De Gezondheidsraad adviseert de minister van VWS het vaccin tegen Q-koorts beschikbaar te stellen voor patiënten met bepaalde hart- en vaatziekten. Dat staat in het advies dat de raad onlangs aan de minister van VWS aanbood. De raad acht vaccinatie van de gehele Nederlandse bevolking niet aangewezen (Gezondheidsraad. Vaccinatie van mensen tegen Q-koorts; eerste advies).
In januari 2010 vroeg minister Klink de Gezondheidsraad om extra advies over vaccinatie van mensen tegen Q-koorts en over het beleid rond bloedtransfusies, in aanvulling op al genomen ‘maatregelen bij de bron’ (vaccinatie melkgeiten, ruimen drachtige geiten).
Het enige vaccin voor mensen tegen Q-koorts, het Australische Q-VAX, is niet voor gebruik in Nederland geregistreerd. Dit betekent dat artsen Q-VAX alleen mogen toedienen na het tekenen van een bewustheidverklaring. De persoon die gevaccineerd wordt, moet een ‘informed consent’-formulier tekenen. Het vaccin is getest in Australië, voornamelijk bij slachthuismedewerkers. Belangrijk is dat alleen die mensen het vaccin krijgen die nog niet eerder in aanraking kwamen met Coxiella burnetii – de Q-koortsbacterie – omdat vaccinatie na een eerder contact mogelijk ernstige bijwerkingen zoals systemische en lokale ontstekingsreacties tot gevolg heeft. Vaccinatie mag daarom pas na een serologische test én een huidtest.
Volgens de Gezondheidsraad voldoet Q-koortsvaccinatie niet aan de criteria voor opname in een publiek programma. De raad ziet wel een rol voor Q-VAX in de individuele gezondheidszorg, vooral voor hart- en vaatpatiënten met een verhoogd risico op complicaties bij Q-koorts (patiënten met een hartklepprothese, aangeboren hartafwijkingen, klepafwijkingen, een aorta-aneurysma, perifeer vaatlijden, een vaatprothese of patiënten die ooit endocarditis doormaakten). Bij deze patiënten slaat de balans tussen de relatieve onbekendheid met het vaccin en de mogelijke complicaties bij Q-koorts uit in het voordeel van vaccinatie. In een vervolgadvies zal de Gezondheidsraad ingaan op eventuele maatregelen tegen Q-koorts bij bloedtransfusies.
In een recent gepubliceerde Casuïstiek beschrijven Wever et al. een 76-jarige patiënt met een aortaduodenale fistel vanuit een aneurysma van de aorta abdominalis, die chronische Q-koorts bleek te hebben. Wever en collega’s adviseren om alle symptomatische patiënten met een aorta-aneurysma of -prothese, woonachtig in gebieden waar de ziekte endemisch is, te screenen op Q-koorts (Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A2122).

