritis werd hij naar huis gestuurd met pijnstilling.

De patiënt had vanaf zijn zesde levensjaar al recidiverende buikpijnklachten die enkele malen waren geduid als appendicitis. Vanwege de klachten was hij meermaals bij de huisarts, de kinderarts en bij de Spoedeisende Hulp (SEH) geweest. Bij de beoordeling van zijn klachten, lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek (laboratoriumonderzoek, echografisch onderzoek en buikoverzichtsfoto) was nooit een acute of chronische oorzaak gevonden. De klachten waren altijd vanzelf overgegaan. Bij het recente consult op de huisartsenpost was het klinisch beeld hetzelfde als bij eerdere beoordelingen.

De voorgeschiedenis vermeldde een open pyloromyotomie vanwege pylorushypertrofie via een supra-umbilicale incisie. Het postoperatieve beloop werd twee dagen later gecompliceerd door een beklemde littekenbreuk, waarna de patiënt werd overgeplaatst naar een kinderchirurgisch centrum. Daar werd hij opnieuw geopereerd, waarbij de buikinhoud werd gereponeerd en een fasciedefect primair werd gesloten; een darmresectie was niet nodig.

Twee dagen na het consult op de huisartsenpost nam de moeder van de patiënt contact op met de eigen huisarts. Zij vroeg om de urine van haar zoon te laten nakijken, omdat de urine troebel was. De patiënt braakte toen nog steeds, maar had geen koorts. De urinescreening liet geen bijzonderheden zien. In overleg met de ouders werd een expectatief beleid ingezet en werd afgesproken om de dag erna de patiënt opnieuw te beoordelen als hij niet opknapte. Diezelfde middag braakte de jongen plotseling hevig, waarna zijn moeder hem naar de huisarts bracht. In de huisartsenpraktijk collabeerde hij door een cardiorespiratoir arrest, waarna direct werd begonnen met reanimeren (‘basic life support’). Na een langdurige reanimatiepoging zonder ‘return of spontaneous circulation’ werd de reanimatie op de SEH beëindigd. De patiënt overleed in het bijzijn van zijn ouders.

De ‘nader onderzoek doodsoorzaak bij kinderen’(NODOK)-procedure werd uitgevoerd wegens onverklaard en onverwacht overlijden, zonder aanwijzingen voor een externe factor. De post-mortem-CT-scan liet aanwijzingen zien voor een strangulatie-ileus of een inwendige herniatie; het proximale deel van het dunnedarmpakket was gedilateerd en er was sprake van een pneumoperitoneum, vrij vocht in het abdomen en veel lucht in de abdominale vaten, passend bij een infectie (figuur 1).

Figuur 1
Post-mortem-CT-scan
Figuur 1 | Post-mortem-CT-scan
Axiale coupe van een post-mortem-CT-scan van het abdomen van een 12-jarige jongen die na een periode met buikpijnklachten en hevig braken plotseling overleed. Op de zuigelingenleeftijd had de patiënt een pyloromyotomie ondergaan die was gecompliceerd door een fasciedehiscentie, waarna een hersteloperatie was verricht. Op de CT-scan in longsetting is lucht in de buikholte zichtbaar (pneumoperitoneum), duidend op een gastro-intestinale perforatie.

Bij obductie kwamen veel darmgassen vrij en werd in de vrije buikholte feces aangetroffen, fibrineus beslag en twee darmperforaties. Er werd een adhesie gezien van het jejunum aan de buikwand ter hoogte van het litteken van de pyloromyotomie en de overhechting van de fasciedehiscentie. Distaal van de adhesie had het dunnedarmpakket een kurkentrekkeraspect, wat duidt op een inwendige herniatie (figuur 2). Microscopisch onderzoek liet een recente en een wat oudere perforatie zien. Het fibrineuze beslag dat in de buikholte aanwezig was paste ook bij een langer bestaand proces.

Figuur 2
Inwendige herniatie
Figuur 2 | Inwendige herniatie
Foto van de darmen bij obductie van de 12-jarige patiënt. Het dunnedarmpakket heeft een kurkentrekkeraspect, duidend op een inwendige herniatie. Ook is feces en een fibreus beslag in de buikholte zichtbaar, duidend op een darmperforatie.

De meest waarschijnlijke doodsoorzaak was een ‘blow-out’ van de gestranguleerde dunne darm als gevolg van adhesies, wat uiteindelijk leidde tot een cardiorespiratoir arrest. Daarbij had de jongen peritonitis bij een darmperforatie die in de dagen voorafgaand aan het overlijden moet zijn ontstaan. De anatomisch aanwijsbare oorzaak (‘leading point’) van de darmproblematiek was een adhesie van de dunne darm aan de buikwand ter hoogte van het litteken van de eerdere pyloromyotomie en de overhechting van de fasciedehiscentie.

Beschouwing

Er is weinig onderzoek gedaan naar de incidentie van adhesies bij patiënten die op kinderleeftijd een buikoperatie hebben gehad. Een studie onder 898 kinderen die een laparotomie ondergingen op kinderleeftijd vanwege onder andere de ziekte van Hirschsprung, malrotatie, darmatresie of necrotiserende enterocolitis, liet een incidentie van strengileus zien van 12,6%.6 Risicofactoren voor het ontstaan van adhesies bij kinderen zijn onder ander een spoedoperatie, een postoperatieve complicatie, een open benadering en de aanwezigheid van een stoma.6,7

Pyloromyotomie

Pyloromyotomie werd voor het eerst in 1912 beschreven door de Duitse chirurg Conrad Rammstedt.2 Deze operatietechniek wordt nog steeds gebruikt, hoewel de plek van de incisie en de benadering – open versus laparoscopisch – in de loop der tijd is veranderd.

Het postoperatief herstel na een pyloromyotomie is doorgaans vlot. Specifiek na een pyloromyotomie zijn in de literatuur weinig langetermijncomplicaties beschreven.2,3 Literatuuronderzoek naar de verschillende kortetermijncomplicaties na een open of laparoscopische pyloromyotomie liet geen duidelijke voorkeur zien voor een van beide benaderingen.4 Wel zagen wij in een retrospectieve cohortstudie dat fasciedehiscentie alleen optreedt na een open pyloromyotomie en dat een ‘trocar’-hernia – een hernia op de plaats van de toegangspoort voor laparoscopie – alleen voorkomt na laparoscopische pyloromyotomie.5

In de literatuur zijn slechts drie patiënten beschreven bij wie een adhesie was ontstaan na een eerdere pyloromyotomie.7-9 Verder laat een studie zien dat kinderen met een pylorushypertrofie op kinderleeftijd een vier keer hoger risico hebben op chronische buikpijn.10 De onderzoekers van die studie suggereerden dat deze buikpijn wordt veroorzaakt door het ‘early life event’ van de operatie, zonder te kijken naar complicaties als adhesies. Een recent vragenlijstonderzoek onder 60 volwassenen die op de kinderleeftijd een pyloromyotomie hadden ondergaan, liet geen langetermijneffecten zien.11

Ondanks deze wisselende uitkomsten wordt op patiëntenfora gesuggereerd dat deze kinderen wel degelijk aspecifieke buikpijnklachten en voedingsproblemen hebben. Er lijkt daarom meer onderzoek nodig naar de langetermijncomplicaties na pyloromyotomie.

Wat had er anders gekund?

De patiënt meldde zich meermaals met recidiverende buikpijnklachten bij verschillende artsen. Hoewel bij eerdere consulten wel aan een adhesie was gedacht, werd die mogelijkheid bij de laatste consulten niet meer overwogen; meerdere keren werd de patiënt naar de SEH verwezen vanwege de verdenking op een appendicitis. Mogelijk werd het klinisch redeneren belemmerd door tunnelvisie.

Bij een chirurgische abdominale voorgeschiedenis dient een adhesie altijd overwogen te worden. Normale defecatie sluit een obstructie van de dunne darm niet uit. Zo kan er sprake zijn van overloopdiarree of lediging van de darminhoud distaal van de obstructie. Vanwege de recidiverende klachten na eerdere buikoperatie had overwogen kunnen worden een diagnostische laparoscopie te verrichten. Dit onderzoek is weliswaar invasief, maar ook zeer sensitief voor de opsporing van adhesies. Bovendien kan indien nodig direct een adhesiolyse verricht worden.

Conclusie

Strengileus is een ernstige langetermijncomplicatie van een buikoperatie op de kinderleeftijd. Deze complicatie komt ook voor na een relatief kleine ingreep als een pyloromyotomie. Adhesies vormen een levenslang risico op complicaties. Bij aanhoudende, onverklaarbare buikpijnklachten na een eerdere abdominale operatie moet differentiaaldiagnostisch worden gedacht aan een adhesie en kan een diagnostische laparoscopie overwogen worden.

Literatuur
  1. Ten Broek RPG, Toneman MK, van Goor H. Adhesies na een buikoperatie. Ned Tijdschr Geneeskd. 2023;167:D7320

  2. Jobson M, Hall NJ. Contemporary management of pyloric stenosis. Semin Pediatr Surg. 2016;25:219-24. doi:10.1053/j.sempedsurg.2016.05.004. Medline

  3. Kelay A, Hall NJ. Perioperative complications of surgery for hypertrophic pyloric stenosis. Eur J Pediatr Surg. 2018;28:171-5. doi:10.1055/s-0038-1637016. Medline

  4. Staerkle RF, Lunger F, Fink L, et al. Open versus laparoscopic pyloromyotomy for pyloric stenosis. Cochrane Database Syst Rev. 2021;3:CD012827 Medline.

  5. Van den Bunder FAIM, van Heurn E, Derikx JPM. Comparison of laparoscopic and open pyloromyotomy: Concerns for omental herniation at port sites after the laparoscopic approach. Sci Rep. 2020;10:363. doi:10.1038/s41598-019-57031-4. Medline

  6. Fredriksson F, Christofferson RH, Lilja HE. Adhesive small bowel obstruction after laparotomy during infancy. Br J Surg. 2016;103:284-9. doi:10.1002/bjs.10072. Medline

  7. Eeftinck Schattenkerk LD, Musters GD, Hamming G, de Jonge WJ, van Heurn LE, Derikx JP. Adhesive small bowel obstruction following abdominal surgery in young children (≤ 3 years): A retrospective analysis of incidence and risk factors using multivariate cox regression. J Pediatr Surg. 2022;57:55-60. doi:10.1016/j.jpedsurg.2021.12.029. Medline

  8. Hulka F, Harrison MW, Campbell TJ, Campbell JR. Complications of pyloromyotomy for infantile hypertrophic pyloric stenosis. Am J Surg. 1997;173:450-2. doi:10.1016/S0002-9610(97)00075-5. Medline

  9. Taqi E, Boutros J, Emil S, et al. Evaluation of surgical approaches to pyloromyotomy: a single-center experience. J Pediatr Surg. 2007;42:865-8. doi:10.1016/j.jpedsurg.2006.12.051. Medline

  10. Saps M, Bonilla S. Early life events: infants with pyloric stenosis have a higher risk of developing chronic abdominal pain in childhood. J Pediatr. 2011;159:551-4.e1. doi:10.1016/j.jpeds.2011.03.018. Medline

  11. Danielson J, Svenningsson A, Jansson P, Läckgren G. Controlled long term outcome of pyloromyotomy for pyloric stenosis: No long-term adverse effect. J Pediatr Surg. 2022;57:736-9. doi:10.1016/j.jpedsurg.2022.04.005. Medline

Auteursinformatie

Amsterdam UMC, Amsterdam. Afd. Kinderchirurgie (Emma Kinderziekenhuis): dr. F.A.I.M. van den Bunder, aios chirurgie en arts-onderzoeker (tevens: Rode Kruis Ziekenhuis, afd. Chirurgie, Beverwijk); dr. J.P.M. Derikx, kinderchirurg. Afd. Kindergeneeskunde (Emma Kinderziekenhuis): drs. E. Edelenbos, kinderarts. Afd. Pathologie: dr. M. Bugiani, patholoog. Rode Kruis Ziekenhuis, afd. Kindergeneeskunde, Beverwijk: drs. D.J. van Zuidam, kinderarts.

Contact F.A.I.M. van den Bunder (f.a.vandenbunder@amsterdamumc.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Fenne A.I.M. van den Bunder ICMJE-formulier
Dirk-Jan van Zuidam ICMJE-formulier
Esther Edelenbos ICMJE-formulier
Marianna Bugiani ICMJE-formulier
Joep P.M. Derikx ICMJE-formulier
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties