Gepubliceerd op: 28-12-2011 (in print verschenen in week 4 2012)
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:A4320
In het kort

Yvo M. Smulders

Waarom dit onderzoek?

De winkelrekken puilen uit met allerhande vitamines, mineralen et cetera, waarmee sommigen denken langer en gezonder in leven te blijven. Voor de meeste preparaten is dat evenwel onbewezen.

Onderzoeksvraag

Wat zijn de effecten van diverse voedingssupplementen op mortaliteit?

Hoe werd dit onderzocht?

In een observationele longitudinale studie werden 38.772 oudere vrouwen (gemiddelde leeftijd: 62 jaar) 22 jaar gevolgd. In vragenlijsten werd niet alleen het gebruik van voedingssupplementen vastgesteld, maar werd tevens informatie verkregen over voedingspatronen, risicofactoren en comorbiditeit.

Belangrijkste resultaten

De meeste supplementen hadden geen aantoonbaar effect op het sterfterisico. Er waren er echter een aantal die, gecorrigeerd voor het voedingspatroon en het risicoprofiel, het sterfterisico statistisch significant deden toenemen: multivitaminen ...

Reactie toevoegen

Reacties

Voedingssupplementen bij ouderen en oversterfte

Het interessante artikel van collega Smulders over de studie van Mursu et al. geeft  weer
voeding aan de discussie over het door velen klakkeloos slikken van allerlei vitamines en andere supplementen om gezonder en/of ouder te worden.
Ook in deze studie werd weer een hogere mortaliteit gevonden onder de slikkers, eerder vonden bijv. Bjelakovic et al. geen bewijs voor bescherming tegen GI-kanker met antioxidant supplementen, integendeel een hogere sterfte in die groep.1
De onderzoekers van de NORVIT trial vonden een trend naar een hoger risico op recidief vasculair event na een recent myocardinfarct in de groep behandeld met B-vitamines, dus een mogelijk schadelijk effect. 2
Op het beschermende effect van calcium is ook nog wel wat aan te merken, recent zijn er juist studies verschenen die wijzen op een verhoogd cardiovasculair risico bij hoge inname van calciumsupplementen. In de neurologie zijn natuurlijk ook de ernstige gevolgen van echte deficiënties van bijv. vitamine B1 en B12 zeer bekend, echter ook nadelige effecten krijgen meer bekendheid, bijv. de sensorische polyneuropathie bij teveel vitamine B6, ook in dit Tijdschrift beschreven door De Kruijk en Notermans. 3

Deze onderzoeken stemmen in ieder geval tot nadenken, het is te vroeg om te gaan spreken van mortamines, echter voor mensen met een normaal dieet geldt, zowel voor de reclame van de vitaminepushers als voor de pitamientjes zelf: "Slik niet alles!"

Ruurd Duyff, neuroloog, Ziekenhuis De Tjongerschans, Heerenveen

 

1. Bjelakovic et al. Antioxidant supplements for prevention of gastrointestinal cancers: a systematic review and meta-analysis.  Lancet 2004 Oct 2-8;364(9441):1219-28. 

2.  Bonaa et al.  Homocysteine Lowering and Cardiovascular Events after Acute Myocardial Infarction . N Engl J Med 2006 Apr 13;354(15):1578-88.  

3. de Kruijk JR, Notermans NC. Gevoelsstoornissen veroorzaakt door multivitaminepreparaten. Ned Tijdschr Geneeskd. 2005 Nov 12;149(46):2541-4.  

Voedingssuppletie (kritiek op Cochrane-review)

Onder verwijzing naar mijn commentaar op de reactie van Smulders op mijn eerste bijdrage aan deze discussie wil ik erop attenderen dat de goede naam van een onderzoeker als bijv. Bjelakovic niet altijd garant staat voor de wetenschappelijke kwaliteit van een publicatie. Zo is diens door Duyff aangehaalde Cochrane review in de vakbladen ernstig bekritiseerd.
Het feit dat de conclusies van Bejlakovic et al. niet alleen door de media maar ook door een wetenschappelijk vakblad als Huisarts & Wetenschap 'klakkeloos' werden overgenomen is een ander sprekend voorbeeld van het gebrek aan serieuze belangstelling waarover ik in mijn commentaar op de reactie van Smulders sprak. Waarbij het tekenend is dat er geen enkele aandacht werd besteed aan de publicatie van Biesalski et al. waarin de auteurs de vele methodologische fouten in deze nog vaak met verve aangehaalde Deense publicatie minitieus zijn blootgelegd.
 
Roel Leerling, secretaris, Nederlands Nutraceutisch Genootschap
 
(1) Reexamination of a Meta-Analysis of the Effect of Antioxidant Supplementation on Mortality and Health in Randomized Trials. Hans K. Biesalski, Tilman Grune, Jana Tinz, Iris Zöllner, Jeffrey B. Blumberg. Nutrients 2010, 2, 929-949; doi:10.3390/nu2090929

Wetenschappelijke discussie voedingssuppletie

Dat het NTvG hoegenaamd geen aandacht besteed aan voedingsgeneeskundige zaken is te betreuren omdat deze juist in deze tijd een meer dan gemiddelde belangstelling verdienen. Een van de fundamentele zaken die een diepgaande weteschappelijke discussie behoeft is de vraag of het ons ter beschikking staande voedsel inderdaad zo goed en volledig is als de hierover heersende dogma's suggereren. Voortschrijdende celbiologische en immunologische kennis en inzichten enerzijds, en de samenstelling van (natuurlijk) voedsel anderszijds maken deze vraag uiterst legitiem. Alleen nieuw wetenschappelijk onderzoek kan hierbij uitsluitsel geven. Onderzoek op het gebied van evidence based nutrion is echter veel gecompliceerder dan dat naar de evidence van geneesmiddelen. Publicaties over de klinische effecten van voedsel en supplementen dienen dan ook zeer kritisch en met verstand van zaken te worden beoordeeld.
Helaas is er een trend waarneembaar waarbij medische tijdschriften alleen aandacht aan onderzoek besteden dat de onwerkzaamheid of zelfs het gevaar van voedingssupplementen zou hebben aangetoond. Alsof men daarmee het gelijk van het eigen vooraf al bestaande oordeel nog maar eens wil bevestigen. Met zijn bijdrage in het NTvG van 28 januari waarin de conclusies van het onderzoek van Jaako Mursu et al. klakkeloos worden overgenomen wekt Smulders de indruk zich te scharen bij degenen die weinig  wetenschappelijke belangstelling voor het onderwerp lijken te hebben en af en toe in de kennelijke behoefte van de redactie voorzien  om hun aversie te ventileren tegen al die domme mensen die hier wel waarde aan hechten.Dit draagt niet echt bij aan een goede wetenschappelijke discussie. Het zou het NTvG  sieren als het ook eens aandacht zou besteden aan de vele publicaties met positieve uitkomsten van suppletie die bijv. op PubMed te vinden zijn, en daarnaast ook kritische commentaren op dit en andere soortgelijke publicaties zou plaatsen. In dit geval bijv. dat van de European Nutraceutical Association op de publicatie van Jaako Mursu et. al. Zie: www.enaonline.org > Science > How dangerous are dietary supplements.
Roel Leerling, bestuurslid, Nederlands Nutraceutisch Genootschap

Voedingssupplementen (antwoord auteur)

De briefschrijver richt zijn pijlen voornamelijk op het redactionele beleid, dat zijns inziens gekleurd en vooringenomen is. Die indruk heb ik zelf niet, maar het zou aan de redactie zijn zich hier desgewenst tegen te verweren.
De kwalificatie 'klakkeloos' is onterecht. Niet ieder standpunt waar men het mee oneens is kan men als 'klakkeloos' afdoen.
Goede publicaties over voedingssupplementen zou ook ik zeer aanmoedigen. Die zijn er zeker, al valt het stukje op www.enaonline.org daar wat mij betreft absoluut niet onder.
Yvo Smulders

Voedingssuppletie: te weinig onderzoek in NTvG

Smulders heeft helemaal gelijk waar hij stelt dat mijn reactie feitelijk de redactie van het NTvG regardeert. Op grond van de colofon verkeerde ik in de veronderstelling dat dit het geval was. Maar blijkbaar is dat niet zo. Ik hoop dat mijn reactie niettemin de redactie zal bereiken.
Hoewel iedere medicus zal moeten erkennen dat voedsel en voeding een zeer voorname rol speelt bij het ontstaan en verloop van (chronische ziekten) krijgt het onderwerp nog nauwelijks aandacht in de opleiding en nascholing van artsen. En helaas kennen wij in ons land geen Voedingsgeneeskunde als aparte medische discipline. Derhalve ontbreekt in ons land ruime wetenschappelijke expertise op dit gebied, wat o.a. zijn weerslag vindt in het redactionele beleid van onze medische vakbladen. 
Tot het terrein van de voedingsgeneeskunde behoort ook de wetenschappelijke beeld- en oordeelsvorming over mogelijkheden, nut en noodzaak van voedingssuppletie. Gebrek aan gedegen kennis van deze complexe materie hindert velen echter blijkbaar niet om hierover ferme standpunten in te nemen. Een daarvan is het alom verkondigde axioma dat voedingssupplementen niet werkzaam zijn, en mogelijk zelfs gevaarlijk.
Mijn kritische reactie op de bijdrage van Smulders betreft het feit dat de redactie van het NTvG uit de talloze wetenschappelijke studies die hierover worden gepubliceerd uitgerekend een publicatie kiest die de juistheid van dit nog algemeen gehuldigde standpunt ondersteunt, zonder deze in het kader te plaatsten van de internationale discussie over evidence based nutrition en de daarvoor geëigende methodologie van interventieonderzoek met voedingsmiddelen.(1, 2) En met ‘klakkeloos’ bedoelde ik aan te geven er ernstig bezwaar te hebben tegen dat een voor medici zo belangrijk onderwerp als voedingssuppletie in het NTvG nauwelijks serieuze aandacht krijgt en dat als er eens een publicatie wordt besproken dit in een rubriek als ‘In het kort’ gebeur. Een wetenschappelijk tijdschrift is er volgens mij niet om een discutabel standpunt uit te dragen maar om haar lezers te informeren over relevante actuele ontwikkelingen op wetenschappelijk gebied zodat de lezer zelf zijn standpunt kan bepalen.
 
Roel Leerling, secretaris Nederlands Nutraceutisch Genootschap
 
(2)       Blumberg J., Clinical Trials for Benefits: Evidence-Based Medicine or Nutrition?, CRN-I 2010

Voedingssuppletie en beleid NTvG

Collega Leerling richt zijn pijlen op het redactiebeleid  van het NTvG, waarbij hij veronderstelt dat de redactie iets zou hebben tegen goed voedingsmiddelenonderzoek. Het is niet helemaal duidelijk waarop hij dat baseert. De afgelopen 5 jaar is er geen enkel origineel onderzoek op dit gebied aan het Tijdschrift aangeboden. Als er goed voedingsmiddelenenonderzoek wordt aangeboden dan zullen we daar, net als bij elk ander onderzoek goed naar laten kijken. 
Het lijkt me een schone taak voor het Nederlands Nutriceutisch Genootschap om methodologisch adequaat onderzoek met klinisch relevante eindpunten in te (laten) dienen.
 
Joost Zaat, huisarts, adjuncthoofdredacteur

Voedingssuppletie en beleid NTvG (2)

De gewraakte publicatie van Bjelakovic wordt nog  regelmatig ten tonele gevoerd als bewijs dat een definitief einde maakt aan wat wel genoemd wordt "de mythe dat voedingssupplementen heilzaam zijn voor de mens" (1). Zo ook recentelijk weer tijdens het 5e Voedingscongres in Ede van 14 februari jl. waar een procon discussie met o.a. verwijzing naar de publicatie van Bjelakovic abrupt werd afgesloten ten faveure van het contra 'standpunt'  zonder dat er een serieuze discussie gevoerd was over het doorwrochte verhaal van de verdediger van het pro waarin duidelijk was gemaakt dat de bewijsvoering bij evidence based nutrition andere eisen stelt dat die van single-targeted geneesmiddelen. (Een hoogst interessant congres dat weer nauwelijks door artsen werd bezocht.)
Misschien zou het voor het NTvG een goed begin zijn om, eveneens in de rubiek 'In het kort' alsnog de publicatie van Biesalski, hoofdredacteur van het standaard leerboek "Ernaehrungsmedizin" te bespreken? (2, 3) Of misschien de publicatie van het in het AMC (Amsterdam) uitgevoerde onderzoek van Nederlandse bodem van Broekhuizen et al.? (4)
 
Roel Leerling, secretaris Nederlands Nutriceutisch Gentooschap
 
(1) Frans Kok (WUR) in een interview met De Gelderlander van 1 maart 2007
 
(2) Reexamination of a Meta-Analysis of the Effect of Antioxidant Supplementation on Mortality and Health in Randomized Trials. Hans K. Biesalski, Tilman Grune, Jana Tinz, Iris Zöllner, Jeffrey B. Blumberg. Nutrients 2010, 2, 929-949; doi:10.3390/nu2090929
 
(3) Ernaehrungsmedizin nach dem Curriculum der Bundesaerztekammer. Georg Thieme Verlag 4.Auflage. ISBN: 9783131002945
 
(4) Reduction of monocyte chemoattractant protein 1 and macrophage migration inhibitory factor by a polyphenol-rich extract in subjects with clustered cardiometabolic risk factors. Broekhuizen LN, van Wijk DF, Vink H, Stalmacg A, Crozier A, Hutten BA, Kastelein JJ, Hugenholtz PG, Koenig W, Stroes ES.

Voedingsonderzoek en beleid NTvG (einde discussie)

In de rubriek In het Kort bespreken we recent relevant onderzoek, waar mogelijk onderzoek met klinisch relevante uitkomstmaten. De suggesties van collega Leerling voldoen daar niet aan: ze zijn oud of in de vorm van een boek of hebben een secundaire uitkomstmaat.
We zijn bereid relevant onderzoek met klinische uitkomstmaten te beoordelen. Tot die tijd sluiten we de discussie maar omdat het een herhaling van zetten is.
 
Joost Zaat, huisarts, adjuncthoofdredacteur
 

Voedingssuplementen en oversterfte

Bij het citeren van dit soort onderzoeken is het wel nuttig om ook de 95% betrouwbaarheidsintervallen erbij te vermelden. Zo zijn deze, volgens het Pubmed abstract, voor multivitamines: Hazard ratio, 1.06; 95% CI, 1.02-1.10;), vitamine B(6) (1.10; 1.01-1.21;), foliumzuur (1.15; 1.00-1.32;), ijzer (1.10; 1.03-1.17;), magnesium (1.08; 1.01-1.15;), zink (1.08;  1,01-1,15;),en koper (1.45; 1.20-1.75; 18.0%) . ik zou, met inachtneming van deze betrouwbaarheidsintervallen niet met droge ogen durven beweren dat bv foliumzuur een verhoogd sterfterisico oplevert. Alleen voor koper zou ik deze uitspraak durven doen. In het beste geval kun je zeggen dat het geen goed, maar ook geen kwaad kan.

Corine Colijn, Healthbase

Voedingssuplementen en betrouwbaarheidsinterval (auteur)

In het In t Kort heb ik de verhoogde hazard ratio's vermeld die statistisch significant waren. Inderdaad kunnen betrouwbaarheidsintervallen aanvullende informatie geven. De eenzijdige interpretatie van het betrouwbaarheidsinterval zoals mw Colijn die impliceert is evenwel onjuist en potentieel riskant.
Neem het voorbeeld foliumzuur: HR: 1,15, 95% BI: 1.00-1.32. Daaruit kan je o.a. concluderen dat: 1] de beste schatting van het effect een 15% toename in sterfte is; 2] het 95% zeker is dat het effect op extra sterfterisico érgens tussen de 0% en 32% zit; 3] het >90% zeker is dat het sterfterisico daadwerkelijk (met méér dan 0%) verhoogd is; 4] er een kans van rond de 47,5% is dat het risico met méér in plaats van mínder dan 15% verhoogd is. Om nu te concluderen dat, omdat de ondergrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval net de 1.0 raakt, de conclusie 'baat het niet dan schaadt het niet' gerechtvaardigd is, is een irrationele en eenzijdige interpretatie van de onzekerheidsmarge.
Daar komt bij dat het goed is te realiseren dat de doseringen foliumzuur in voedingssupplementen doorgaans volstrekt onfysiologisch zijn, wat ook voor doseringen van veel andere supplementen geldt. Tevens is er sprake van biologische plausibiliteit voor meerdere voor schadelijke effecten van meerdere supplementen, zoals in het bronartikel is uitgelegd.(1) De combinatie van epidemiologische data en biologische plausibiliteit is zo ongeveer het sterkte bewijs dat we in de geneeskunde kunnen krijgen. Voor foliumzuur geldt nog de bijzonderheid dat het een synthetische, onnatuurlijke folaatvariant is die bij doseringen van >200 ug per dag ongemetaboliseerd in de circulatie verschijnt en daar intrinsiek schadelijke effecten zou kunnen sorteren.(2)
 
Yvo Smulders, internist
 
1 J. Mursu, K. Robien, L. Harnack, K. Park, D. Jacobs. Less is more: dietary supplements and mortality in older women. Arch Intern Med 2011;171:1625-33
2 Y.M. Smulders, H.J. Blom. The homocysteine controversy. J Inher Met Dis 2011;34:93-9