In Nederland zijn huisartsen en specialisten verplicht zich na te scholen om hun registratie te behouden. Maar door gebrek aan voldoende onafhankelijke cursussen volgen zij noodgedwongen onderwijs uit de koker van de farmaceutische industrie. En die grijpt deze kans graag aan voor marketing. Het wekt dan ook geen verbazing dat de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) in een recent advies pleitte voor oprichting van een nascholingsfonds dat onafhankelijke bij- en nascholingsinstituten financiert, zodat artsen hun kennis kosteloos kunnen bijspijkeren. Artsen moeten dan wel alle bijdragen die zij voor nascholing ontvangen in het fonds storten.
Hoewel de RVZ de overheid adviseert deze onafhankelijke bij- en nascholing te realiseren, is vanuit die hoek geen financiƫle bijdrage aan het fonds te verwachten. Tot nu was het adagium van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport namelijk dat de nascholingsinstituten zelf voor hun financiƫn moeten zorgen. Dat kostte verschillende onafhankelijke nascholingsinstituten de kop. Zij konden de concurrentie met de goedkope cursussen van de farmaceutische industrie niet aan.
Maar waarom farmaceuten geen geld laten storten in het fonds? Zij zouden bijvoorbeeld verplicht een percentage van hun verkoop- en marketinguitgaven kunnen bijdragen aan het fonds in plaats van zelfstandig nascholing te organiseren. En dat kan heel wat opleveren. Uit het financieel jaarverslag 2007 van Pfizer blijkt bijvoorbeeld dat het bedrijf in 2005 1,2 miljard dollar heeft besteed aan verkoop en marketing van het inmiddels van de markt gehaalde Bextra (valdecoxib). In 2007 gaf het bedrijf alleen al 2,7 miljard dollar uit aan reclame. En omdat reclame aanmoedigt tot voorschrijven, is het redelijk een percentage van het reclamegeld te gebruiken om artsen up-to-date te houden. Maar dan wel door een onafhankelijk opleidingsinstituut.

