Gepubliceerd op: 08-09-2009 (in print verschenen in week 37 2009)
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153:C301
Nieuws

Femia Kievits

Een puntmutatie in een interferongen bepaalt het succes of falen van een standaardtherapie bij chronische hepatitis C. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers in Nature (doi:10.1038/nature08309). Hun studie verklaart ook het bekende etnische verschil in de respons op de standaardtherapie.

De mutatie werd gevonden door een zogenoemd genoombreed associatieonderzoek bij deelnemers aan de IDEAL-studie, dat onlangs heeft plaatsgevonden. Daarin werd een aanbevolen combinatietherapie (peginterferon alfa-2b plus ribavirine) vergeleken met 2 andere therapieën. (NEJM. 2009:361:580-93)

Uit de IDEAL-studie kwam nogmaals naar voren dat de combinatietherapie niet bij alle mensen met een hepatitis C-infectie aanslaat. Bekend was al wel dat dit vaak het geval is bij patiënten van Afrikaanse afkomst. Europeanen en vooral Oost-Aziaten reageren veel beter op de combinatietherapie: zij hebben de grootste kans dat het virus na 48 weken behandeling verdwenen is.

De oorzaak van dit verschil is volgens de onderzoekers van Duke University in Durnham een puntmutatie in het gen IL28B. Dat gen codeert voor het eiwit interferon-λ-3 en de puntmutatie lijkt ...

Reactie toevoegen

Er zijn nog geen reacties geplaatst.