Gepubliceerd op: 16-03-2010
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A1757
Commentaar
  • Open

Arend-Jan Meinders

en

Arend E. Meinders

 
Reactie toevoegen

Reacties

obstipatie en water drinken

Meinders en Meinders stellen in hun artikel "hoeveel water moeten we eigenlijk drinken" dat extra water drinken geen gunstige invloed heeft op de huid of obstipatie. Ter ondersteuning wordt aan een artikel gerefereerd dat alleen betrekking heeft op de huid en niet op obstipatie. Iedereen die met regelmaat patienten behandeld met obstipatie weet dat voldoende vocht en vezel innname de hoeksteen van de behandeling vormen. Er is geen evidence dat dit niet zo is. Voor een referentie dat extra vochtinname wel een gunstig effect op de behandeling van obstipatie heeft verwijs ik graag naar een al wat ouder artikel.[1]

Jan Maarten Vrolijk, mdl-arts, Ziekenhuis Rijnstaete

Anti M, et al. Water supplementation enhances the effect of high-fiber diet on stool frequency and laxative consumption in adult patients with functional constipation. Hepatogastroenterology. 1998 May-Jun;45(21):727-32.

drinken en defaecatie frequentie

Geachte collega Vrolijk
Hartelijk dank voor uw reactie op ons artikel over waterinname en de vermeende invloed op verschillende aspecten van gezondheid en welbevinden. In onze opmerking over het ontbrekende bewijs van vochtinname per se op de defaecatie frequentie vermelden wij  de referentie van Valtin (omdat wij niet meer dan 10 referenties mogen aanhalen bij een commentaar) die stelt dat er onvoldoende bewijs is dat vochtinname alleen de defaecatie frequentie verhoogt. Hij baseert zich hierbij op een studie met gezonde vrijwilligers (Chung BD, Parekh U, and Sellin JH. Effect of increased fluid intake on stool output in normal healthy volunteers. J Clin Gastroenterol 28: 29–32, 1999.) Leung komt in een overzichtsartikel in 2007 vrijwel tot dezelfde conclusie (Leung FW. Etiologic factors of chronic obstipation-review of the scintific evidence. Dig Dis Sci 52:313-316, 2007)Ook vanuit fysiologisch oogpunt is het niet aannemelijk dat water dat de gehele dunne darm is blootgesteld aan een vrijwel oneindig resorberend oppervlak nog in het colon zal aankomen. Het effect dat in de door u aangehaalde studie wordt beschreven is dan ons inziens niet het effect van de waterinname maar een effect van niet resorbeerbare vezels, die effectiever zijn wanneer er meer bij wordt gedronken. Voor een effect van alleen verhoogde vloeistofinname op de defaecatie frequentie in afwezigheid van andere interventies is ons inziens te weinig bewijs en ontbreekt ook de fysiologische onderbouwing.

Arend-Jan Meinders, internist