Riet M.E. Haasnoot-Smallegange
,Carry M. Renders
,Anne Marie Oudesluys-Murphy
enRemy A. Hirasing
Objective
To assess which determinants influence the mother’s choice to breastfeed or formula-feed her infant, as well as the roles that social and professional support play in this process.
Design
Descriptive study.
Method
Pregnant women who visited midwives, general practitioners or gynaecologists during their pregnancy in the South-West Overijssel region of the Netherlands from 1 February-1 September 2000 were asked to participate in the study. They completed questionnaires during the 27th and 36th week of pregnancy, 1 day post-partum, and 1 month and 4 months after delivery. Collected data included sociodemographic characteristics, the perceived professional and social support when choosing between breastfeeding or formula feeding, and reasons for premature cessation of breastfeeding.
Results
404 women participated in the study. 95% had already made a feeding choice during pregnancy: approximately 80% chose to breastfeed. These women had a higher level of education, were less likely to smoke, were more likely to have breastfed previously and had been breastfed themselves more often than the women who chose formula feeding (p < 0.05). In the 27th week of pregnancy, 56% of the women indicated that they had not received professional support when making their choice. Women who had received professional support were more likely to opt for breastfeeding. This relationship was also found to hold true 1 day after delivery. At that time 76% of mothers breastfed; after 4 months this figure had dropped to 27%. The main reasons mothers gave for switching to formula feeding were concerns that their infant was not growing adequately, breastfeeding problems and returning to work. They indicated that the provision of information and support, both before and after the birth, had been inadequate. Support from their social environment was not found to be significantly associated with the feeding choice.
Conclusion
The choice to breastfeed or formula-feed was made before birth. Professional support plays an important role in this choice, not only before birth but also immediately afterwards. Provision of information and support by professionals before and after delivery could increase the number of women choosing to breastfeed and the length of time these women breastfeed.
Indienen manuscript
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.


Reacties
Professionele steun is van groot belang bij borstvoeding
Het onderzoek bevestigt wat veel bij borstvoeding betrokkenen al dachten. Hopelijk zullen zorgverleners, zorginstellingen en beleidsmakers hieruit, waar nodig, hun conclusies trekken. Ik lees in het artikel niet terug hoeveel vrouwen daadwerkelijk in het ziekenhuis zijn bevallen, maar aannemelijk is dat het het merendeel van de moeders betrof. Te vaak hoor ik, ook anno nu, ervaringen van moeders waaruit blijkt dat de betreffende ziekenhuizen de door de WHO opgestelde ‘Tien vuistregels voor het welslagen van de borstvoeding’ niet naleven.
Door de auteurs wordt een borstvoedingsprotocol genoemd; een borstvoedingsbeleid op papier is de eerste van deze vuistregels. Internationaal is door WHO/UNICEF het Baby-Friendly Hospital Initiative (BFHI) opgezet; in Nederland kunnen instellingen hiertoe het WHO/UNICEF Zorg voor Borstvoeding-certificaat behalen. Een blik op de website van de Stichting Zorg voor Borstvoeding bevestigt dat nog steeds te veel ziekenhuizen de tien vuistregels niet zichtbaar geïmplementeerd hebben. Met helaas desastreuze gevolgen voor de borstvoedingscijfers van dien, en nare persoonlijke ervaringen voor de betrokken moeders en kinderen. Ook binnen zorginstellingen zijn er verschillen: ervaring leert dat bijvoorbeeld de goede werken op een kraamafdeling in een specifiek ziekenhuis tenietgedaan werden door het ontbreken van adequate zorg voor borstvoeding op de kinderafdeling in hetzelfde ziekenhuis. Zorginstellingen zouden hun verantwoordelijkheid moeten nemen en ervoor moeten zorgdragen dat zij voldoen aan de voor WHO/UNICEF-certificering gestelde eisen. Dit is wel het minste wat van een zichzelf respecterende professionele organisatie verlangd kan worden.
Heleen de Vaan, arts Beleid & Advies, Amstelveen
Professionele steun is van groot belang bij borstvoeding
Ik sluit mij helemaal aan bij het betoog van Heleen de Vaan. Ik heb veel contact met jonge moeders, en te vaak moet ik horen hoe slecht moeders geholpen worden bij de borstvoeding door de zorgverleners van wie je zou mogen verwachten dat zij op de hoogte zijn van borstvoeding. Bijscholing van al deze zorgverleners is een must om de begeleiding op een hoger en professioneel niveau te krijgen. Ook zou de rol van de kunstvoedingsindustrie in de zorg op alle niveaus teruggedrongen moeten worden, want deze heeft geen belang bij moeders die (langer) borstvoeding geven. Ondertussen richten wij ons op de moeders en bieden we zowel up-to-date en betrouwbare borstvoedinginformatie als persoonlijke steun bij borstvoeding.
Kenniscentrum Borstvoeding (www.borstvoeding.com)
Stefan Kleintjes, kinderdiëtist
Professionele steun is van groot belang bij borstvoeding
Ik ben als lactatiekundige heel blij met dit artikel. Het komt bijna tegelijkertijd met de beslissingen van de ziektekostenverzekeraars om lactatiekunde te vergoeden in bijna alle aanvullende pakketten. Wij hameren er altijd op dat de eerste winst ligt in goede voorlichting. De verwijzing door huisartsen en verloskundigen helpt hierbij. Naast voorlichting is goede instructie 'face-to-face' ook van belang en doorslaggevend voor de verdere voedingsperiode. Verder sluit ik mij aan bij de mening van Stefan Kleintjes.
Bartina van Schie, lactatiekundige