Eén bloeddrukmanchet voor allen: een aanbeveling

Onderzoek
G.A. van Montfrans
G.M.A. van der Hoeven
J.M. Karemaker
W. Wieling
A.J. Dunning
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1988;132:300-4
Abstract

Samenvatting

De opvatting dat de nauwkeurigheid van de auscultatoire bloeddrukmeting sterk beïnvloed wordt door de afmeting van de bloeddrukmanchet, heeft geleid tot een verwarrend aantal aanbevelingen voor maat en ontwerp. Wij vergeleken de intra-arteriële bloeddruk met de gelijktijdig aan de andere arm gemeten auscultatoire bloeddruk bij 37 personen met verschillende armomtrek en bloeddruk met 6 verschillende typen manchetten, om te onderzoeken of één type manchet voldoet voor nauwkeurige bloeddrukmeting bij alle volwassenen, ongeacht hun armomvang.

Bij 18 personen was de armomtrek kleiner dan 34 cm (gem. 30 cm), bij de overige 19 met dikke armen gemiddeld 40 cm. De afmetingen van de manchetten waren: 23 x 12, 30 x 12, 30 x 14, 38 x 14 cm en een conische manchet van 16 cm breed. Naarmate de manchet breder of langer werd, daalde de auscultatoire druk enkele millimeters-ten opzichte van de intra-arteriële druk. Behalve de diastolische druk gemeten met de twee 12 cm brede manchetten bij personen met dikke armen, verschilden alle overige auscultatoire metingen minder dan 5 van de intra-arteriële druk, met overeenkomstige interindividuele spreiding. Deze resultaten geven steun aan het gebruik van slechts één lange manchet voor de routine-bloeddrukmeting bij volwassenen. In de dagelijkse praktijk vonden wij de 38 x 14 cm manchet het meest comfortabel en gemakkelijk in het gebruik.

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum, Meibergdreef 9, 1105 AZ Amsterdam.

Afd. Interne Geneeskunde: dr.G.A.van Montfrans en dr.W.Wieling, internisten.

Afd. Fysiologie: dr.J.M.Karemaker, fysioloog.

Afd. Cardiologie: prof.dr.A.J.Dunning, cardioloog.

TNO, afd. Biomedische Instrumentatie, Amsterdam.

G.M.A.van der Hoeven, technicus.

Contact dr.G.A.van Montfrans

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

E.M.H.
Mathus-Vliegen

Amsterdam, maart 1988,

Met veel interesse lazen wij de argumentatie van collega Van Montfrans et al. voor het aanbevelen van één bloeddrukmanchet met een luchtkamer van 38 x 14 cm en een totale manchetlengte van 58 cm (1988;300-4). Wij beoordeelden een nieuwe bloeddrukmanchet bij 2 groepen van adipeuze patiënten met normale bloeddruk. Deze manchet bevat 3 luchtkamers (tricuff-manchet), een van 22 x 9, een van 32 x 12 en een van 43 x 15 cm. De armomtrek bepaalt hierbij door middel van een hendel-klem op welke hoogte de luchttoevoer zal worden afgeklemd en zodoende welke manchet(ten) zal/zullen worden opgeblazen (figuur). Derhalve is deze bruikbaar voor kinderen vanaf het 8e jaar en bij elke armdikte.

Bij 21 patiënten (groep I) met een gemiddeld gewicht van 98,8 (SD 13,3) kg en met een gemiddelde Quetelet-index van 34 (4), kon de bloeddruk liggend en staand worden gemeten met de standaardbloeddrukmanchet en met de tricuff-manchet. Bij 9 patiënten bleek de enkelvoudige manchet los te laten of conisch uit te waaieren tijdens de meting. De bloeddruk werd frequent hoger bevonden met de enkelvoudige luchtkamer. Ook het verschil in millimeters kwik was opmerkelijk (tabel). Aanvaardt men voor lichte hypertensie het criterium van een diastolische bloeddruk boven 90-100 mmHg, dan hadden 4 patiënten met de ‘mono-cuff’ hypertensie, ten opzichte van geen uit de ‘tricuff’-meting.1

In groep II ging het om 21 patiënten met een ernstigere graad van obesitas, gezien een gemiddeld gewicht van 107,4 (SD 20,7) kg en een gemiddelde Quetelet-index van 38 (7). De omtrek van de bovenarm werd hierbij bij ontspannen afhangende arm met 90° buiging in de elleboog gemeten, halverwege het acromion en de onderrand van het olecranon aan de dominerende arm. De gemiddelde omtrek van de bovenarm bedroeg 40,3 (3,9) cm (35,4-51 cm). Bij deze groep werd een manchet met een enkelvoudige luchtkamer van 14 x 60 cm vergeleken met de tricuff-manchet. De verschillen tussen deze manchet, langer en breder dan de standaardmanchet, en de tricuff-manchet waren zoals te verwachten niet zo uitgesproken als in de eerste groep. Dit gold zowel voor het aantal hogere metingen als voor het aantal millimeters kwik. 4 patiënten hadden alleen met de ‘monocuff’-meting een lichte hypertensie, 4 anderen hadden met beide bloeddrukmetingen een diastolische bloeddruk van 90-100 mmHg of hoger.

Deze voorlopige resultaten en de klinische bevinding van gemakkelijke hanteerbaarheid en universeel gebruik wettigen ons inziens zeker een verdere beoordeling van de tricuff-manchet.

E.M.H. Mathus-Vliegen
A. Dhaeze
A. Sangster
Literatuur
  1. Gezondheidsraad. Advies inzake hypertensie 1983/2. 's-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1983.

G.A.
van Montfrans

Amsterdam, maart 1988,

De gewaardeerde reactie van de collegae Mathus-Vliegen, Dhaeze en Sangster geeft aanleiding de conclusie van ons onderzoek ‘één bloeddrukmanchet voor allen: een aanbeveling’ nog eens te herhalen. Als de luchtkamer van de bloeddrukmanchet voldoende lang is, d.w.z. de bovenarm geheel omsluit, beïnvloedt de breedte de nauwkeurigheid van de meting nauwelijks. Met één en dezelfde lange manchet kan dus even nauwkeurig gemeten worden bij personen met dikke als met normale bovenarmen, terwijl het er bij de laatsten nauwelijks toe doet of met een lange dan wel de traditionele standaardmanchet van 23 x 12 cm gemeten wordt.

In de dagelijkse praktijk vinden wij van de door ons onderzochte lange manchetten de 38 x 14 cm manchet, in Nederland al tien jaar bekend als de Hartstichtingmanchet, het meest comfortabel en gemakkelijk in het gebruik voor de bloeddrukmeting bij volwassenen.

Bij alle verwarring en keus vraagt collega Mathus-Vliegen nu aandacht voor een Zweedse manchet met drievoudige luchtkamer van 1000 kronen, in 1985 geïntroduceerd onder het motto ‘en för alla’. Deze variomatic onder de manchetten geeft een elegante, maar in feite onnodige oplossing van het passingsprobleem. Bij een armomtrek tussen 22 en 31 cm wordt de middelste luchtkamer van 32 x 12 cm opgepompt, en van 32 tot 44 cm wordt de grootste luchtkamer van 43 x 15 cm gebruikt. Ingenieus, maar overbodig: bij personen met armen van 22 tot 31 cm zullen immers met de 43 x 15 cm luchtkamer vergelijkbare waarden gevonden worden als met de 32 x 12 cm luchtkamer.

Voor wie echter dagelijks zowel bij kinderen als bij volwassenen meet, komt de kleinste luchtkamer van 22 X 9 cm van deze fraaie en dure manchet van pas; bij een armomvang kleiner dan 21 cm wordt de lange volwassenenmanchet al te royaal en moet gewisseld worden voor een kleine maat.

G.A. van Montfrans