Gepubliceerd op: 02-01-2012 (in print verschenen in week 1 2012)
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:A3999
Onderzoek
  • Open
  • Student

Annelies E. van Eeden

,

Rachel E.J. Roach

,

Nynke Halbesma

en

Friedo W. Dekker

Doel

De onderbouwing van claims in geneesmiddeladvertenties in een Nederlands tijdschrift voor artsen en een Nederlands tijdschrift voor apothekers onderzoeken en vergelijken.

Opzet

Dwarsdoorsnedestudie.

Methode

Uit 2 jaargangen van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) en het Pharmaceutisch Weekblad (PW) werden alle geneesmiddeladvertenties bestudeerd. Alleen advertenties waarin naar een gerandomiseerd onderzoek (RCT) werd gerefereerd dat in Medline traceerbaar was, werden geïncludeerd. De validiteit van de advertenties (n = 54) en de methodologische kwaliteit van de gerefereerde RCT’s (n = 150) werden door 250 geblindeerde, onafhankelijke medisch studenten beoordeeld aan de hand van 2 gestandaardiseerde vragenlijsten. Per tijdschrift werd vastgesteld welk percentage claims in de advertenties valide was en welk percentage RCT’s van goede kwaliteit was. Daarnaast werden de gemiddelde validiteitsscores en kwaliteitsscores van de 2 tijdschriften met elkaar vergeleken.

Resultaten

Op een schaal van 0-18 punten verschilden de gemiddelde kwaliteitsscores van de RCT’s 0,3 (95%-BI: -0,1-0,7) tussen het NTvG (score: 14,8; SD: 2,2) en het PW (score: 14,5; SD: 2,6). Het verschil tussen de validiteitsscores van de advertenties in het NTvG (score: 5,8; SD: 3,3) en het PW (score: 5,6; SD: 3,6) was 0,3 (95%-BI: -0,3-0,9) op een schaal van 0-10 punten. In beide tijdschriften was gemiddeld 15% van de advertenties valide (gedefinieerd als een validiteitsscore van > 8 punten) en was 35% van de gerefereerde RCT’s van een goede methodologische kwaliteit (gedefinieerd als een kwaliteitsscore van >16 punten).

Conclusie

De onderbouwing van veel claims in geneesmiddeladvertenties in het NTvG en het PW was matig. De 2 tijdschriften verschilden hierin niet van elkaar.

Reactie toevoegen

Reacties

Kwaliteit geneesmiddeladvertenties bij NTvG en PW

Van Eeden et al. maken enkele denkfouten. Advertenties moeten voldoen aan een aantal eisen, in Nederland vastgelegd in de Geneesmiddelenwet  en de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. De hypothese van Van Eeden et al. is dat advertenties slechts betrouwbaar zijn als een gebruikte claim onderbouwd wordt door een RCT van hoge kwaliteit. De wet zegt echter dat advertentieteksten uitsluitend gebaseerd mogen zijn op de door de toelatingsautoriteiten goedgekeurde productinformatie. Deze autoriteiten zullen een indicatie voor een geneesmiddel slechts goedkeuren als er afdoende bewijs is afkomstig uit klinisch onderzoek. Hiermee is de evidence base voor de werkzaamheidsclaims een gegeven. Dat in sommige geneesmiddeladvertenties een verwijzing naar gepubliceerde RCT’s is opgenomen, komt voort uit een andere regel uit het farmaceutisch recht dat in geval een advertentie een citaat, tabel of grafiek bevat, er een verwijzing naar de vindplaats moet worden gedaan.
Daarnaast rijst nog een aantal andere vragen. De kwaliteitsscores van de gerefereerde RCT's waren 14,5 - 14,8 op een schaal van 0 - 18. Dat lijkt ons vrij hoog. Desalniettemin wordt geconcludeerd dat slechts 34 - 36% van hoge kwaliteit was, omdat alleen scores van 16 en hoger als "goed" worden omschreven. De lat wordt dus wel erg hoog gelegd. Zo ook bij de validiteitscore van de advertenties zelf, die minstens 8 op een schaal van 0 - 10 moest zijn om als "goed" te worden gezien. Uiteindelijk werd slechts 13 - 17% van de advertenties als zodanig gekwalificeerd. De onderbouwing van deze cut-off levels blijft onduidelijk.
De vraag is verder of een beoordeling door medische studenten een robuuste methodologie is. Het artikel had ook aanzienlijk krachtiger kunnen zijn als er representatieve voorbeelden werden gegeven van onderzochte claims met bijbehorende RCT’s en scores. Ons is ook niet duidelijk wat de reden is voor de keuze van de jaargangen 2006/7 voor een publicatie eind 2011: had het nu de titel van het artikel een misstand suggereert, niet meer voor de hand gelegen om meer recente advertenties te onderzoeken?
Gelet op de hoge straffen die worden gesteld op onrechtmatige geneesmiddelreclame, worden strenge interne goedkeuringsprocedures gevolgd door bedrijven voordat advertenties worden vrijgegeven. Van Eeden et al. stellen dat uit hun studie blijkt dat niet altijd aan de eisen wordt voldaan die in de Gedragscode zijn opgesteld voor de juistheid en controleerbaarheid van geneesmiddeladvertenties. Wij dagen de auteurs uit dat met voorbeelden hard te maken en een procedure bij de Stichting Code Geneesmiddelenreclame te starten of – beter nog – bij de Inspectie voor de gezondheidszorg die de wetgeving handhaaft. Vooralsnog zijn wij echter sceptisch over de validiteit van hun claim .
 
Prof Dr Henk Jan Out, bijz. hoogleraar farmaceutische geneeskunde UMC St Radboud, Nijmegen; VP Clinical Research, MSD, Oss
 
Mr drs John Lisman, advocaat, Lisman Legal Life sciences B.V., Nieuwerbrug. 

EBM en geneesmiddelenadvertenties (antwoord auteurs)

Wij danken de heren Out en Lisman voor hun reactie op ons artikel “Geneesmiddeladvertenties in het NTvG en het Pharmaceutisch Weekblad: niet altijd evidencebased”.
Out en Lisman suggereren dat claims in advertenties per definitie evidencebased zijn omdat zij volgens de wet uitsluitend gebaseerd mogen zijn op goedgekeurde productinformatie. Deze suggestie sluit echter niet aan bij bevindingen uit diverse onderzoekingen. Zo werden recent 193 advertenties in Amerikaanse top-tijdschriften onderzocht en werd geconcludeerd dat “few pharmaceutical advertisements adhere to all FDA guidelines”.(1)  In een in 2009 gepubliceerd systematic review werd op basis van 24 studies geconcludeerd dat “Globally, pharmaceutical advertising in medical journals often provides poor quality information”. (2) Eerder rapporteerden Greving et al. dat één derde van de advertenties die tussen 1996 en 2004 verschenen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) suggestieve claims bevatten die niet door gepresenteerd evidence werden ondersteund.(3)
Out en Lisman vinden het jammer dat ons onderzoek alleen advertenties betreft uit de jaargangen 2006/2007 en wij geen concrete voorbeelden hebben gegeven. Om hieraan tegemoet te komen geven wij dan ook graag als voorbeeld een advertentie die in 2011 tenminste twee maal in het NTvG verscheen (nr 23 en 38). Het betreft een advertentie voor een anti-TNF preparaat waarbij onder meer reclame wordt gemaakt met de stelling: “Goed getolereerd en infecties vergelijkbaar met placebo”. Bij deze stelling worden door het bedrijf de volgende vier referenties gegeven:
•    De eerste referentie (“SmPC Simponi maart 2010”) betreft productinformatie van de fabrikant. Een verkorte weergave is afgedrukt in het zelfde nummer waarin de advertentie verscheen. Hierin worden infecties als mogelijke bijwerking vermeld.
•    De tweede referentie stelt in de discussie: “Patients in the golimumab groups had greater incidences of infections than those in the methotrexate-alone group. Also, patients in the 100 mg golimumab plus methotrexate group had greater incidences of serious adverse events and serious infections than those in the other groups.”  (4)
•    De derde referentie meldt: “A greater proportion of patients in the golimumab groups (46.4% and 48.6% in the 50-mg and 100-mg groups, respectively) had at least 1 infection through week 24 compared with the placebo group (36.4%).”  (5)
•    De vierde referentie rapporteert: “No differences in the types or frequency of adverse events were observed between the 2 golimumab dose groups, with the exception of infections, which occurred more often with the higher dose (33% in the group receiving golimumab 50 mg, 41% in the group receiving golimumab 100 mg, and 24% in the placebo group).” (6)
Het komt ons voor dat hiermee de in de advertentie opgegeven referenties niet erg ondersteunend zijn voor de claim “Goed getolereerd en infecties vergelijkbaar met placebo”. Aangezien het juist van belang is dat huisartsen / NTvG-lezers bedacht zijn op het vóórkomen van infecties bij gebruikers van anti-TNF denken wij niet dat we de lat te hoog leggen als wij het beschreven voorbeeld in ons onderzoek als ‘niet-goed’ zouden kwalificeren.
 
De door Out en Lisman opgeworpen vraag of beoordeling door studenten een robuuste methodologie is leggen wij graag naast ons neer. Wij deden dit onderzoek om studenten als toekomstige collegae kritisch te leren denken, hetgeen een belangrijk onderdeel is van de opleiding aan onze medische faculteiten. Het is geenszins onze bedoeling één of meer bedrijven aan de schandpaal te nagelen danwel procedures te starten bij de Stichting Code Geneesmiddelenreclame of de Inspectie. Liever presenteren wij resultaten van onderzoek, of zoals gevraagd een concreet voorbeeld, om lezers aan het denken te zetten opdat zij zichzelf een oordeel kunnen vormen over de waarde van in advertenties aangeboden informatie.

Annelies E. van Eeden, Rachel E.J. Roach, Nynke Halbesma, Friedo W. Dekker

Referenties

  1. Korenstein D, Keyhani S, Mendelson A, Ross JS. Adherence of pharmaceutical advertisements in medical journals to FDA guidelines and content for safe prescribing. PLoS One 2011; 6: e23336.
  2. Othman N, Vitry A, Roughead EE. Quality of pharmaceutical advertisements in medical journals: a systematic review. PLoS One 2009; 4: e6350.
  3. Greving JP, Denig P, de Zeeuw D, Haaijer-Ruskamp FM. Claims in advertisements for antihypertensive drugs in a Dutch medical journal. J Hypertens 2007; 25: 713-722.
  4. Keystone EC, Genovese MC, Klareskog L, Hsia EC, Hall ST, Miranda PC, Pazdur J, Bae SC, Palmer W, Zrubek J, Wiekowski M, Visvanathan S, Wu Z, Rahman MU; GO-FORWARD Study. Golimumab, a human antibody to tumour necrosis factor {alpha} given by monthly subcutaneous injections, in active rheumatoid arthritis despite methotrexate therapy: the GO-FORWARD Study. Ann Rheum Dis 2009; 68: 789-796.
  5. Inman RD, Davis JC Jr, Heijde D, Diekman L, Sieper J, Kim SI, Mack M, Han J, Visvanathan S, Xu Z, Hsu B, Beutler A, Braun J. Efficacy and safety of golimumab in patients with ankylosing spondylitis: results of a randomized, double-blind, placebo-controlled, phase III trial. Arthritis Rheum 2008; 58: 3402-3412.
  6. Kavanaugh A, McInnes I, Mease P, Krueger GG, Gladman D, Gomez-Reino J, Papp K, Zrubek J, Mudivarthy S, Mack M, Visvanathan S, Beutler A. Golimumab, a new human  tumor necrosis factor alpha antibody, administered every four weeks as a subcutaneous injection in psoriatic arthritis: Twenty-four-week efficacy and safety results of a randomized, placebo-controlled study. Arthritis Rheum 2009; 60: 976-986. Erratum in: Arthritis Rheum 2010; 62: 2555.
     

Kwaliteit geneesmiddeladvertenties (2)

Wij danken de auteurs voor hun repliek. Deze heeft ons nog niet overtuigd.
De kern van onze kritiek was en blijft tweeledig.
Punt 1. In  de publicatie van Van Eeden et al.  is slechts gekeken naar het onderzoek waarnaar in de advertenties wordt verwezen. Dit levert een bias op, omdat de in advertenties gebruikte publicaties slechts een klein deel zijn van het geheel van studieresultaten op grond waarvan het geneesmiddel is beoordeeld en toegelaten. Deze onderzoeksfout wordt nog eens versterkt doordat de  auteurs  een groot aantal referenties niet heeft kunnen natrekken en dus met een subset van de gegevens toch een onderzoeksresultaat rapporteren.
Punt 2. Uit een beoordeling van de opzet van klinische  studies waarnaar in advertenties wordt verwezen, kan geen conclusie worden getrokken over de evidence base voor de claim die in de advertentie gedaan wordt en al zeker niet over de betrouwbaarheid van geneesmiddeladvertenties.
Wij erkennen dat niet  altijd alle onderzoek met geneesmiddelen aan de hoogste kwaliteitseisen voldoet, maar zien hierin geen bewijs voor de onbetrouwbaarheid van de geneesmiddeladvertenties: er bestaat eenvoudigweg geen eenduidig verband tussen de opzet van het onderzoek en de juistheid van de advertentie.
Wij zijn het met Van Eeden et al. eens dat de claims in de geneesmiddeladvertentie van golimumab althans niet volledig worden onderbouwd door de gebruikte referenties. Dit staat echter los van  de methodologie van de RCT’s waarnaar in de advertentie wordt verwezen.
 
Om het kritisch denken van studenten nog beter te stimuleren bevelen wij aan ook farmaceutische bedrijven te betrekken bij dit onderwijsblok. Kennis nemen van het totale beeld inclusief het perspectief van de maker van de advertentie, is immers noodzakelijk om echt tot een genuanceerd oordeel te komen.
 
Henk Jan Out en John Lisman