Gepubliceerd op: 01-04-2001 (in print verschenen in week 13 2001)
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2001;145:656-8
Ingezonden

L.F.E. Michels

,

C.N.M. Renckens

,

F.S.A.M. van Dam

,

C.P. van der Smagt

,

A.J. Houtsmuller

,

C.N.M. Renckens

,

F.S.A.M. van Dam

,

C.P. van der Smagt

en

Redactie

Het woord ‘kwakzalver’ en de aanduiding van een geneeskundige hiermee zijn het onderwerp van de uitspraken van de president van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 12 mei 1999 en in hoger beroep bij het gerechtshof in diezelfde stad op 19 oktober 2000. De uitspraken zijn niet gelijkluidend.

Blijkens het verslag van Renckens et al. (2001:141-2) baseerde het hof zich op de omschrijving van kwakzalver zoals die te vinden is in Van Dale groot woordenboek der Nederlandse taal. Wanneer nu door de Vereniging tegen de Kwakzalverij een bodemprocedure wordt overwogen, kunnen ook andere bronnen worden geraadpleegd die iets zeggen over de ...

Reactie toevoegen

Er zijn nog geen reacties geplaatst.