Martijn W.F. van den Hoogen
,Calin Popa
,Lammy D. Elving
enJos W.M. van der Meer
In een tijd waarin niet alleen artsen, maar ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de zorgverzekeraars steeds meer letten op de kwaliteit van de reguliere geneeskunde, is het opmerkelijk dat er nog veel niet wetenschappelijk onderbouwde alternatieve behandelwijzen worden geaccepteerd in Nederland. Hoewel overtuigend is aangetoond dat de meeste alternatieve behandelwijzen niet werken en dat wetenschappelijk onderzoek naar veiligheid en effectiviteit ervan ontbreekt, vergoeden de zorgverzekeraars de gemaakte kosten vaak wel. Doordat de veiligheid van alternatieve behandelwijzen niet gegarandeerd is, zijn deze niet in het belang van de patiënt of de samenleving. Bovendien vormen alternatieve behandelwijzen een behoorlijke kostenpost voor de individuele patiënt. Door vergoeding van de kosten van niet of onvoldoende bewezen behandelingen meten de zorgverzekeraars met twee maten. Dit gaat ten koste van de vergoeding van andere, effectieve en bewezen behandelingen. Door gezamenlijke inspanning van beleidsmakers, artsen, IGZ en zorgverzekeraars kan hier verandering in komen.
Indienen manuscript
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.


Reacties
Vergoeding alternatieve geneeswijzen
Vergoeding van alternatieve geneeswijzen: overdosering
De reguliere huisarts weet vaak geen raad met dit soort suppletie.Op fora kunnen we deze patiënten bijstaan, zodat de huisarts weer aanknopingspunten heeft.
Vergoeding alternatieve geneeswijzen (reactie IGZ)
Anca Ansink, hoofdinspecteur Curatieve Zorg IGZ
Vergoeding alternatieve geneeswijzen
Zeer terecht zijn de schrijvers kritisch over de kwaliteit van de zorg. In het artikel “ De rol van epidemiologisch bewijs in de zorg voor individuele patiënten” door Yvo M Smulders et al in het NtvG 2010;154:A1910 spreken de schrijvers dezelfde zorg uit. In dit, in mijn ogen moedige artikel, wordt gesteld dat van slechts 13% van de reguliere geneeskunde ondubbelzinnig de werkzaamheid is aangetoond. Dit toont ondubbelzinnig aan dat er in de discussie rond de wetenschappelijke onderbouwing gemeten wordt met twee maten. En juist dat is onwetenschappelijk.
Inhoudelijk willen wij alleen ingaan op casus C, omdat wij in deze worden aangesproken. De casus, duidelijk een Lymepatiënt, is na een klacht van prof. Van der Meer al eerder door mij besproken met de IGZ. Volgens de medische regels heb ik een diagnose gesteld en op basis daarvan een behandeling ingesteld. Het beschreven behandelplan is afkomstig uit het intercollegiaal overleg ( Deutsche Borreliose Geselschaft en de International Lyme and Associated Diseases Society ), waarin deze programma’s getoetst worden. Net als bij tuberculose en Lues zijn deze behandelingen meestal langdurig. Daardoor kan men na een half jaar niet de conclusie trekken dat de behandeling niet geholpen heeft.
Ten onrechte maken de auteurs zich zorgen dat dit ten koste zou gaan van het totale zorgbudget. Enerzijds omdat complementair werkende artsen slechts ten dele worden vergoed uit de aanvullende verzekering, anderzijds omdat het toepassen van complementaire zorg in de eerste lijns zorg een kostenbesparing oplevert en zorgt voor een levensduurverlenging (“ Patients whose GP knows complementary medicine tend to have lower costs and live longer: P. Kooreman, E Baars , Eur J. Health Econ. Published online 22 juni 2011) .
De door ons geciteerde artikelen vormen een uitdaging om in een open, wetenschappelijke houding de discussie aan te gaan met de patiënt als middelpunt.
De volledige tekst is na te lezen op : http://www.cigmtr.nl/artikelntvg.html
J.C. van Montfort, arts
Y.G.C.M. Coolen, directeur
Centrum voor Integrale Gezondheidszorg
Maastricht
Schade door alternatieve behandeling