Een puntmutatie in een interferongen bepaalt het succes of falen van een standaardtherapie bij chronische hepatitis C. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers in Nature (doi:10.1038/nature08309). Hun studie verklaart ook het bekende etnische verschil in de respons op de standaardtherapie.
De mutatie werd gevonden door een zogenoemd genoombreed associatieonderzoek bij deelnemers aan de IDEAL-studie, dat onlangs heeft plaatsgevonden. Daarin werd een aanbevolen combinatietherapie (peginterferon alfa-2b plus ribavirine) vergeleken met 2 andere therapieën. (NEJM. 2009:361:580-93)
Uit de IDEAL-studie kwam nogmaals naar voren dat de combinatietherapie niet bij alle mensen met een hepatitis C-infectie aanslaat. Bekend was al wel dat dit vaak het geval is bij patiënten van Afrikaanse afkomst. Europeanen en vooral Oost-Aziaten reageren veel beter op de combinatietherapie: zij hebben de grootste kans dat het virus na 48 weken behandeling verdwenen is.
De oorzaak van dit verschil is volgens de onderzoekers van Duke University in Durnham een puntmutatie in het gen IL28B. Dat gen codeert voor het eiwit interferon-λ-3 en de puntmutatie lijkt de interferonreactie op de virusinfectie te beïnvloeden. Interferon is een natuurlijk afweerproduct, dat als peginterferon in de behandeling van hepatitis C wordt ingezet. De puntmutatie zorgt ervoor dat het nucleotide cytosine (C) verandert in thymine (T). En omdat chromosomen dubbel aanwezig zijn, zijn de allelen CC, CT en TT mogelijk. Uit de studie blijkt dat de dragers van het CC-allel een duidelijk betere respons op de combinatietherapie hebben: bij 80% van de patiënten slaat de therapie aan, terwijl dragers van het TT-allel 30% kans hebben dat de therapie aanslaat.
De auteurs menen dat een genetische test vóór de therapie een goede inschatting geeft van de behandeluitkomst. Van de mensen van Afrikaanse afkomst is slechts 25% drager van het CC-allel, terwijl dat bij Europeanen 55% is en bij Oost-Aziaten 75%.
Afro-Amerikanen met een CC-allel reageerden in de IDEAL-studie beduidend beter op de standaardtherapie dan Europeanen met een TT-allel.

