Print deze samenvatting
Home
Gepubliceerd op: 08-09-2009 (in print verschenen in week 38 2009)
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153:A617
Stand van zaken

Jeffrey F.W. Keuren

,

Chris M.G. Thomas

,

J.M.G. (Hans) Bonfrèr

,

C.G.J. (Fred) Sweep

en

Joke G. Boonstra

  • Het zinvol aanvragen en toepassen van serumtumormarkers bij diagnostiek en behandeling kan lastig zijn.

  • Men dient onderscheid te maken tussen het gebruik van tumormarkers voor verschillende doeleinden: screening, diagnose, stadiëring en prognose, detectie van een recidief of controle van een therapie.

  • Vanwege de matige sensitiviteit en specificiteit van de gangbare serumtumormarkers zijn deze vrijwel nooit geschikt voor screening van een asymptomatische populatie. Verder moet men een verbeterde prognose door vroegdiagnostiek afzetten tegen een verminderde kwaliteit van leven door overdiagnostiek en overbehandeling.

  • Tumormarkers zijn vooral toepasbaar bij het controleren van een therapie en het detecteren van een recidief. Soms zijn ze bruikbaar als aanvulling bij de diagnostiek en vaak geven ze prognostische informatie.

Reactie toevoegen

Reacties

Aanvulling tumormarkers

Helaas is er bij het editen van de tabel in het artikel een fout ingeslopen:
CEA en Calcitonine staan in de tabel 1 aangegeven onder screening bij het medullair schildkliercarcinoom: dit is een fout, deze markers moeten  in de kolom screening verwijderd worden.
Jeffrey Keuren

Toepassing van tumormarkers (auteursreactie)

Ons artikel geeft een overzicht van de meest gangbare serum tumormarkers. De beperkte bespreking van de klinisch relevante serum tumormarkers liet echter niet toe om diep in te gaan op alle (relevante) details voor elke individuele marker. Namens de auteurs wil ik Dr. Persijn bedanken voor zijn waardevolle aanvullingen.

Jeffrey Keuren, klinisch chemicus in opleiding, Atrium Medisch Centrum Heerlen

Toepassing van tumormarkers in de klinische praktijk

In het artikel "Toepassingen van tumormarkers in de klinische praktijk" is de beschrijving van de betekenis van CEA bij colorectaal carcinoom te beperkt en soms vaag gesteld. Ik ben zo vrij tot het geven van aanvullingen.
-een pre-operatieve CEA waarde geeft niet meer prognostische informatie dan de histologische classificatie volgens Dukes.1 2
-een post-operatieve daling van CEA tot binnen normale grenzen is geen bewijs van radicaliteit van behandeling. Het omgekeerde is wel waar: bij radicale resectie daalt de CEA tot normaal.1 3
-alle recidieven tonen (tenslotte) CEA stijging, onafhankelijk van het feit dat de pre-operatieve waarden verhoogd c.q. normaal waren.1 4 Overigens: dit geldt niet bij mamacarcinoom.5
-het interval tussen CEA stijging als gevolg van recidief en de klinische diagnose van recidief kan in de orde liggen van vijftig tot enkele honderden dagen. Belangrijk is echter dat een dergelijk positief interval slechts bij circa 30% van de patiënten die een recidief ontwikkelen, voorkomt. Bij circa 30% van de patiënten is het interval juist negatief. Bij de overige, recidief ontwikkelende, patiënten treedt stijging en diagnose van recidief gelijktijdig op.1 Seriële CEA bepalingen tijdens follow-up kunnen dus nooit (poli) klinische controle vervangen, noch geldt het omgekeerde. Beide vullen elkaar aan.1 6
-aspecifieke stijgingen tijdens follow-up kunnen optreden. Misleidend bijvoorbeeld kunnen stijgingen gevolgd door dalingen zijn doordat de patiënt afwisselend gaat roken en stopt met roken. Rokers kunnen normaliter CEA waarden hebben tot 3 à 4 maal de bovengrens van het referentiegebied.

1.  Persijn JP, Hart AAM. Prognostic significance of CEA in colorectal cancer: a statistical study. J Clin Chem Clin Biochem. 1981;19:1117-23.
2. Evans JT, Mittelman A, Chu M, et al. Pre- and postoperartive uses of CEA. Cancer. 1978;42:1419-21.
3. Mach JP, Jaeger PH, Berthelot MM, et al. Detection of recurrence of large-bowel carcinoma by radioimunoassay of circulating CEA. Lancet. 1974;II:535-40.
4. Mariani G, Carmellini M, Bonaguidi N, et al. Serum CEA monitoring in the follow-up of colorectal cancer patients with negative preoperative CEA. Eur J Cancer Clin Oncol. 1980;16:1099-103.
5. de Jong-Bakker M, Hart AAM, Persijn JP, et al. Prognostic significance of CEA in breast cancer: a statistical study. Eur J Cancer Clin Oncol. 1981;17:1307-13.
6. Sugarbaker PH, Zamcheck N, Moore FD. Assessment of serial CEA assays in postoperative detection of recurrent colorectal cancer. Cancer. 1976;38:2310-5.

J.P. Persijn
Muiderberg