Gepubliceerd op: 28-07-2000 (in print verschenen in week 30 2000)
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2000;144:1437-40
Onderzoek

P.J. Lansberg

,

S. Tuzgöl

,

M.A. van de Ree

,

J.C. Defesche

en

J.J.P. Kastelein

Doel.

Inzicht verkrijgen in de prevalentie van familiaire hypercholesterolemie (FH).

Opzet.

Statusonderzoek, gerichte enquête en ‘case-finding’.

Methoden.

Gedurende de periode medio 1990-medio 1992 (ongeveer 2,5 jaar) werden 8800 volwassen personen (18 jaar en ouder) in de bestanden van 4 huisartsenpraktijken in Hoofddorp gescreend op de aanwezigheid van risicofactoren voor coronaire hartziekte. Degenen met één of meer risicofactoren werden vervolgens uitgenodigd voor anamnese, lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek. Van de 3289 geselecteerde en opgeroepen personen werden in totaal 2719 (83) personen gezien. Bij hen werd de totale cholesterolconcentratie in het bloed 3 maal gemeten en indien het gemiddelde hoger was dan 8,0 mmol/l vond er een verwijzing plaats naar een lipidepolikliniek voor verificatie van het bestaan van FH.

Resultaten.

Er kwamen 114 patiënten in aanmerking voor verwijzing, van wie 92 (81) daadwerkelijk werden verwezen. Bij 38 van de 92 verwezen patiënten werd de diagnose ‘FH’ gesteld: 23 mannen en 15 vrouwen, met een gemiddelde leeftijd van 47,7 jaar (uitersten: 21-74).

Conclusie.

Het vóórkomen van FH was 1 op 232, hetgeen meer is dan 1:500, de prevalentie die tot nu toe werd aangenomen.

Reactie toevoegen

Er zijn nog geen reacties geplaatst.