Ook na onderzoek met 13 jaar follow-up leidt prostaatkankerscreening niet tot lagere sterfte. Dat melden Gerald Andriole (Washington University School of Medicine) c.s. in Journal of the National Cancer Institute (2012;104:125-32).
Uit een eerdere analyse van de ‘Prostate, Lung, Coloractal and Ovarian (PLCO) Cancer Screening Trial’ bleek na 7-10 jaar follow-up dat screening op prostaatkanker – 4 jaar lang jaarlijks een rectaal toucher en 6 jaar lang jaarlijks een PSA-bepaling – geen overlevingsvoordeel biedt boven screening op indicatie. Nu rapporteren de onderzoekers de resultaten van 10-13 jaar follow-up.
76.685 mannen van 55-74 jaar oud deden mee. In de screeningsgroep kregen meer mannen te maken met prostaatkanker dan in de controlegroep – 4250 van de 38.340 versus 3825 van de 38.345 – met een cumulatieve incidentie van respectievelijk 108,4 vs. 97,1 per 10.000 persoonsjaren. Ondanks deze toename verschilde de cumulatieve prostaatkankersterfte na 13 jaar niet: 3,7 (screening) en 3,4 (controle) sterfgevallen per 10.000 persoonsjaren (158 vs. 145 doden). De onderzoekers vonden geen relatie met leeftijd, comorbiditeit of met PSA-tests vóór de trial.
De uitslag van de PLCO-trial komt niet overeen met het resultaat van het grote Europese onderzoek naar prostaatkankerscreening (ERSPC), waarin de 10-jaarsmortaliteit bij 55-69-jarige mannen met 20% afnam in de screeningsgroep. Bij alle ERSPC-mannen – leeftijd van 50-74 jaar – was het verschil van 15% niet significant. De uitkomstverschillen hebben volgens de auteurs te maken met het feit dat mannen uit de PLCO-controlegroep voorafgaand aan en tijdens de trial vaker een PSA-test ondergingen. In de ERSPC-studie werden gescreende mannen met prostaatkanker vaker in een academisch ziekenhuis behandeld dan patiënten uit de controlegroep. Bovendien denken Andriole en collega’s dat verbeterde prostaatkankerbehandelingen ten minste voor een deel bijdragen aan de afgenomen sterfte.

