Gepubliceerd op: 14-01-1986 (in print verschenen in week 2 1986)
Citeer dit artikel als:
Ned Tijdschr Geneeskd. 1986;130:59-61
Commentaar
Enkele kanttekeningen bij de perispinale toediening van pharmaca
P.J. Roos
,
R. Dirksen
,
M.J. Rutgers
en
J.M.W. Coolen
Auteursinformatie
Academisch Ziekenhuis, Dr. Molewaterplein 40, 3015 GD Rotterdam.
Drs.P.J.Roos, ziekenhuisapotheker.
Dr.M.J.Rutgers, neuroloog.
J.M.W.Coolen, anesthesiologe.
St.Radboudziekenhuis, Instituut voor Anesthesiologie, Nijmegen.
Dr.R.Dirksen, anesthesioloog.
Correspondentieadres: drs. P.J.Roos.
Dit artikel verschijnt gelijktijdig in het Pharmaceutisch Weekblad.
De perispinale – epidurale of intrathecale – toediening van een grote verscheidenheid aan pharmaca geniet de laatste jaren meer bekendheid sinds langs deze route opiaten worden toegediend ter bestrijding van pijn.1-3 Mede door een snel groeiend inzicht in de neurofysiologie en neurofarmacologie van de geleiding van ”pijn“ ontstond aldus een nieuwe methode, welke ”balanced spinal analgesia“ is genoemd.4
Het doel van deze methode is specifieke beïnvloeding van de geleiding van het (multimodale) nociceptieve signaal op ruggemergniveau, waarbij ”zo fysiologisch mogelijk“ ingegrepen wordt.5 Op deze wijze kan perispinaal een hoge concentratie van een pharmacon ontstaan op de plaats waar dit zijn effect teweeg moet brengen.6 Dit betekent dat men rekening moet houden met een andere farmacokinetiek en bijwerkingen dan bij algemene toediening. De late ademhalingsdepressie na perispinaal toegediende opiaten is hiervan een voorbeeld.7
Andere problemen worden veroorzaakt door de zuurgraad van de toegediende vloeistof. Een pH >7 of <4 kan deproteïnisatie van de liquor tot gevolg hebben.89 Pijn kan ontstaan bij een pH <4,8.89 Van diverse hulpstoffen, zoals antioxidantia, conserveermiddelen en detergentia, zijn complicaties beschreven.810-17 Toevoeging van epinefrine (adrenaline) kan bij oudere mensen hemodynamische veranderingen teweegbrengen.11 Natriumpyrosulfiet en EDTA zouden jeuk kunnen veroorzaken.12 Polyethyleenglycol leidt misschien tot arachnoiditis.1415 Benzylalcohol veroorzaakt pijn1314 en is een mogelijke oorzaak van insulten.1415 Bij een patiënte ontstond paraplegie als mogelijk gevolg van benzylalcohol samen met methylhydroxybenzoaat.16 Van andere hulpstoffen zijn nog geen bijwerkingen gerapporteerd, doch toediening ervan wordt ontraden.1718
In de tabel zijn van een aantal pharmaca dat momenteel voor perispinale toediening gebruikt wordt de hulpstoffen en de pH vermeld. Het blijkt dat deze voor hetzelfde pharmacon per fabrikant kunnen verschillen. Slechts vier preparaten zijn geregistreerd voor perispinale toediening (zie tabel). Desalniettemin dient men ook hier attent te zijn op hulpstoffen en zuurgraad. Het perispinaal toedienen van de andere preparaten komt volledig voor verantwoording van de arts die deze toedient.
De gebruikte pharmaca veroorzaken zelf eveneens bijwerkingen. Genoemd werd reeds de bij patiënten in de postoperatieve periode optredende potentieel gevaarlijke late ademhalingsdepressie na perispinale toediening van hydrofiele opiaten.7 Van intrathecaal toegediende corticosteroiden is een scala aan complicaties beschreven, waaronder arachnoiditis, aseptische meningitis en irreversibele paralyse.141519 De epidurale route geeft misschien minder problemen,141520 hoewel daardoor een langdurige dosisafhankelijke daling van de cortisolspiegel in plasma kan ontstaan.21 Bij dierexperimenteel onderzoek is een langdurig ontbreken van de ”stress-respons“ aangetoond na een eenmalige epidurale toediening van triamcinolon.22 Er zijn ook aanwijzingen voor homeostaseverstoring van peptiden of fragmenten ervan, zoals shock onder invloed van ?-endorfine23 en irreversibele paraplegie als gevolg van dynorfine.24 Diverse pharmaca – opiaten, kappa-agonisten(?) – bootsen in verschillende opzichten de effecten van deze stoffen na.
In de begintijd van de perispinale toediening van lokale anaesthetica kwamen ernstige neurologische complicaties regelmatig voor.25 Uit de tabel blijkt dat vele nu in de handel zijnde preparaten niet voldoen aan eisen die gesteld moeten worden aan vloeistoffen die benut worden voor perispinale toediening.18
Tegen deze achtergrond concluderen wij:
– Uitsluitend pharmaca zonder hulpstoffen kunnen gebruikt worden voor perispinale toediening.
– Het uitproberen van ”nieuwe“ pharmaca voor perispinale toediening buiten een gedegen onderzoeksverband moet sterk worden ontraden.
– Pharmaca en vloeistoffen met een met de liquor niet compatibele zuurgraad – pH >7 of <5 – dienen niet gebruikt te worden voor perispinale toediening.
– Duidelijke vermelding van hulpstoffen en pH, met een waarschuwing voor potentiële negatieve effecten, is gewenst.
Het zou jammer zijn indien de potentiële mogelijkheden van deze nieuwe methode in diskrediet kwamen door complicaties, die men bij zorgvuldige toepassing had kunnen voorkomen.
Aanvaard op 26 August 1985
Literatuur
Wang JK, Nauss LA, Thomas JE. Pain relief by intrathecallyapplied morphine in man. Anesthesiology 1979; 50: 149-59.
Behar M, Olshwang D, Magora F, Davidson JT. Epiduralmorphine in treatment of pain. Lancet 1979; i: 527-9.
Dirksen R, Pinckaers JWM, Egmond J van, Tielbeek EA,Nijhuis GMM. Indications for perispinal opiates. In: Gomez QJ, et al., eds.Anaesthesia – Safety for all. Amsterdam: Elsevier ScientificPublishers, 1984: 397-407.
Dirksen R, Nijhuis GMM, Pinckaers JWM. Selective spinalanalgesia: how close to physiological can we get. In: Erdmann W, et al., eds.The pain clinic. Utrecht: VNU Science Press, 1985: 11-25.
Dirksen R. The clinical relevance of endorphin receptors– the antinociceptive effectiveness of epidurally or intrathecallyinjected endorphinomimetics. Nijmegen: 1983. Proefschrift.
Davies GK, Tolhurst-Cleaver CL, James TJ. Respiratorydepression after intrathecal narcotics. Anesthesia 1980; 35:1080-3.
Mueller H, Boerner U, Hempelmann G. Tissue andcerebrospinal fluid tolerance of epidural opiate application. In: Cools AR,Nijhuis GMM, eds. Analgesia by peridural and spinal opiates. Oss: Nourypharma1980; 172-87.
Boerner U, Mueller H, Stoyanov M, Hempelmann G. Epiduraleopiatanalgesie. Anaesthesist 1980; 29: 570-1.
Jacobs D. Intrathecal and epiduralextraduralinjection of Depo-Medrol. Med J Aust 1981; ii: 301.
Helms U, Weihrauch H, Jacobitz K. KardiozirkulatorischeVeränderungen nach Periduralanaesthesien mit und ohne adrenalinhaltigenLokal-anaesthetika bei älteren Menschen. Regional-Anaesthesie 1980; 3:42-7.
Reiz S, Westberg M. Side-effects of epidural morphine.Lancet 1980; ii: 203-4.
P.J. Roos
,R. Dirksen
,M.J. Rutgers
enJ.M.W. Coolen
Dit artikel verschijnt gelijktijdig in het Pharmaceutisch Weekblad.
De perispinale – epidurale of intrathecale – toediening van een grote verscheidenheid aan pharmaca geniet de laatste jaren meer bekendheid sinds langs deze route opiaten worden toegediend ter bestrijding van pijn.1-3 Mede door een snel groeiend inzicht in de neurofysiologie en neurofarmacologie van de geleiding van ”pijn“ ontstond aldus een nieuwe methode, welke ”balanced spinal analgesia“ is genoemd.4
Het doel van deze methode is specifieke beïnvloeding van de geleiding van het (multimodale) nociceptieve signaal op ruggemergniveau, waarbij ”zo fysiologisch mogelijk“ ingegrepen wordt.5 Op deze wijze kan perispinaal een hoge concentratie van een pharmacon ontstaan op de plaats waar dit zijn effect teweeg moet brengen.6 Dit betekent dat men rekening moet houden met een andere farmacokinetiek en bijwerkingen dan bij algemene toediening. De late ademhalingsdepressie na perispinaal toegediende opiaten is hiervan een voorbeeld.7
Andere problemen worden veroorzaakt door de zuurgraad van de toegediende vloeistof. Een pH >7 of <4 kan deproteïnisatie van de liquor tot gevolg hebben.89 Pijn kan ontstaan bij een pH <4,8.89 Van diverse hulpstoffen, zoals antioxidantia, conserveermiddelen en detergentia, zijn complicaties beschreven.810-17 Toevoeging van epinefrine (adrenaline) kan bij oudere mensen hemodynamische veranderingen teweegbrengen.11 Natriumpyrosulfiet en EDTA zouden jeuk kunnen veroorzaken.12 Polyethyleenglycol leidt misschien tot arachnoiditis.1415 Benzylalcohol veroorzaakt pijn1314 en is een mogelijke oorzaak van insulten.1415 Bij een patiënte ontstond paraplegie als mogelijk gevolg van benzylalcohol samen met methylhydroxybenzoaat.16 Van andere hulpstoffen zijn nog geen bijwerkingen gerapporteerd, doch toediening ervan wordt ontraden.1718
In de tabel zijn van een aantal pharmaca dat momenteel voor perispinale toediening gebruikt wordt de hulpstoffen en de pH vermeld. Het blijkt dat deze voor hetzelfde pharmacon per fabrikant kunnen verschillen. Slechts vier preparaten zijn geregistreerd voor perispinale toediening (zie tabel). Desalniettemin dient men ook hier attent te zijn op hulpstoffen en zuurgraad. Het perispinaal toedienen van de andere preparaten komt volledig voor verantwoording van de arts die deze toedient.
De gebruikte pharmaca veroorzaken zelf eveneens bijwerkingen. Genoemd werd reeds de bij patiënten in de postoperatieve periode optredende potentieel gevaarlijke late ademhalingsdepressie na perispinale toediening van hydrofiele opiaten.7 Van intrathecaal toegediende corticosteroiden is een scala aan complicaties beschreven, waaronder arachnoiditis, aseptische meningitis en irreversibele paralyse.141519 De epidurale route geeft misschien minder problemen,141520 hoewel daardoor een langdurige dosisafhankelijke daling van de cortisolspiegel in plasma kan ontstaan.21 Bij dierexperimenteel onderzoek is een langdurig ontbreken van de ”stress-respons“ aangetoond na een eenmalige epidurale toediening van triamcinolon.22 Er zijn ook aanwijzingen voor homeostaseverstoring van peptiden of fragmenten ervan, zoals shock onder invloed van ?-endorfine23 en irreversibele paraplegie als gevolg van dynorfine.24 Diverse pharmaca – opiaten, kappa-agonisten(?) – bootsen in verschillende opzichten de effecten van deze stoffen na.
In de begintijd van de perispinale toediening van lokale anaesthetica kwamen ernstige neurologische complicaties regelmatig voor.25 Uit de tabel blijkt dat vele nu in de handel zijnde preparaten niet voldoen aan eisen die gesteld moeten worden aan vloeistoffen die benut worden voor perispinale toediening.18
Tegen deze achtergrond concluderen wij:
– Uitsluitend pharmaca zonder hulpstoffen kunnen gebruikt worden voor perispinale toediening.
– Het uitproberen van ”nieuwe“ pharmaca voor perispinale toediening buiten een gedegen onderzoeksverband moet sterk worden ontraden.
– Pharmaca en vloeistoffen met een met de liquor niet compatibele zuurgraad – pH >7 of <5 – dienen niet gebruikt te worden voor perispinale toediening.
– Duidelijke vermelding van hulpstoffen en pH, met een waarschuwing voor potentiële negatieve effecten, is gewenst.
Het zou jammer zijn indien de potentiële mogelijkheden van deze nieuwe methode in diskrediet kwamen door complicaties, die men bij zorgvuldige toepassing had kunnen voorkomen.
Wang JK, Nauss LA, Thomas JE. Pain relief by intrathecallyapplied morphine in man. Anesthesiology 1979; 50: 149-59.
Behar M, Olshwang D, Magora F, Davidson JT. Epiduralmorphine in treatment of pain. Lancet 1979; i: 527-9.
Dirksen R, Nijhuis GMM. Epidural opiate and perioperativeanalgesia. Acta Anaesthesiol Scand 1980; 24: 367-74.
Dirksen R, Pinckaers JWM, Egmond J van, Tielbeek EA,Nijhuis GMM. Indications for perispinal opiates. In: Gomez QJ, et al., eds.Anaesthesia – Safety for all. Amsterdam: Elsevier ScientificPublishers, 1984: 397-407.
Dirksen R, Nijhuis GMM, Pinckaers JWM. Selective spinalanalgesia: how close to physiological can we get. In: Erdmann W, et al., eds.The pain clinic. Utrecht: VNU Science Press, 1985: 11-25.
Dirksen R. The clinical relevance of endorphin receptors– the antinociceptive effectiveness of epidurally or intrathecallyinjected endorphinomimetics. Nijmegen: 1983. Proefschrift.
Davies GK, Tolhurst-Cleaver CL, James TJ. Respiratorydepression after intrathecal narcotics. Anesthesia 1980; 35:1080-3.
Mueller H, Boerner U, Hempelmann G. Tissue andcerebrospinal fluid tolerance of epidural opiate application. In: Cools AR,Nijhuis GMM, eds. Analgesia by peridural and spinal opiates. Oss: Nourypharma1980; 172-87.
Boerner U, Mueller H, Stoyanov M, Hempelmann G. Epiduraleopiatanalgesie. Anaesthesist 1980; 29: 570-1.
Jacobs D. Intrathecal and epiduralextraduralinjection of Depo-Medrol. Med J Aust 1981; ii: 301.
Helms U, Weihrauch H, Jacobitz K. KardiozirkulatorischeVeränderungen nach Periduralanaesthesien mit und ohne adrenalinhaltigenLokal-anaesthetika bei älteren Menschen. Regional-Anaesthesie 1980; 3:42-7.
Reiz S, Westberg M. Side-effects of epidural morphine.Lancet 1980; ii: 203-4.
Wood KM, Arguelles JE. ASA Annual Meeting. Abstracts ofscientific papers. Hagerstown, Md: LippincottHarper, 1977:631.
Kepes ER, Duncalf D. Treatment of backache with spinalinjections of local anesthetics, spinal and systemic steroids. Pain 1985; 22:33-47.
Bernat JL. Intraspinal steroid therapy. Neurology 1981;31: 168-71.
Saiki JH, Thompson S, Smith F, Atkinson R. Paraplegiafollowing intrathecal chemotherapy. Cancer 1972; 29: 370-4.
British Pharmacopoeia 2; 1980: 579.
Meer YG van der, Loenen AC van. Epidurale toediening vangeneesmiddelen: een overzicht. Pharm Weekbl 1982; 117: 1209-21.
Roche J. Steroid-induced arachnoiditis. Med J Aust 1984;140: 281-4.
Delaney TJ, Rowlingson JC, Carron H, Butler A. Epiduralsteroid effects on nerves and meninges. Anesth Analg 1980; 59:610-4.
Burn JMB, Langdon L. Duration of action of epiduralmethyl prednisolone. Am J Phys Med 1974; 53: 29-34.
Gorski DW, Rao TLK, Glisson SN, Chinthagada M, El-Etr AA.Epidural triamcinolone and adrenal response to hypoglycemic stress in dogs.Anesthesiology 1982; 57: 364-6.
Dirksen R, Wood GJ, Nijhuis GMM. Mechanisms of naloxonetherapy in the treatment of shock: a hypothesis. Lancet 1981; i:607-8.
Faden AF, Jacobs TP. Dynorphin inducespartially-reversible paraplegia in the rat. Eur J Pharmacol 1983; 91:321-4.
Thornsen G. Neurological complications after spinalanesthesia and results from 2493 follow-up cases. Acta Chir Scand 1947; 95(Suppl 121).
Dennhardt R, Ammon K von. Untersuchungen zurLöslichkeit von Bupivacain im Liquor cerebrospinalis.Regional-Anaesthesie 1980; 3: 10-3.
Er zijn nog geen reacties geplaatst.