De meeste knieartrosepatiënten die een nieuwe knie krijgen zijn 2 jaar na de operatie niet afgevallen, maar zelfs aangekomen. Dat blijkt uit onderzoek van Joseph Zeni en Lynn Snyder-Mackler van de universiteit van Delaware (VS). De resultaten staan in Osteoarthritis and Cartilage (doi:10.1016/j.joca.2009.12.005).
Patiënten met knieartrose zijn vaak te zwaar en weinig mobiel door gewrichtspijn, kniestijfheid en spierzwakte. Een totale knieartroplastiek (TKA) neemt deze barrières tot lichaamsbeweging weg en vergemakkelijkt mogelijk zo gewichtsverlies. Overgewicht is niet alleen een risicofactor voor hart- en vaatziekten, het verhoogt ook het risico op start en progressie van (bilaterale) knieartrose. Na een knievervangende operatie is overgewicht bovendien een risicofactor voor het loslaten van de prothese en heroperatie.
Zeni en Snyder-Mackler wilden weten of een unilaterale TKA er voor zorgt dat de body mass index (bmi) van patiënten met knieartrose daalt. Zij volgden 106 patiënten met eindstadium knieartrose en 31 gezonde controlepersonen. Bij aanvang en 2 jaar na operatie bepaalden zij lengte, gewicht en quadricepskracht van de proefpersonen.
Bij patiënten in de TKA-groep steeg de bmi tijdens de follow-upperiode, de controlegroep bleef op hetzelfde gewicht. 66% van de artrosepatiënten woog na 2 jaar gemiddeld 6,41 kg meer. De overige 34% verloor gemiddeld 1,9 kg aan lichaamsgewicht. Bij patiënten die zwaarder werden nam de quadricepskracht in het gezonde been af, dat geassocieerd is met functionele beperkingen.
Volgens de auteurs is de gewichtstoename na TKA niet toe te schrijven aan normale effecten van veroudering, omdat deze toename niet aanwezig was in de controlegroep. De gewichtstoename baart hen zorgen omdat het de andere knie in gevaar brengt: tussen de 35% en 50% van de patiënten ondergaat binnen 10 jaar TKA aan de andere knie. Blijkbaar zorgt het hebben van een nieuwe knie niet voor meer beweging. ‘Er moet meer nadruk komen op het trainen en opnieuw leren lopen van patiënten met nieuwe knieën’, besluiten de onderzoekers. ‘Ze moeten aangemoedigd worden en weer gewend raken aan beweging.’

