Als er in Nederland een bevolkingsonderzoek naar darmkanker van de grond komt, is het goed enig zicht te hebben op de huidige trends – dat maakt het bepalen van de eventuele effecten van screening eenvoudiger. Daarom zijn onderzoekers van het Integraal Kankercentrum Zuid onder leiding van Liza van Steenbergen nagegaan hoe incidentie en mortaliteit bij de verschillende vormen van darmkanker zich sinds 1975 in het zuiden des lands hebben ontwikkeld.
De incidentie is duidelijk toegenomen, zo schrijven zij in het European Journal of Cancer Prevention (2009;18:145-52). Gestandaardiseerd naar leeftijd is die opgelopen van 23 per 100.000 in 1975 voor zowel mannen als vrouwen tot 38 per 100.000 voor mannen en 30 per 100.000 voor vrouwen in 2004. De sterfte daarentegen is na 1975 flink afgenomen, vooral voor rectumcarcinomen. De kans aan darmkanker te overlijden is voor mannen geboren rond 1960 nog maar een tiende van het risico van het cohort van 1910. Voor beide geslachten is de mortaliteit sinds 1975 gehalveerd. De mediane leeftijd waarop de diagnose gesteld wordt, is 69 jaar voor mannen en 70 jaar voor vrouwen.
‘De toegenomen incidentie van colon- en rectumkanker houdt bij beide geslachten waarschijnlijk verband met veranderingen in leefstijl en betere endocopische techniek’, aldus de onderzoekers. Vooral rookgedrag zou veel van de stijging in incidentie kunnen verklaren. De sterfte daalt vooral door vroegere diagnose en betere behandeling.
Darmkanker is op twee na de meest voorkomende kanker in Nederland met ongeveer 10.000 nieuwe gevallen per jaar en een kans van 5% over het hele leven. In 2006 overleden 4700 mensen aan darmkanker.

