Eefje M. Sizoo
,Jaap C. Reijneveld
,Frank J. Lagerwaard
,Jan Buter
,Martin J. B. Taphoorn
enPhilip C. de Witt Hamer
-
Bij patiënten met een vermoedelijk laaggradig glioom werd in Nederland jarenlang een afwachtend beleid gerechtvaardigd.
-
Volgens recente inzichten is het ziektebeloop van een vermoedelijk laaggradig glioom niet betrouwbaar te voorspellen met klinische kenmerken, beeldvormend onderzoek of een biopt.
-
Door een tumorresectie vroeg in het beloop kan men een weefseldiagnose stellen, een eventuele epilepsiebron verwijderen en tumorgroei en -progressie uitstellen.
-
Symptoombestrijding, behoud van kwaliteit van leven en cognitie zijn als doel van de behandeling minstens zo belangrijk als overleving en uitstel van tumorprogressie.
-
Naar onze mening dient men vroege chirurgische behandeling sterk te overwegen bij elke patiënt met een vermoedelijk laaggradig glioom.
-
Patiënten komen alleen bij prognostisch ongunstige factoren of persisterende epilepsie in aanmerking voor vroege behandeling met radiotherapie of chemotherapie.
-
Elke patiënt met een vermoedelijk laaggradig glioom hoort een gespecificeerd behandeladvies van een neuro-oncologische werkgroep te krijgen.
Indienen manuscript
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.


Reacties
Glioom en neurochirurgie
beleid bij laaggradig glioom (antwoord auteurs)