Twee weken geleden berichtten wij over de kritiek van de Amerikaanse geneticus David Goldstein op de genoomwijde associatiestudies (GWAS), waarmee gezocht wordt naar de genetische oorzaken van veel voorkomende ziekten. Omdat het tijdrovend is een heel genoom te screenen, richt GWAS zich op een beperkt aantal genvarianten, de zogenoemde enkel-nucleotide polymorfismen (SNP). Goldsteins kritiek richt zich erop dat de nu bekende SNP’s veelvuldig in de populatie voorkomen en maar een heel klein deel van de genetische aanleg bestrijken. Zeldzame genetische varianten worden in GWAS over het hoofd gezien. Zo associeerde GWAS sikkelcelanemie met 187 SNP’s, terwijl het om een monogenetische ziekte met een enkel gendefect gaat (NTvG. 2010;154:C466).
Een studie in The Journal of the Amercan Medical Association (2010;303:631-7) bevestigt de zienswijze van Goldstein. GWAS hebben in de afgelopen jaren diverse SNP’s voor hart- en vaatziekten aan het licht gebracht. Maar wanneer bij vrouwen gecorrigeerd werd voor de klassieke cardiovasculaire risicofactoren bleef van de genetische risicoscore op basis van 101 SNP’s niets over.
Gedurende een 12-jarige follow-up van 19.313 gezonde vrouwen uit de Women’s Genome Health Study noteerden de onderzoekers 777 cardiovasculaire gebeurtenissen (199 myocardinfarcten, 203 beroertes, 63 sterfgevallen, 312 revascularisaties). Na correctie voor leeftijd varieerde het absolute 10-jaarsrisico van een cardiovasculaire gebeurtenis van 3% in het laagste SNP-risicotertiel (73-99 risico-allelen) tot 3,7% in het hoogste tertiel (106-126 risico-allelen). Na correctie voor de klassieke risicofactoren was er geen verband tussen risicoscore en de incidentie van cardiovasculaire gebeurtenissen. De onderzoekers benadrukken dat de vasculaire familiegeschiedenis (genetische aanleg), gedrag en omgeving betere risicovoorspellers zijn dan GWAS. Onderzoek kan zich daarom beter richten op de ontwikkeling van nieuwe biomarkers om het risico zo nauwkeurig mogelijk te kunnen voorspellen.

