Atriumfibrilleren is de meest voorkomende aritmie. Al enige tijd is bekend dat behandelschema’s gericht op herstel van het sinusritme geen voordeel bieden ten opzichte van het redelijk binnen de grenzen houden van de ventrikelfrequentie. Daarom is de focus bij veel patiënten verlegd naar een strikte frequentiecontrole. In standaard richtlijnen zoals bijvoorbeeld die van het American College of Cardiology en de American Heart Association (ACC/AHA) wordt een ventrikelfrequentie aanbevolen van < 80 slagen/min in rust en < 110/min bij inspanning. Nederlandse onderzoekers laten nu in The New England Journal of Medicine (2010;363:1363-73) zien dat die stikte frequentierichtlijn best soepeler kan. Een rustfrequentie van < 110/min blijkt laag genoeg te zijn.
Dit kwam naar voren uit onderzoek onder 614 patiënten met permanent atriumfibrilleren die gerandomiseerd werden toegewezen aan strikte of aan soepele controle. De primaire uitkomstmaat was een mengsel van de volgende gebeurtenissen: overlijden door cardiovasculaire oorzaak, opname voor hartfalen, CVA, bloeding en levensbedreigende aritmie. De follow-up vond plaats gedurende een minimum van 2 jaar en een maximum van 3 jaar.
Met betrekking tot de primaire uitkomstmaat was er geen significant verschil tussen beide groepen. Vroeger werd gedacht dat een hogere hartfrequentie bij atriumfibrilleren vaker tot episodes van hartfalen zou leiden. Dit wordt in deze studie niet bevestigd. Blijkbaar is een rustpols van onder de 110/min laag genoeg. Het aantal patiënten met symptomatisch atriumfibrilleren verschilde niet tussen beide groepen. In de strikte groep bereikten minder patiënten (67,0%) de beoogde hartfrequentie dan in de groep met de soepele controle (97,7%). Daarbij moet worden opgemerkt dat dit verschil wellicht minder geweest zou zijn bij een efficiëntere therapie. Onder de huidige therapie bereikte namelijk een derde van de patiënten geen rustpols <80/min.
Niettemin menen de auteurs dat de soepele frequentiecontrole even goed kan worden toegepast als de strikte controle zoals aanbevolen in de internationale richtlijnen. Bovendien is de nieuwe aanpak makkelijker uit te voeren en vergt minder controlecontacten.

