Zorgvuldige selectie van vwo’ers kan uitval van studenten Geneeskunde tegengaan en beter presterende studenten opleveren. Dit is voor het eerst wetenschappelijk aangetoond door onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum. Voor prof.dr. Jan Borleffs reden om in zijn oratie te pleiten de loting en de 8+-regeling af te schaffen. De prodecaan onderwijs en opleiding van het Universitair Medisch Centrum Groningen stelt dat de universiteit nog zo goed onderwijs kan bieden, maar dat de student met de huidige toegangsprocedure de onzekere factor is. Borleffs vindt dat het tijd is het roer om te gooien en de loting en de bevoorrechte positie van 8+-ers op te heffen. Er is volgens de hoogleraar geen bewijs dat een hoog eindexamengemiddelde garandeert dat de betrokkene een goede arts wordt. In plaats daarvan wil hij dat een selectiemethode waarin een combinatie van eindexamencijfers en kwaliteiten die nodig zijn om een goede arts te worden, bepaalt wie tot de opleiding wordt toegelaten. Het Leidse onderzoek ondersteunt het uitgangspunt dat een selectie op verschillende kwaliteiten van aspirant-studenten niet alleen mogelijk is, maar ook een juiste keuze is (Med Educ. 2009;43:175-83). Het onderzoek werd uitgevoerd door Louise Urlings-Strop, Theo Stijnen, Axel Themmen en Ted Splinter. Zij volgden een cohort van 389 studenten die werden geselecteerd voor de studie Geneeskunde op basis van allerlei eigenschappen, waaronder zowel niet-cognitieve als cognitieve. De onderzoekers vergeleken deze groep met een controlegroep van 938 studenten met een gewogen loting, dat wil dus zeggen dat studenten met een gemiddeld examencijfer 8 of hoger buiten beschouwing werden gelaten (zij hoeven sinds 2000 niet meer te loten). Het relatieve risico op uitval in de eerste 2 studiejaren lag voor de geselecteerde studenten 2,5 keer lager dan voor de ingelote studenten (95%-BI: 1,59-4,17).
Het gemiddelde eindexamencijfer was tussen de 2 groepen niet significant verschillend. Van de geselecteerden volgde 19,2% naast hun studie een tweejarige onderzoeksmaster of een andere studie, of was actief in een bestuursfunctie, tegen 9,6% van degenen die waren ingeloot. De geselecteerden begonnen daardoor iets later dan degenen die waren ingeloot aan hun klinische fase (coschappen), maar dat leverde geen significant verschil in studievoortgang op. De geselecteerden haalden hogere cijfers in de klinische fase van de studie. Het is wereldwijd een uniek onderzoek dat ondanks zijn tekortkomingen de beperktheid van eindexamencijfers toont en laat zien dat selectie tot betere prestaties en minder uitval kan leiden.

