Gepubliceerd op: 06-01-2009 (in print verschenen in week 1 2009)
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153:C6
Nieuws

Voor sommige mensen lijkt het bij bepaalde aandoeningen weinig uit te maken of zij worden behandeld met een placebo: het nepmiddel werkt net zo goed als een echt geneesmiddel. Een opmerkelijk experiment van Zweedse en Duitse onderzoekers doet vermoeden dat dit placebo-effect genetisch is bepaald. In het experiment werd 108 proefpersonen met een sociale fobie gevraagd een lezing te houden voor een groep studenten. De angstreactie die zo’n vraag uitlokt, laat zich moeilijk beschrijven, maar betreft onder meer zweetuitbraken, faalangst, hartkloppingen en het krijgen van koude handen en voeten. Na de lezing werd driekwart van de proefpersonen gedurende 8 weken behandeld met een selectieve serotonineheropnameremmer (SSRI), een kwart kreeg placebo. Daarna werd hun gevraagd opnieuw een lezing te geven. Bij 40% van de placebogroep werd nu dezelfde angstafname vastgesteld als bij de SSRI-groep. Ook bij hen was op de positronemissietomografiescan een duidelijke activiteitsafname in de amygdala in de temporale kwab zichtbaar, ...

Reactie toevoegen

Er zijn nog geen reacties geplaatst.