Patiënten met chronisch hartfalen die behandeld worden door vrouwelijke artsen krijgen betere zorg dan patiënten die behandeld worden door een man, zo blijkt uit een studie van het Academisch Ziekenhuis Saarland in het Duitse Homburg. Dit komt doordat mannelijke artsen vaker dan vrouwelijke afwijken van de richtlijnen voor behandeling. Bovendien neigen mannelijke artsen ertoe mannen met hartfalen beter te behandelen dan vrouwen.
In de studie, gepubliceerd in het European Journal of Heart Failure (doi:10.1093/eurjhf/hfn041), zijn de gegevens van 1857 patiënten geëvalueerd. Daarbij waren 829 artsen betrokken. Twee derde van hen was huisarts, een kwart internist en 7% cardioloog. Binnen de specialismen waren mannen en vrouwen evenredig verdeeld. Gekeken werd naar de classificatie van de ernst van de ziekte, de huidige medicatie en de dosis angiotensineconverting-enzym(ACE)-remmers en bètablokkers.
Vrouwen kregen minder vaak ACE-remmers en bètablokkers voorgeschreven dan mannen. Ook kregen zij vaker een lagere dosis dan in de richtlijn stond. Volgens de onderzoekers werden alle patiënten goed behandeld, maar vrouwelijke artsen schreven vaker dan hun mannelijke collega’s medicatie voor waarbij zij de startdosis lieten afhangen van de klachten van de patiënt. Patiënten ontvingen daardoor vaker een hogere dosis medicatie.
‘Vrouwelijke artsen richten zich meer op de persoon en betrekken de patiënt in de discussie over de behandeling’, stellen de onderzoekers. Hoewel die constatering niet nieuw is, is toch voorzichtigheid geboden. Want de studie vertoont ook verstorende variabelen (‘confouders’). Zo was het percentage patiënten met hypertensie in de groep behandeld door vrouwelijke artsen hoger dan in de groep behandeld door mannelijke artsen. Ook werd in de statussen het lichaamsgewicht niet vermeld. Het zou kunnen dat de mannen zwaarder waren dan de vrouwen en dus meer medicatie nodig hadden.

