Met een strak geprotocolleerd gedragstherapeutisch programma kan een deel van de tieners duurzaam van het roken worden afgeholpen. Dat is aangetoond in de Hutchinson Study of High School Smoking, die tussen 2001 en 2006 liep in de Amerikaanse staat Washington (J Natl Cancer Inst. 2009; 101:1378-92).
Eerdere studies naar rookinterventieprogramma’s voor jongeren hadden methodologische gebreken, konden nauwelijks significante effecten aantonen of bereikten maar een fractie van de jonge rokers, stellen de auteurs. De Hutchinson Study probeerde deze valkuilen te vermijden. Onder meer door het inzetten van een motiverende interviewtechniek om de deelname te bevorderen, en vervolgens van een cognitief-gedragstherapeutische interventie die de vaardigheden traint die nodig zijn om het stoppen vol te houden. Respect voor de autonomie en privacy van de tieners stond in het hele programma centraal. In totaal werden 2151, vooral 16- en 17-jarige, rokers geïdentificeerd op 50 high schools. Op de helft van de scholen werd het interventieprogrogramma ingezet. Van de 1058 rokers op deze scholen begonnen er 737 (69,7%) met het programma. Bijna de helft maakte het ook af. Rokers die niet wilden stoppen, kregen maximaal drie telefoontjes om hun motivatie op te krikken. Wie wél klaar was voor een poging, kreeg maximaal zeven stop-steun-telefoontjes voor motivatieversterking, aanleren van vaardigheden en terugvalpreventie. De telefoontjes duurden ongeveer een kwartier. Bijna de helft van de interventiegroep doorliep het hele programma.
Uit de intention-to-treat-analyse bleek dat na zes maanden niet meer jongeren uit de interventiegroep gestopt waren met roken: 21,8% tegen 17,7% (p = 0,6). Op dagelijkse rokers was het effect evenwel duidelijker: 10,1% vs 5,99%, (p = 0,02) was nog steeds gestopt. Vooral dagelijks rokende jongens waren vatbaar voor de training: 12,2 % vs 6,2% (p = 0,006).
Wie het uitbundige editorial over de Hutchinsonstudie leest, krijgt bijna het idee dat het einde van het roken onder jongeren nu wel in zicht is (J Natl Cancer Inst. 2009;101:1367-8). Toch blijft er met slechts 4,1% extra stoppers dankzij het programma – en dus een Number Needed to Treat van 25 – nog een wereld te winnen. (Bijdrage: Ester van Osselen).

