Annelies E. van Eeden
,Rachel E.J. Roach
,Nynke Halbesma
enFriedo W. Dekker
Doel
De onderbouwing van claims in geneesmiddeladvertenties in een Nederlands tijdschrift voor artsen en een Nederlands tijdschrift voor apothekers onderzoeken en vergelijken.
Opzet
Dwarsdoorsnedestudie.
Methode
Uit 2 jaargangen van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) en het Pharmaceutisch Weekblad (PW) werden alle geneesmiddeladvertenties bestudeerd. Alleen advertenties waarin naar een gerandomiseerd onderzoek (RCT) werd gerefereerd dat in Medline traceerbaar was, werden geïncludeerd. De validiteit van de advertenties (n = 54) en de methodologische kwaliteit van de gerefereerde RCT’s (n = 150) werden door 250 geblindeerde, onafhankelijke medisch studenten beoordeeld aan de hand van 2 gestandaardiseerde vragenlijsten. Per tijdschrift werd vastgesteld welk percentage claims in de advertenties valide was en welk percentage RCT’s van goede kwaliteit was. Daarnaast werden de gemiddelde validiteitsscores en kwaliteitsscores van de 2 tijdschriften met elkaar vergeleken.
Resultaten
Op een schaal van 0-18 punten verschilden de gemiddelde kwaliteitsscores van de RCT’s 0,3 (95%-BI: -0,1-0,7) tussen het NTvG (score: 14,8; SD: 2,2) en het PW (score: 14,5; SD: 2,6). Het verschil tussen de validiteitsscores van de advertenties in het NTvG (score: 5,8; SD: 3,3) en het PW (score: 5,6; SD: 3,6) was 0,3 (95%-BI: -0,3-0,9) op een schaal van 0-10 punten. In beide tijdschriften was gemiddeld 15% van de advertenties valide (gedefinieerd als een validiteitsscore van > 8 punten) en was 35% van de gerefereerde RCT’s van een goede methodologische kwaliteit (gedefinieerd als een kwaliteitsscore van >16 punten).
Conclusie
De onderbouwing van veel claims in geneesmiddeladvertenties in het NTvG en het PW was matig. De 2 tijdschriften verschilden hierin niet van elkaar.
Indienen manuscript
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.


Reacties
Kwaliteit geneesmiddeladvertenties bij NTvG en PW
EBM en geneesmiddelenadvertenties (antwoord auteurs)
Out en Lisman suggereren dat claims in advertenties per definitie evidencebased zijn omdat zij volgens de wet uitsluitend gebaseerd mogen zijn op goedgekeurde productinformatie. Deze suggestie sluit echter niet aan bij bevindingen uit diverse onderzoekingen. Zo werden recent 193 advertenties in Amerikaanse top-tijdschriften onderzocht en werd geconcludeerd dat “few pharmaceutical advertisements adhere to all FDA guidelines”.(1) In een in 2009 gepubliceerd systematic review werd op basis van 24 studies geconcludeerd dat “Globally, pharmaceutical advertising in medical journals often provides poor quality information”. (2) Eerder rapporteerden Greving et al. dat één derde van de advertenties die tussen 1996 en 2004 verschenen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) suggestieve claims bevatten die niet door gepresenteerd evidence werden ondersteund.(3)
Out en Lisman vinden het jammer dat ons onderzoek alleen advertenties betreft uit de jaargangen 2006/2007 en wij geen concrete voorbeelden hebben gegeven. Om hieraan tegemoet te komen geven wij dan ook graag als voorbeeld een advertentie die in 2011 tenminste twee maal in het NTvG verscheen (nr 23 en 38). Het betreft een advertentie voor een anti-TNF preparaat waarbij onder meer reclame wordt gemaakt met de stelling: “Goed getolereerd en infecties vergelijkbaar met placebo”. Bij deze stelling worden door het bedrijf de volgende vier referenties gegeven:
• De eerste referentie (“SmPC Simponi maart 2010”) betreft productinformatie van de fabrikant. Een verkorte weergave is afgedrukt in het zelfde nummer waarin de advertentie verscheen. Hierin worden infecties als mogelijke bijwerking vermeld.
• De tweede referentie stelt in de discussie: “Patients in the golimumab groups had greater incidences of infections than those in the methotrexate-alone group. Also, patients in the 100 mg golimumab plus methotrexate group had greater incidences of serious adverse events and serious infections than those in the other groups.” (4)
• De derde referentie meldt: “A greater proportion of patients in the golimumab groups (46.4% and 48.6% in the 50-mg and 100-mg groups, respectively) had at least 1 infection through week 24 compared with the placebo group (36.4%).” (5)
• De vierde referentie rapporteert: “No differences in the types or frequency of adverse events were observed between the 2 golimumab dose groups, with the exception of infections, which occurred more often with the higher dose (33% in the group receiving golimumab 50 mg, 41% in the group receiving golimumab 100 mg, and 24% in the placebo group).” (6)
Het komt ons voor dat hiermee de in de advertentie opgegeven referenties niet erg ondersteunend zijn voor de claim “Goed getolereerd en infecties vergelijkbaar met placebo”. Aangezien het juist van belang is dat huisartsen / NTvG-lezers bedacht zijn op het vóórkomen van infecties bij gebruikers van anti-TNF denken wij niet dat we de lat te hoog leggen als wij het beschreven voorbeeld in ons onderzoek als ‘niet-goed’ zouden kwalificeren.
De door Out en Lisman opgeworpen vraag of beoordeling door studenten een robuuste methodologie is leggen wij graag naast ons neer. Wij deden dit onderzoek om studenten als toekomstige collegae kritisch te leren denken, hetgeen een belangrijk onderdeel is van de opleiding aan onze medische faculteiten. Het is geenszins onze bedoeling één of meer bedrijven aan de schandpaal te nagelen danwel procedures te starten bij de Stichting Code Geneesmiddelenreclame of de Inspectie. Liever presenteren wij resultaten van onderzoek, of zoals gevraagd een concreet voorbeeld, om lezers aan het denken te zetten opdat zij zichzelf een oordeel kunnen vormen over de waarde van in advertenties aangeboden informatie.
Annelies E. van Eeden, Rachel E.J. Roach, Nynke Halbesma, Friedo W. Dekker
Referenties
Kwaliteit geneesmiddeladvertenties (2)