Opgroeien met een zusje zorgt ervoor dat kinderen meer in balans, ambitieuzer en optimistischer zijn. Dit blijkt uit een studie onder 571 gezinnen waarvan de kinderen bestonden uit alleen meisjes, alleen jongens of een combinatie van beide.
Het onderzoek werd gepresenteerd op het jaarcongres van de British Psychological Society in Brighton door onderzoekers van De Montfort University in Leicester en de universiteit van Ulster. Het gaat om een vervolgstudie op de observatie dat meisjes die alleen zusjes hebben beter tegenslagen kunnen incasseren en meer ontspannen door het leven gaan. Uit de nieuwe studie komt naar voren dat het positieve effect van het hebben van alleen zusjes niet de werking is van een ‘meisjesgroep’, maar dat het hebben van een zusje ook een positieve invloed heeft op het welzijn van broers.
In The Times (2 april 2009) zegt onderzoeksleidster Liz Wright dat de impact van het hebben van een zusje nadrukkelijk naar voren kwam als de ouders gescheiden waren. Zij verklaart dit door het natuurlijke talent van meisjes zich uit te drukken, te zeggen wat zij ervan vinden en andere gezinsleden aan te moedigen dit ook te doen. Zij onderhouden min of meer de familierelatie. De stress in gescheiden gezinnen met een dochter was minder groot dan in gezinnen met alleen jongens. Emotionele expressie in moeilijke tijden is psychologisch een groot goed, meent Wright. Broers daarentegen lijken het omgekeerde effect te hebben, zij ontmoedigen anderen zich uit te spreken.
Dat de studie uitgebreid in de Britse media wordt besproken, is geen toeval. In 2000 vroeg het Britse echtpaar Masterton toestemming aan de Human Fertilisation and Embryology Authority voor de selectie van een embryo op geslacht. Het gezin had al 4 jongens en wilde een meisje. Zij vonden dat hun gezin sociaal gezien niet in evenwicht was. Hun verzoek werd – ook later door de rechtbank – afgewezen.

