Voor koningin en vaderland blootgesteld worden aan chemische wapens als zenuw- en mosterdgas. Dat overkwam sinds de Eerste Wereldoorlog vele duizenden Britse soldaten, veelal dienstplichtigen. Ze werden ingezet op de geheime researchfaciliteit in Porton Down, waar zeker tot in de jaren tachtig een testprogramma liep voor de toepassing van chemische wapens en de verdediging ertegen. De helft van de Porton Down-veteranen is blootgesteld aan stoffen die zeker of waarschijnlijk carcinogeen zijn. Van één luchtmachtsoldaat staat vast dat hij in 1953 is overleden nadat een druppel van het zenuwgas sarin op zijn huid was aangebracht.
Het BMJ (2009;338:b655) publiceert nu de eerste onderzoeken naar de kankerprevalentie en de sterfte onder deze veteranen. De schade lijkt mee te vallen. Er was 6% meer sterfte onder de Porton Down-veteranen dan onder veteranen van dezelfde lichtingen die de dans ontsprongen. Dit verschil was volgens de onderzoekers echter niet met zekerheid toe te schrijven aan de experimenten, vooral omdat het niet mogelijk bleek om te corrigeren voor verstorende invloeden zoals roken. Beide groepen veteranen leefden langer dan de algemene bevolking.
Bovendien stierven de Porton Down-veteranen niet vaker aan kanker, zoals gevreesd. De oversterfte was voornamelijk te wijten aan hart- en vaatziekten, infecties en invloeden van buiten. Relatief veel van deze veteranen overleden buiten Groot-Brittannië. De genoemde doodsoorzaken en omstandigheden kunnen ook worden toegeschreven aan het feit dat deze mensen langer dan de controlegroep in militaire dienst bleven. Wel werd er een verband gevonden tussen blootstelling aan het blaartrekkende middel lewisiet en trachea-, bronchus- en longcarcinomen (sterfteratio: 1,19; 95%-BI: 1,00-1,43).
De commentator van het BMJ (2009;338:b358) ziet geen reden om luchtig te doen over de omstreden experimenten. Eerder onderzoek toonde namelijk wel aan dat de getroffen veteranen een lagere kwaliteit van leven ervaren dan andere veteranen. (Bijdrage: Esther van Osselen.)

