Voor hepatitis C-patiënten, bij wie onder de standaardtherapie geen blijvende viruseliminatie wordt bereikt, komt binnenkort mogelijk een nieuwe optie nu een aanvullende therapie met de proteaseremmer telaprevir in een fase II-studie in The New England Journal of Medicine (2010;362:1292-1303) duidelijk genezing laat zien.
Hepatitis C wordt als genezen beschouwd als in bloedmonsters een half tot een jaar na beëindigen van de standaardtherapie geen virus meer aantoonbaar is. Deze ‘aanhoudende virologische respons’ (SVR) wordt onder de huidige therapie van peginterferon alfa-2a plus ribavirine, bij ongeveer 50% van de patiënten waargenomen. Voor de anderen is er slechts de optie de standaardtherapie te herhalen.
De hoop is nu gevestigd op een aantal nieuwe medicamenten, waartoe ook de proteaseremmer telaprevir behoort. Telaprevir werd in een dosis-responsstudie bij 453 patiënten onderzocht, die geïnfecteerd waren met genotype 1 van het hepatitis C-virus (meest voorkomend) en die slecht op de huidige standaardtherapie reageerden.
In de controlegroep, waarbij patiënten opnieuw met een combinatie van peginterferon alfa-2a en ribavirine werden behandeld, trad bij 14% alsnog een SVR op, het primaire einddoel van de studie.
In de 3 andere armen van de ‘Protease inhibition of viral evaluation 3’ (PROVE 3-studie) waren de resultaten aanzienlijk beter, schrijven John McHutchison van Duke University in Durnham North Carolina (VS) en collega’s. Daarin werd naast de standaardtherapie ook telaprevir gegeven. Het aandeel SVR bedroeg in de ‘T12PR24-arm’ 51%, in de ‘T24PR48-arm’ 53% en in de ‘TP24P24-arm’ 24%.
De getallen geven de duur in weken aan van de behandeling met telaprevir (T) en peginterferon/ribavirine (PR).
De voorkeur moet volgens de auteurs uitgaan naar T12PR24 omdat deze kuur korter is en minder bijwerkingen geeft. Telaprevir lijkt gezien de bijwerkingen geen eerste behandeloptie. 51% van de met telaprevir behandelde patienten had huiduitslag, waardoor 15% vroegtijdig de therapie stopte, tegenover 4% in de controlegroep.
Op dit moment lopen nog andere studies met telaprevir. Als die ook succesvol zijn, wordt toelating in de 2e helft van dit jaar aangevraagd. Introductie van het middel wordt dan op zijn vroegst volgend jaar verwacht.

