Print dit artikel
Home
Gepubliceerd op: 05-05-1992 (in print verschenen in week 18 1992)
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 1992;136:892
In het kort
Atlanto-axiale instabiliteit bij het syndroom van Down

J.A.N. Verhaar

De prevalentie van atlanto-axiale instabiliteit bij kinderen met het syndroom van Down wordt geschat op 10 tot 20. Als belangrijkste oorzaak van deze instabiliteit wordt slapte van het ligamentum transversum atlantis beschouwd. Er zijn echter ook andere oorzaken gesuggereerd. Operatieve behandeling wordt toegepast indien er een subluxatie of een dislocatie van het atlanto-axiale gewricht in combinatie met neurologische symptomen is. De resultaten van een operatieve behandeling zoals een spondylodese van de cervicale wervelkolom zijn echter nauwelijks bestudeerd. Siegal et al. bestudeerden daarom hun eigen resultaten en de complicaties van de posterieure artrodese van de cervicale wervelkolom bij patiënten met het syndroom van Down.1 In een periode van 6 jaar opereerden zij 10 patiënten. Alle patiënten maakten ernstige complicaties na deze ingreep door: infecties, onvoldoende repositie van het atlanto-axiale gewricht en ernstige neurologische afwijkingen; zelfs overleden 2 patiënten in de postoperatieve periode. De auteurs menen dan ook dat voor operatieve behandeling beslist geen plaats is zolang er geen neurologische afwijkingen zijn. Zij menen verder dat indien de indicatie voor posterieure spondylodese wel bestaat, de ouders voldoende informatie dienen te krijgen over de grote risico's van de ingreep.



Literatuur
  1. Siegal LS, Drummond TS, Zanotti RM, Ecker ML, Mubarak SJ.Complications of posterior arthrodeses of the cervical spine in patients whohave Down syndrome. J Bone Joint Surg 1991; 73A:1547-54.

Reactie toevoegen

Er zijn nog geen reacties geplaatst.