Gepubliceerd op: 29-09-2003 (in print verschenen in week 39 2003)
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2003;147:1909-13
Richtlijnen
Richtlijn 'Astmabehandeling bij kinderen' van kinderlongartsen (2e herziening). II. Medicamenteuze behandeling

E.J. Duiverman

,

H.J.L. Brackel

,

P.J.F.M. Merkus

,

B.L. Rottier

en

P.L.P. Brand

- De 2e herziening van de richtlijnen voor de behandeling van astma bij kinderen is grotendeels gebaseerd op de resultaten van vergelijkend wetenschappelijk onderzoek.

- Bij een acute exacerbatie zijn kortwerkende β2-sympathicomimetica de medicamenten van eerste keuze en deze dienen daarom aan iedere patiënt te worden voorgeschreven.

- Bij de onderhoudsbehandeling van astma zijn inhalatiecorticosteroïden (ICS) de middelen van keuze.

- Niet meer aanbevolen is het starten met een hoge dosis ICS en die afbouwen op geleide van de klachten tot een lagere, nog wel effectieve dosis (‘step-down’-benadering), omdat deze strategie niet effectiever is dan therapie met een constante dosis.

- Indien er ondanks onderhoudsbehandeling met ICS klachten persisteren zijn er drie therapeutische opties, in de volgorde: verdubbelen van de ICS-dosis, toevoegen van een langwerkend β2-sympathicomimeticum en toevoegen van een leukotrieenreceptorantagonist.


Zie ook het artikel op bl. 1905.

In 1991 verscheen in dit tijdschrift het eerste consensusrapport over de behandeling van astma bij kinderen, in 1997 gevolgd door de herziene richtlijnen.1 2 Beide consensusrapporten waren gebaseerd op discussies binnen de sectie Kinderlongziekten. In 1998 verschenen de herziene NHG-standaard ‘Astma bij kinderen’ en de ‘Landelijke transmurale afspraak’.3 4 De afgelopen jaren is veel onderzoek met betrekking tot pathofysiologie en behandeling van astma verricht, hetgeen geleid heeft tot veranderde inzichten. Ook is herziening van de richtlijnen noodzakelijk geworden omdat nieuwe medicamenten beschikbaar zijn gekomen. De thans gepresenteerde richtlijnen over de behandeling van astma zijn, anders dan de vorige, grotendeels gebaseerd op vergelijkend wetenschappelijk onderzoek.

In dit artikel gaan wij in op de behandeling van intermitterend en chronisch persisterend astma en op de behandeling van acuut astma. Diagnostiek en preventie van astma worden in een apart artikel beschreven.5

intermitterend versus persisterend astma

In de eerste plaats moet er een onderscheid gemaakt worden tussen intermitterende en persisterende astmatische klachten. Bij intermitterende klachten (minder dan 1 × per week) kan worden volstaan met symptomatische behandeling met een kortwerkend ?2-sympathicomimeticum, terwijl persisterende klachten onderhoudsbehandeling verlangen.6 Bij kinderen met episodisch piepen tijdens virale bovensteluchtweginfecties zonder andere astmaklachten heeft onderhoudsbehandeling met inhalatiecorticosteroïden (ICS) weinig effect.7 8 Bij schoolkinderen en jonge kinderen met persisterende astmaklachten leidt deze behandeling wél tot vermindering van de klachten en van gebruik van aanvalsmedicatie.

persisterend astma

De ernst van persisterend astma kan op basis van de klachten worden onderscheiden in licht (< 1 × per maand), matig (1 × per maand tot 1 × per week) en ernstig (? 1 × per week).

Kortwerkend ?2-sympathicomimeticum.

De onderhoudsbehandelingsstrategie verloopt volgens stappen (tabel 1). Iedere astmapatiënt moet kunnen beschikken over een kortwerkend ?2-sympathicomimeticum voor de behandeling van acute symptomen van astma (stap 1).2 3

ICS.

Voor de onderhoudsbehandeling zijn ICS de middelen van eerste keuze (stap 2).2 3 6 In Nederland zijn 3 ICS voor behandeling van astma bij kinderen beschikbaar: beclometason, budesonide en fluticason. Fluticason is per ?g ongeveer tweemaal zo potent als beclometason en budesonide.9 10 In vivo zijn de effecten mede afhankelijk van de hoeveelheid die de lagere luchtwegen bereikt. Voor de praktijk betekent dit dat bij toediening via een dosisaërosol met voorzetkamer beclometason en budesonide in een ongeveer tweemaal zo hoge dosis dienen te worden toegediend als fluticason of beclometason-extra-fijn (dit is een oplossing van beclometason met meer kleine deeltjes dan in traditionele dosisaërosolen). Bij toediening via een droogpoederinhalator kunnen fluticason en budesonide in vergelijkbare doseringen worden voorgeschreven.11 12 Startdoseringen zijn vermeld in tabel 2.

Lokale bijwerkingen, zoals orofaryngeale candidiasis, kunnen worden beperkt door na inname de mond te spoelen. De kans op lokale bijwerkingen, inclusief heesheid, is kleiner bij gebruik van dosisaërosol via een voorzetkamer dan bij gebruik van een droogpoederinhalator. Klinisch relevante systemische bijwerkingen zoals bijnierinsufficiëntie zijn, zeker bij gebruikelijke dagdoseringen, buitengewoon zeldzaam.10 Onderhoudsbehandeling met ICS leidt tot een geringe vermindering van de lengtegroei in het eerste jaar van de behandeling.13-15 Dit geldt voor alle in Nederland beschikbare ICS. De groei na het eerste jaar van behandeling met ICS en de uiteindelijke lengte zijn echter normaal.10 13 16-18 Routinematige monitoring van bijwerkingen is dan ook niet nodig bij gebruikelijke ICS-doseringen. Monitoring van de lengtegroei dient echter wel plaats te vinden in het kader van astma als chronische aandoening op de kinderleeftijd.

Langwerkende ?2-sympathicomimetica en leukotrieenreceptorantagonisten.

Elk kind dient behandeld te worden met een inhalator die geschikt is voor zijn of haar leeftijd (zie tabel 2). De meeste discussie is gevoerd over de behandeling in stap 3. De laatste jaren zijn nieuwe medicamenten beschikbaar gekomen: langwerkende ?2-sympathicomimetica (salmeterol, formoterol) en, meer recent, leukotrieenreceptorantagonisten (LTRA) (montelukast).6 19-23 Over het gebruik van beide groepen middelen bij kinderen is nog minder vergelijkend onderzoek beschikbaar dan bij volwassenen.

Bij volwassen patiënten met persisterende astmaklachten is aangetoond dat langwerkende ?2-sympathicomimetica aanvullende waarde hebben naast ICS.6 24 Er is ruime ervaring met deze middelen bij kinderen en over het gebruik ervan bestaat consensus bij kinderlongartsen. Salmeterol (geregistreerd voor gebruik vanaf 4 jaar) is effectiever gebleken dan placebo in het verminderen van klachten en het verbeteren van de longfunctie bij kinderen met astma.19 20 In één onderzoek was het toevoegen van salmeterol aan ICS niet effectiever dan het verhogen van de dosis beclometason of het ongewijzigd laten van de dosis beclometason bij schoolkinderen met astma die ondanks 400 ?g/dag nog klachten hadden.21 In alle groepen trad echter een aanzienlijke verbetering op, waardoor een additioneel effect van salmeterol moeilijk aantoonbaar werd. Bij kinderen is met formoterol (geregistreerd voor gebruik vanaf 6 jaar) nog slechts beperkt onderzoek verricht, maar de resultaten in placebogecontroleerde onderzoeken zijn vergelijkbaar met die van salmeterol.25

Onderhoudsbehandeling met een combinatie van salmeterol en fluticason in één inhalator (geregistreerd voor gebruik vanaf 4 jaar) is even effectief en even veilig als behandeling met de middelen in afzonderlijke inhalatoren.26 Uit het oogpunt van eenvoud en therapietrouw verdient een combinatiepreparaat de voorkeur indien onderhoudsbehandeling met zowel een ICS als een langwerkend ?2-sympathicomimeticum is geïndiceerd. Het combinatiepreparaat van formoterol en budesonide (geregistreerd voor gebruik vanaf 6 jaar) is alleen in droogpoederinhalator beschikbaar.27

Recent werd een nieuwe categorie astmamedicijnen geïntroduceerd: leukotrieenreceptorantagonisten (LTRA). Een overzicht van de werkingsmechanismen en effecten bij volwassenen is in dit tijdschrift gepubliceerd.28 In Nederland is montelukast, als enige LTRA, geregistreerd voor kinderen vanaf 2 jaar (2-5 jaar: 4 mg, 6-12 jaar: 5 mg, en > 12 jaar: 10 mg oraal eenmaal daags). Behandeling met LTRA leidt tot een vermindering van inspanningsgebonden benauwdheidsklachten en tot een geringe verbetering van astmacontrole en longfunctie.29 In vergelijkend onderzoek zijn ICS effectiever dan montelukast. Vergelijkend onderzoek naar de toevoeging van langwerkende ?2-sympathicomimetica en montelukast, naast ICS, in stap 3 van de behandeling van astma, is bij kinderen nog niet verricht; bij volwassenen is toevoeging van langwerkende ?2-sympathicomimetica effectiever gebleken dan LTRA. Voorlopig heeft derhalve de toevoeging van langwerkende ?2-sympathicomimetica de voorkeur (zie tabel 1). De orale therapie met montelukast eenmaal daags kan gunstig zijn voor de therapietrouw bij (jonge) kinderen. De plaats van toevoeging van LTRA na verhogen van ICS lijkt vooralsnog een kwestie van persoonlijke voorkeur. De volgende adviezen in stap 3 zijn op dit moment dan ook meer gebaseerd op consensus dan op ‘evidence’.

Indien een kind ondanks een adequate dosis ICS (zie tabel 2) klachten houdt en er geen goede verklaring voor het persisteren van de klachten gevonden kan worden (tabel 3), dan dient in eerste instantie de dosis ICS verdubbeld te worden; vervolgens kan een langwerkend ?2-sympathicomimeticum aan de behandeling worden toegevoegd of eventueel montelukast. In stap 4 kan overwogen worden deze laatste medicamenten beide voor te schrijven; na verdubbeling van de oorspronkelijke dosis ICS in stap 3 wordt nog verder verhogen van de dosis ICS alleen in uitzonderingsgevallen aanbevolen.

Verwijzing.

Verwijzing naar de kinderarts wordt geadviseerd bij onvoldoende resultaat na stap 2 van de behandeling.3 Dit betekent dat het gebruik van langwerkende ?2-sympathicomimetica bij kinderen niet thuishoort in de huisartspraktijk. Ook zijn wij van mening dat hoe jonger een kind is, hoe eerder consultatie overwogen dient te worden. Immers, het stellen van de diagnose ‘astma’ is op jonge leeftijd niet eenvoudig en behandeling met inhalatiemedicatie is vaak een probleem.

Controle.

Regelmatige controle wordt aanbevolen voor kinderen met persisterende klachten waarvoor ICS worden voorgeschreven. Aanvankelijk wordt controle viermaal per jaar geadviseerd, later kan de frequentie worden verlaagd. Conform de ‘Landelijke transmurale afspraak’ kan de behandeling van astma in gedeelde zorg met de huisarts plaatsvinden indien de klachten stabiel zijn.4 Later kan de patiënt worden terugverwezen naar de huisarts voor verdere behandeling en controle.

Stappenplan.

Ten opzichte van de vorige richtlijnen is er een wijziging met betrekking tot het gebruik van ICS volgens een stappenplan vastgesteld. Het gebruik om bij toegenomen klachten de dosis ICS tijdelijk (gedurende enkele weken) te verdubbelen blijkt niet effectiever dan toevoegen van een kortwerkend ?2-sympathicomimeticum, en wordt daarom niet langer aanbevolen.30 Recent onderzoek toonde aan dat behandeling met ICS volgens het ‘step-down’-principe – dat is, starten met een hogere dosis ICS die op geleide van de klachten moet worden afgebouwd tot een lagere nog effectieve dosis – in principe niet tot betere resultaten leidt dan behandeling met een constante dosis, terwijl de kans op bijwerkingen bij gebruik van hogere doseringen ICS groter is.31 ‘Step-down’-behandeling wordt daarom niet langer aanbevolen. Op basis van de ernst van het astma wordt gekozen voor een adequate dosis ICS die langere tijd (tenminste meerdere maanden) moet worden gecontinueerd.

acuut astma

Elke astmapatiënt met acute dyspnoe die niet verbetert na een paar giften van een bronchusverwijder door middel van inhalatie moet beschouwd worden als een patiënt met een astma-exacerbatie. Virale bovensteluchtweginfecties en blootstelling aan inhalatieallergenen zijn de meest voorkomende luxerende factoren. Bij een exacerbatie dienen kortwerkende ?2-sympathicomimetica frequent en hooggedoseerd door middel van inhalatie te worden toegediend. Anticholinergica hebben in de thuissituatie geen toegevoegde waarde. Adequate toediening door middel van een dosisaërosol met voorzetkamer is bij kinderen even effectief als toediening via een vernevelaar.32 Systemisch toegediende corticosteroïden bespoedigen het herstel van een exacerbatie, waarbij toediening per os even effectief is als toediening intraveneus.33 Prednisolondrank (5 mg/ml FNA) wordt door kinderen beter verdragen dan (fijngemalen) tabletten.34 De aanbevolen dosering is 1-2 mg/kg lichaamsgewicht (maximaal 40 mg/dag) gedurende vijf dagen; geleidelijk minderen is niet noodzakelijk.

Kinderen die klinisch onvoldoende verbeteren binnen 12-24 uur na systemische toediening van een corticosteroïd naast frequent geïnhaleerde bronchusverwijder, dienen te worden verwezen naar de afdeling Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis. Bij een dergelijke ernstige exacerbatie (status asthmaticus) wordt, naast een ?2-sympathicomimeticum, ook een anticholinergicum toegepast. Toediening van extra zuurstof wordt aanbevolen bij (noodzaak tot) frequente inhalatie van een hogere dosering ?2-sympathicomimeticum en is noodzakelijk bij een transcutane zuurstofsaturatie < 93.35

Bij de ontwikkeling van de richtlijnen waren betrokken (allen zijn kinderartsen, tenzij anders is vermeld): prof.dr.W.M.C.van Aalderen, Amsterdam; dr.H.G.M.Arets, Utrecht; mw.O.H.van der Baan-Slootweg, Hilversum; dr.S.van der Baan, kno-arts, Blaricum/Utrecht; N.J.van den Berg, Almere; mw.L.Bierlaagh, longverpleegkundige, Amsterdam; prof.dr.P.Bindels, huisarts, Amsterdam; R.J.de Boer, Arnhem; dr.H.J.L.Brackel, Eindhoven; dr.P.L.P.Brand, Zwolle; G.Brinkhorst, Alkmaar; dr.E. Dompeling, Maastricht; prof.dr.E.J.Duiverman, Groningen; dr. C.K.van der Ent, Utrecht; mw.dr.E.E.M.van Essen-Zandvliet, Hilversum; S.Flikweert, huisarts, Nijkerk; dr.G.P.J.M.Gerrits, Nijmegen; R.W.Griffioen, Amsterdam; mw.dr.M.H.Grol, huisarts, Amsterdam; mw.W.Hagmolen of ten Have, Almere; J. Heijnens, Sittard; dr.J.J.E.Hendriks, Maastricht; dr.M.O. Hoekstra, Utrecht; mw.C.A.C.Hugen, Groesbeek; K.E.Illy, Tiel; dr. Q.Jöbsis, Maastricht; prof.dr.J.C.de Jongste, Rotterdam; dr. C.R.W.Korver, Haarlem; J.M.Kouwenberg, Den Haag; M.C. Kuethe, Breda; J.van der Laag, Utrecht; mw.dr.A.M.Landstra, Arnhem; dr.P.J.F.M.Merkus, Rotterdam; A.F.Nagelkerke, Amsterdam; prof.dr.H.J.Neijens, Rotterdam; R.F.Oosterkamp, Hilversum; W.J.den Ouden, Spijkenisse; P.C.Overberg, Hoorn; mw.M.W.H.Pijnenburg, Rotterdam; mw.J.G.M.Rijntjes, Amsterdam; dr.R.J.Roorda, Zwolle; B.L.Rottier, Groningen; P.P.M.Schilte, Alkmaar; dr.F.W.J.M.Smeenk, longarts, Eindhoven; mw.M.J.Spaan-Groenemeijer, Hengelo; dr.P.J.C.van der Straaten, Delft; dr.B.J.Thio, Enschede; mw.dr.A.A.P.H. Vaessen-Verberne, Breda; mw.L.N.van Veen, Delft; F.G.A. Versteegh, Gouda; mw.E.J.L.E.Vrijlandt, Groningen; A.van der Wagen, Hengelo; dr.G.J.Wesseling, longarts, Maastricht; J.L. Yntema, Nijmegen; mw.D.H.H.van der Zwet-Fandri, Utrecht.

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.

Aanvaard op 31 March 2003

Namens de sectie Kinderlongziekten van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde; degenen die bij deze richtlijn waren betrokken, staan aan het eind van dit artikel vermeld.

Academisch Ziekenhuis, Beatrix Kinderkliniek, afd. Kindergeneeskunde, sectie Kinderlongziekten, Postbus 30.001, 9700 RB Groningen.
Prof.dr.E.J.Duiverman en B.L.Rottier, kinderartsen-pulmonologen.
Catharina-ziekenhuis, afd. Kindergeneeskunde, Eindhoven.
Dr.H.J.L.Brackel, kinderarts-pulmonoloog.
Erasmus Medisch Centrum, locatie Sophia Kinderziekenhuis, afd. Kindergeneeskunde, onderafd. Kinderlongziekten, Rotterdam.
Dr.P.J.F.M.Merkus, kinderarts-pulmonoloog.
Isala Klinieken, afd. Kindergeneeskunde, Zwolle.
Dr.P.L.P.Brand, kinderarts-pulmonoloog.
(e [dot] j [dot] duiverman [at] bkk [dot] azg [dot] nl).
Correspondentieadres: prof.dr.E.J.Duiverman

Literatuur
  1. Laag J van der, Aalderen WMC van, Duiverman EJ,Essen-Zandvliet EEM van, Nagelkerke AF, Nierop JC van. Astma bij kinderen;consensus van kinderlongartsen over lange-termijnbehandeling. II.Behandeling. Ned Tijdschr Geneeskd1991;135:2319-23.

  2. Hoekstra MO. Behandeling van astma bij kinderen; herzienerichtlijnen van kinderlongartsen. NedTijdschr Geneeskd 1997;141:2223-9.

  3. Dirksen WJ, Geijer RMM, Haan M de, Koning G de, FlikweertS, Kolnaar BGM. NHG-standaard Astma bij kinderen. Huisarts Wet1998;41:130-43.

  4. Geijer RMM, Essen-Zandvliet EEM van, Flikweert S,Brinkhorst G, Haan M de, Roorda RJ, et al. Landelijke transmurale afspraak:astma bij kinderen. Huisarts Wet 1998;41:144-6.

  5. Duiverman EJ, Jöbsis Q, Essen-Zandvliet EEM van,Aalderen WMC van, Jongste JC de. Richtlijn ‘Astmabehandeling bijkinderen’ van kinderlongartsen (2e herziening). I. Diagnostiek enpreventie. Ned Tijdschr Geneeskd2003;147:1905-8.

  6. Lipworth BJ. Modern drug treatment of chronic asthma. BMJ1999;318:380-4.

  7. Doull IJM, Lampe FC, Smith S, Schreiber J, Freezer NJ,Holgate ST. Effect of inhaled corticosteroids on episodes of wheezingassociated with viral infection in school age children: randomised doubleblind placebo controlled trial. BMJ 1997;315:858-62.

  8. Wilson N, Sloper K, Silverman M. Effect of continuoustreatment with topical corticosteroid on episodic viral wheeze in preschoolchildren. Arch Dis Child 1995;72:317-20.

  9. Stellato C, Atsuta J, Bickel CA, Schleimer RP. An in vitrocomparison of commonly used topical glucocorticoid preparations. J AllergyClin Immunol 1999;104(3 Pt 1):623-9.

  10. Lipworth BJ. Systemic adverse effects of inhaledcorticosteroid therapy. Arch Intern Med 1999;159:941-55.

  11. Agertoft L, Pedersen S. A randomized, double-blind dosereduction study to compare the minimal effective dose of budesonideTurbuhaler and fluticasone propionate Diskhaler. J Allergy Clin Immunol1997;99(6 Pt 1):773-80.

  12. Hoekx JCM, Hedlin G, Pedersen W, Sorva R, Hollingworth K,Efthimiou J. Fluticasone propionate compared with budesonide: a double-blindtrial in asthmatic children using powder devices at a dosage of 400 microg xday(-1). Eur Respir J 1996;9:2263-72.

  13. The Childhood Asthma Management Program Research Group.Long-term effects of budesonide or nedocromil in children with asthma. N EnglJ Med 2000;343:1054-63.

  14. Verberne AAPH, Frost C, Roorda RJ, Laag J van der,Kerrebijn KF. One year treatment with salmeterol compared with beclomethasonein children with asthma. The Dutch Paediatric Asthma Study Group. Am J RespirCrit Care Med 1997;156(3 Pt 1):688-95.

  15. Allen DB, Bronsky EA, LaForce GF, Nathan RA, TinkelmanDG, Vandewalker ML, et al. Growth in asthmatic children treated withfluticasone propionate. J Pediatr 1998;132(3 Pt 1):472-7.

  16. Brand PLP. Inhaled corticosteroids reduce growth. Or dothey? Eur Respir J 2001;17:287-94.

  17. Brand PLP, Hendriks JJE, Vaessen-Verberne AAPH.Inhalatiecorticosteroïden en de groei van kinderen met astma.Ned Tijdschr Geneeskd1999;143:2041-5.

  18. Agertoft L, Pedersen S. Effect of long-term treatmentwith inhaled budesonide on adult height in children with asthma. N Engl J Med2000;343:1064-9.

  19. Byrnes C, Shrewsbury S, Barnes PJ, Bush A. Salmeterol inpaediatric asthma. Thorax 2000;55:780-4.

  20. Lenney W, Pedersen S, Boner AL, Ebbutt A, Jenkins MM.Efficacy and safety of salmeterol in childhood asthma. Eur J Pediatr 1995;154:983-90.

  21. Verberne AAPH, Frost C, Duiverman EJ, Grol MH, KerrebijnKF. Addition of salmeterol versus doubling the dose of beclomethasone inchildren with asthma. The Dutch Asthma Study Group. Am J Respir Crit Care Med1998;158:213-9.

  22. Bisgaard H. Leukotriene modifiers in pediatric asthmamanagement. Pediatrics 2001;107:381-90.

  23. Knorr B, Matz J, Bernstein JA, Nguyen H, Seidenberg BC,Reiss TF, et al. Montelukast for chronic asthma in 6- to 14-year oldchildren. Pediatric Montelukast Study Group. JAMA 1998;279:1181-6.

  24. Barns PJ. Scientific rationale for inhaled combinationtherapy with long-acting beta2-agonists and corticosteroids. Eur Respir J2002;19:182-91.

  25. Bisgaard H. Long-acting beta(2)-agonists in management ofchildhood asthma: a critical review of the literature. Pediatr Pulmonol2000;29:221-34.

  26. Berg NJ van den, Ossip MS, Hederos CA, Antilla H, RibeiroBL, Davies PI. Salmeterol/fluticasone propionate (50/100 microg) incombination in a Diskus inhaler (Seretide) is effective and safe in childrenwith asthma. Pediatr Pulmonol 2000;30:97-105.

  27. Tall A, Simon G, Vermeulen JH, Petru V, Cobos N, EverardMC, et al. Budesonide/formoterol in a single inhaler versus inhaledcorticosteroids alone in the treatment of asthma. Pediatr Pulmonol2002;34:342-50.

  28. Diamant Z, Sterk PJ. Nieuwe therapie van asthmabronchiale: toepassing van leukotrieenreceptorantagonisten enleukotrieensyn-theseremmers. NedTijdschr Geneeskd 1998;142:72-8.

  29. Kemp JP, Dockhorn RJ, Shapiro GG, Nguyen HH, Reiss TF,Seidenberg BC, et al. Montelukast once daily inhibits exercise-inducedbronchoconstriction in 6- to 14-year old children with asthma. J Pediatr1998;133:424-8.

  30. Garrett J, Williams S, Wong C, Holdaway D. Treatment ofacute asthmatic exacerbations with an increased dose of inhaled steroid. ArchDis Child 1998;79:12-7.

  31. Visser MJ, Postma DS, Arends LR, Vries TW de, DuivermanEJ, Brand PLP. One-year treatment with different dosing schedules offluticasone propionate in childhood asthma. Effects on hyperresponsiveness,lung function, and height. Am J Respir Crit Care Med2001;164:2073-7.

  32. Leversha AM, Campanella SG, Aickin RP, Asher MI. Costsand effectiveness of spacer versus nebulizer in young children with moderateand severe acute asthma. J Pediatr 2000;136:497-502.

  33. Smith M, Iqbal S, Elliott TM, Everard M, Rowe BH.Corticosteroids for hospitalised children with acute asthma Cochranereview. The Cochrane Library. Issue 2. Oxford: Update Software;2003.

  34. Lucas-Bouwman ME, Roorda RJ, Jansman FGA, Brand PLP.Crushed prednisolone tablets or oral solution for acute asthma? Arch DisChild 2001;84:347-8.

  35. Inwald D, Roland M, Kuitert L, McKenzie SA, Petros A.Oxygen treatment for acute severe asthma. BMJ2001;323:98-100.

Reactie toevoegen

Er zijn nog geen reacties geplaatst.