Borstkankerpatiënten uit arme regio’s hebben volgens een studie in Britsh Journal of Cancer (doi:10.1038/sj.bjc.6605540) vaker een mutatie in het tumorsuppressorgen p53. Hun overlevingsprognose wordt daardoor aanzienlijk verminderd.
Het in 1979 ontdekte p53-eiwit staat centraal in een signaalcascade die celgroei en celsterfte (apoptose) reguleert. Bij celschade kan het eiwit de celgroei tijdelijk onderbreken zodat DNA-herstel kan plaatsvinden. Als de schade te groot is kan het eiwit aanzetten tot apoptose. Het eiwit wordt daarom ook wel ‘bewaker van het genoom’ genoemd. In ongeveer 50% van de menselijke tumoren is het p53-gen kapot. Het regulerende eiwit wordt dan niet aangemaakt waardoor tumorcellen ongehinderd kunnen groeien.
Ook bij borstkankerpatiënten kan p53 kapot zijn. Dit gebeurt door mutaties die somatisch − dus tijdens het leven − verworven zijn. Lee Baker van de Universiteit van Dundee en collega’s onderzochten 246 primaire borsttumoren. In 64 daarvan (26%) was p53 gemuteerd. Opvallend was dat bij vrouwen die hoog scoren op de armoedeschaal mutaties in p53 twee keer zo vaak voorkwamen (59%).
De meest waarschijnlijke verklaring daarvoor is dat vrouwen uit achterstandsgebieden door hun levensstijl eerder een p53-mutatie verwerven. Roken, alcohol en ongezonde voeding zijn volgens de auteurs daarmee al eerder in verband gebracht. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat er een genetische aanleg voor armoede bestaat.
Maar dat is nog niet alles. Vrouwen met een lage sociaal economische status en p53-mutaties hebben ook een kleinere kans hun ziekte te overleven: de 5-jaarsoverleving was 24% ten opzichte van 72% bij vrouwen met een hogere statusscore. Volgens de auteurs kan een slechte levensstijl tot meer ontstekingsverschijnselen leiden, met gevolgen voor de behandeling. Of vrouwen met een lagere statusscore misschien een slechtere behandeling kregen of vaker de hun aangeboden therapie afwezen is niet onderzocht.
