Print dit artikel
Home
Gepubliceerd op: 07-04-2000 (in print verschenen in week 14 2000)
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2000;144:672
Nieuws
Overmatig gebruik van methylfenidaat

J.B. Meijer van Putten

‘Kinderen slikken te vaak Ritalin’ en ‘Scholieren handelen in levensgevaarlijk medicijn Ritalin’ waren twee van de krantenkoppen waarmee ‘attention deficit hyperactivity disorder’ (ADHD) en het daarvoor geslikte medicijn methylfenidaat (merknaam Ritalin) de afgelopen tijd het nieuws haalden (NRC Handelsblad en De Telegraaf, 7 maart 2000). Aanleiding was het televisieprogramma Zembla, waarin de Utrechtse hoogleraar Kindergeneeskunde J.Kimpen vertelde dat de diagnose ‘ADHD’ veel te vaak en te makkelijk wordt gesteld. Daardoor zou een groot aantal volstrekt gezonde kinderen methylfenidaat voorgeschreven krijgen. Kimpen noemt ADHD een modediagnose, die ouders graag voor hun kinderen krijgen, omdat het ‘in’ is, net als het dragen van een beugel. De krantenkop over de handel in Ritalin op schoolpleinen is gebaseerd op de uitspraken van de aan de Universiteit van Utrecht verbonden hoogleraar Kinder- en Jeugdpsychiatrie J.Buitelaar in het diezelfde avond uitgezonden Nova. Scholen uit verschillende delen van het land zouden hem bericht hebben dat kinderen hun medicijn op het schoolplein verhandelden. Dat zou vooral gelden voor scholieren die veel te maken hebben met verslaafden.

Balans, de vereniging die zich inzet voor ADHD-patiënten en hun ouders, verzet zich op haar website (http://www.balanspagina.demon.nl) tegen de televisieberichtgeving. In Zembla zou de problematiek van ADHD-kinderen door de suggestieve vraagstelling bij voorbaat in twijfel getrokken zijn. De vereniging bestrijdt ook de opvatting dat het gebruik van methylfenidaat in Nederland is doorgeschoten: ‘In Zembla wordt verontrust gesproken over 32.000 kinderen die worden behandeld met Ritalin. Niet vermeld wordt dat er volgens de officiële cijfers 2-3 van de kinderen ADHD hebben. Wat neerkomt op 80.000 kinderen. En daarmee kunnen we concluderen dat nog niet de helft van de kinderen met ADHD in Nederland wordt behandeld met Ritalin.’

Terwijl in Nederland opschudding is over een verhoudingsgewijs gering aantal methylfenidaat gebruikende basisschoolkinderen, spreekt men in de VS over een heel wat verder gaande problematiek. Uit een artikel in het Journal of the American Medical Association (2000;283:1025-30) blijkt dat methylfenidaat soms al op zeer jeugdige leeftijd wordt verstrekt. Van de deelnemende bij het Amerikaanse ziekenfonds Medicaid verzekerde 2- tot 4-jarige kinderen slikten 4 tot 11 op de 1000 methylfenidaat. Verontrustend is ook dat het gebruik van methylfenidaat bij Amerikaanse peuters tussen 1991 en 1995 is verdrievoudigd (figuur). Naast methylfenidaat wordt er aan de peuters ook veel clonidine voorgeschreven en zelfs antidepressiva (in 1994 waren 3000 recepten voor fluoxetine bestemd voor kinderen jonger dan 1 jaar). De auteurs noemen het totale aantal erg jonge kinderen dat stimulerende middelen voorgeschreven krijgt, weliswaar nog klein (1 tot 1,5), maar vinden de toename erg verontrustend, vooral ook ‘omdat onderzoek naar de veiligheid en werkzaamheid van deze middelen, dat al schaars is voor oudere kinderen, voor peuters geheel ontbreekt.’ De Amerikaanse regering heeft inmiddels een voorlichtingscampagne aangekondigd om deze ontwikkeling te keren (New York Times, 20 maart 2000).


Reactie toevoegen

Er zijn nog geen reacties geplaatst.