Gepubliceerd op: 08-02-2010
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:C453
Nieuws

Lucas Mevius

Congenitale afwijkingen zijn een belangrijke oorzaak van perinatale en zuigelingensterfte. Door medische ontwikkelingen zijn behandeluitkomsten bij aangeboren afwijkingen als downsyndroom en spina bifida sterk verbeterd. Er is echter een kennisgebrek aan overlevingscijfers van veel andere congenitale afwijkingen, vooral op lange termijn. Peter Tennant et al. van de universiteit van Newcastle geven een overzicht in The Lancet (doi:10.1016/S0140-6736(09)61922-X) van de 20-jaarsoverleving.

Tennant en collega’s analyseerden gegevens van kinderen die tussen 1985 en 2003 geboren waren met ten minste 1 afwijking. Deze informatie haalden zij uit NorCAS (Northern Congenital Anomaly Survey), een uitgebreid register van geboorteafwijkingen. Zij categoriseerden de afwijkingen op groep (aangetast systeem), subtype (individuele stoornis) en syndroom (volgens Europese EUROCAT-richtlijnen). Met behulp van gekoppelde sterftegegevens bepaalden de onderzoekers de overlevingscijfers tot 20 jaar..

De overlevingsstatus was voorhanden van 10.850 (99%) van 10.964 levendgeborenen. De 20-jaarsoverleving van individuen met 1 of meer congenitale afwijkingen was 85,5% en verschilde per groep: 89,5% voor cardiovasculaire, 79,1% voor chromosomale, 93,2% voor urineweg-, ...

Reactie toevoegen

Er zijn nog geen reacties geplaatst.