Print deze samenvatting
Home
Gepubliceerd op: 17-03-2010 (in print verschenen in week 13 2010)
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A1608
Commentaar
  • Dossier: Cardiovasculair risicomanagement

Albertus J. Kooter

en

Yvo M. Smulders

Enkele decennia nadat melding was gemaakt van het diuretische effect van het antibacteriële middel sulfanilamide, werd in 1957 het derivaat chloorthiazide geïntroduceerd, gevolgd door hydrochloorthiazide (HCT) en het aan thiazides verwante chloortalidon. Inmiddels is HCT wereldwijd het meest voorgeschreven thiazidediureticum. Van de 8 thiazideprescripties in Nederland zijn er 7 voor HCT en slechts 1 voor chloortalidon. Daarbij zijn antihypertensieve combinatiepreparaten, die bijna allemaal gebruik maken van HCT, nog niet eens meegeteld. In Nederland staat in de richtlijn ‘Cardiovasculair risicomanagement 2006’ geen uitspraak over het type diureticum (www.cbo.nl/Downloads/217/rl_cvrm_2006.pdf). Er zijn evenwel aanwijzingen dat chloortalidon de voorkeur verdient boven HCT. De argumenten hiervoor bespreken wij in dit commentaar.

Farmacokinetiek en werking

Chloortalidon en HCT lijken structureel op elkaar, maar de farmacokinetiek van beide middelen is zeer verschillend. De plasmahalfwaardetijd voor HCT varieert sterk tussen individuen en bedraagt 3-13 h. De halfwaardetijd van chloortalidon is veel langer: 50-60 h. Dit komt onder meer doordat het een ...

Reactie toevoegen

Er zijn nog geen reacties geplaatst.