In 2007 spendeerde Nederland 74,4 miljard euro aan zorg en welzijn. Ruim 20% van dat bedrag ging op aan psychische stoornissen. Pasgeborenen en ouderen brachten de hoogste kosten met zich mee en vrouwen namen meer zorgkosten voor hun rekening dan mannen. Dat blijkt uit het rapport ‘Kosten van ziekten in Nederland 2007’, opgesteld door RIVM en CBS. Het rapport bevat ook een vergelijking met eerdere rapporten en met voorlopige cijfers uit 2010.
Van de ruim 74 miljard – gemiddeld 4545 euro per inwoner – was 86% ziektegerelateerd, de overige 14% ging vooral op aan kinderopvang en ouderenzorg. De zorgkosten stegen tussen 2007 en 2010 met gemiddeld 5,3% per jaar. In 2010 komen de kosten neer op bijna 88 miljard euro.
Het rapport wijst 3 oorzaken aan van de stijgende uitgaven: vergrijzing, prijsstijgingen en een combinatie van verruimde indicaties, groei van het aantal patiënten, intensievere behandelingen en de inzet van nieuwe medische technologie. De sterkste stijging in de afgelopen jaren vond plaats onder jongeren, door onder andere een groter beroep op jeugdzorg. Vrouwen gebruikten in 2007 meer zorg dan mannen (41,5 versus 33 miljard euro), maar er waren ook meer vrouwen met een hogere leeftijd en de bijbehorende hogere zorgkosten. Ook namen vrouwen de kosten rond zwangerschap en geboorte voor hun rekening en lagen de kosten voor geslachtsspecifieke ziekten bij vrouwen hoger. De kosten stijgen bij mannen sinds 2005 echter sneller dan bij vrouwen: mannen gaan langer leven en gebruiken dus ook meer zorg. Voor pasgeborenen waren de kosten per inwoner in 2007 bijna 9000 euro en voor 5-9-jarigen ongeveer 2300 euro. Vervolgens namen de uitgaven toe met de leeftijd. De kosten voor mannen en vrouwen liepen op van 11.000 (75-79 jaar) tot respectievelijk 45.000 en ruim 54.000 euro (95 jaar en ouder). In de geestelijke gezondheidszorg stijgen vooral uitgaven gerelateerd aan alcohol- en drugsgebruik, van 400 miljoen (2005) tot 1 miljard euro (2007).
De complete dataset is te vinden op www.kostenvanziekten.nl.

