De uitkomsten van het Peristat-II-onderzoek hebben vlak voor kerst voor veel beroering gezorgd in de landelijke media. In Peristat-II vergeleken Mahangoo et al. de perinatale sterfte in verschillende Europese lidstaten met cijfers uit 2004 (Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152:2718-27). Het bleek dat in Nederland de kans 1 op 100 is dat een kind sterft rondom de geboorte. Daarmee scoort Nederland het slechtste na Frankrijk en Letland en slechter dan landen zoals Estland, Litouwen en Slovenië.
De lage positie van Nederland in deze rangorde is niet nieuw. Uit de Peristat-I-studie die vijf jaar geleden verscheen (http://www.ntvg.nl/db_artikel.asp?ID=2004118550001A&fr=rs), kwam Nederland ook al als een van de slechtst scorende landen uit de bus. Maar nog langer geleden, in 1978, woedde er in dit tijdschrift al een discussie over perinatale sterfte. Hoogendoorn (Ned Tijdschr Geneeskd. 1978;122:1171-8) toonde destijds aan dat Nederland een relatief hoge perinatale sterfte had. Hij weet dat onder meer aan de thuisbevalling. Bijna tien jaar later laaide de discussie weer op. Hoogendoorn maakte toen melding van een stagnerende daling in perinatale sterfte in Nederland in vergelijking met andere landen in Europa (Ned Tijdschr Geneeskd. 1986;130:1436-43). Er volgden opnieuw veel ingezonden brieven.
Toen de bevindingen van Peristat-I bekend werden, was er veel discussie over de betrouwbaarheid van deze cijfers. De toenmalige staatssecretaris van Volksgezondheid Ross stelde dat de cijfers niet vergelijkbaar zouden zijn omdat Nederland beter registreerde dan andere landen. De Nederlandse onderzoekers van het Peristat-II-onderzoek zijn nu veel voorzichtig in het benoemen van mogelijke oorzaken voor de relatief slechte Nederlandse uitkomsten. Volgens hen spelen mogelijk het relatief hoge percentage oudere moeders en meerlingzwangerschappen in Nederland een rol.
Over het waarom Nederland zo slecht scoort in Europa zijn nog geen harde uitspraken te doen. Meer valt te zeggen over mogelijke risicofactoren op perinatale sterfte. Gelijktijdig met het Peristat-II-onderzoek verschenen hierover twee andere Nederlandse onderzoeken.
Ravelli et al. analyseerden gegevens uit de Perinatale Registratie Nederland http://www.ntvg.nl/db_artikel.asp?ID=2008127280001A&NR=3&OFF=255&fr=rs. Zij concludeerden dat lage of hoge leeftijd van de moeder en hoge pariteit op populatieniveau niet zo’n grote rol spelen als gedacht. Nullipariteit en niet-westerse afkomst waren juist wel duidelijke risicofactoren.
De Graaf et al. onderzochten het verband tussen woonwijk, etniciteit en ongunstige perinatale uitkomsten bij zwangeren in de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) http://www.ntvg.nl/db_artikel.asp?ID=2008127340001A&NR=2&OFF=255&fr=rs. Met hun onderzoek toonden zij aan dat vrouwen in een van vier grote steden een sterk verhoogde kans hebben op een ongunstige perinatale uitkomst. Wonen in een achterstandswijk vormt een nog groter risico, vooral voor westerse zwangeren.
Merkus schrijft in een begeleidend commentaar dat het nu echt tijd wordt er iets aan te doen (http://www.ntvg.nl/db_artikel.asp?ID=2008127070001A&NR=5&OFF=255&fr=rs) en hij wijst op de goede resultaten in Vlaanderen.
Meer lezen?
Ga naar http://www.minvws.nl voor gestelde Kamervragen en zoek op ‘perinatale sterfte’.
Brief van minister Klink over aanpak van perinatale sterfte (juli 2008) http://www.rivm.nl/jeugdgezondheid/images/brief%20VWS%20over%20ketenzorg%20zwangerschap%20en%20geboorte.pdf.
Lang geleden in NTvG
Klinische les van Bouwdijk Bastiaanse uit 1953 over stagnerende daling perinatale sterfte (http://www.ntvg.nl/db_artikel_hist.asp?ID=1953129740001A&PG=1&NR=255&OFF=255&fr=rs).

