Ines Weggelaar
enJanneke Brink
Elke drie maanden worden er twee ‘verse’ Nijmeegse coassistenten in het diepe van een klein ziekenhuis in Tanzania gegooid. Het Sumve Designated District Hospital is een streekziekenhuisje met ongeveer 150 bedden, onderverdeeld in mannen, vrouwen, obstetrie, kinderen, tuberculose, intensive care en de polikliniek. In totaal werken er één tropenarts, vijf artsen (medical officers en assistant medical officers) en zes poli-artsen (clinical officers).
Janneke begon op de mannenafdeling, waar de ziekten grofweg onder te verdelen zijn in prostaatproblematiek, chronische wonden, hiv/aids, malaria en schistosomiasis. De eerste ‘grote visite’ samen met de dokter was de start van de officiële cultuurshock: ‘Hé, vader, ga eens recht zitten, ik praat tegen je! Hoe is het met je ontstoken scrotum? Laat eens zien (de hele zaal kijkt ook even mee). Je moet het wel een beetje schoon houden, kijk eens wat voor een vliegen je bij je hebt.’ De arts draait zich om en zegt tegen mij: ‘Bah, ...
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.



Reacties
Tropenweekboek
De twee co-assistentes beschrijven onder het kopje "cultuurschock" hoe een (Afrikaans?) arts zich meer dan onbeschoft tegen een patiënt gedraagt. In het verdere stuk wordt de indruk gewekt dat het Tropen co-schap bedoeld zou zijn om witte studenten complexe medische handellingen op zwarte patiënten te laten oefenen. Schokkend vind ik het dat twee Nederlandse co-assistentes hier zonder blikken of blozen verslag van doen, zonder daar enige kritische kanttekening bij te plaatsen.
Geheel ten onrechte wordt hiermee de indruk gewekt dat er in de Tropische Geneeskunde geen respect voor patienten zou bestaan of overgedragen wordt.
Dat terwijl in Nederland het Concilium Opleiding Tropische Geneeskunde en de verschillende Werkgroepen zich inzetten om aan de omstandigheden aangepaste, maar kwalitatief goede zorg te verlenen en te onderwijzen.
Ik mag zelf tweemaal per jaar bijdragen aan de Amsterdamse voorbereidings cursus op het Tropen co-schap. Ik neem ook aan dat de Nijmeegse co-assistenten niet zondermeer op de Afrikaanse patiënten worden losgelaten. Maar kennelijk moet er meer aandacht geschonken worden aan de rol die de co-assistent vervult en de wijze waarop zij hier mee om moeten gaan.
De gebeurtenissen zoals dezen beschreven worden staan in schril contrast met de houding van Nederlandse Tropenarts tegenover zijn of haar patienten. In de verschillende opleidings situaties zullen wij er voor blijven waken dat dit ook in de toekomst zo zal zijn.
Roeland Voorhoeve
Voorzitter Werkgroep Tropische Chirurgie
Tropenweekboek (antwoord auteurs)
Ines Weggelaar en Janneke Brink