artikel
Het percentage Haagse kinderen dat te dik is, neemt nog steeds toe – maar het zijn vooral Turkse kinderen, en dan vooral Turkse jongens, die de afgelopen jaren dikker zijn geworden. Onder meisjes met in Nederland geboren ouders nam het aandeel dikke kinderen juist flink af, onder jongens bleef het stabiel.
Dit blijkt uit een grote telling die werd uitgevoerd onder leiding van Jeroen de Wilde van de Haagse GGD; de uitkomsten zijn gepubliceerd in Archives of Disease in Childhood (doi:10.1136/adc.2009.163709). Volgens de auteurs zou de afname van de prevalentie van overgewicht onder Hollandse meisjes ‘een keerpunt’ kunnen betekenen.
Voor het onderzoek werden de bestanden van de jeugdgezondheidszorg in Den Haag van 1999 tot 2008 bekeken. De meeste kinderen zijn, zoals gebruikelijk in Nederland, 4 maal gemeten en gewogen: toen ze 3-4 jaar oud waren, daarna toen ze 5-6, 7-10 en 13-16 jaar oud waren. In totaal werden 50.961 kinderen, met 85.234 metingen, in de analyse betrokken.
In 1999 was 14,5% van de Turkse jongens te dik (volgens de gebruikelijke, voor leeftijd en geslacht gecorrigeerde definities), in 2007 was dat 21,4%. Bij de Turkse meisjes nam het overgewicht toe van 19,4 tot 23,2%. In de groep Turkse jongens en meisjes van 7-10 jaar kampt 28% met overgewicht. Ook obesitas nam onder Turkse kinderen toe.
Overgewicht bleef ongeveer gelijk onder kinderen van Marokkaanse en Surinaamse komaf en onder Hollandse jongens, maar daalde bij Hollandse meisjes van 12,6 naar 10,9%.
De prevalentie van overgewicht in Nederland is, vergeleken met die in andere landen, nog betrekkelijk laag, aldus de onderzoekers. Niettemin is de prevalentie sinds 1980 sterk gestegen en zijn maatregelen – vooral interventies die zijn toegesneden op Turkse kinderen – nog steeds hoognodig.
Reacties